Ayaan, leidster zonder volk

Is Ayaan Hirsi Ali de nieuwe Dolle Mina? Deels, zegt oud-voortrekster Anja Meulenbelt, maar de beoogde doelgroep van moslima's keert Hirsi Ali de rug toe....

'Nederlandse feministe zag moslimvrouw niet staan' staat er als kop boven een artikel van Caspar Janssen (de Volkskrant, 4 september). In dat artikel komen namen van feministes voor, maar niet de mijne. Terecht, want ik ben de levende tegenspraak van Janssens stelling.

In de jaren zeventig en tachtig werkte ik als stafdocente aan de eersten door de staat erkende opleiding voor vrouwenhulpverlening. Daar namen veel allochtone vrouwen aan deel, eerste en tweede generatie migranten. Een aantal van hen kom ik nog tegen, in de politiek of in het welzijnswerk. Het zijn de vrouwen die al lang voor de komst van Ayaan Hirsi Ali bezig waren, niet alleen met hun eigen carri, maar ook met het ondersteunen van de emancipatie van hun achterban. De 'derde feministische golf', de emancipatie van migrantenvrouwen, was al lang aan de gang toen Ayaan Hirsi Ali die op verzoek van Cisca Dresselhuys, de hoofdredactrice van Opzij, officieel lanceerde.

Dresselhuys, die de toon van de discussie zette toen ze als een van de eerste meedeelde dat een vrouw met een hoofddoek niet welkom was op haar redactie, maakt nu een vergelijking tussen mij en Hirsi Ali. In de VPRO gids zegt ze over Hirsi Ali: 'Ze is een voortrekker, en voortrekkers moeten voorop lopen. Dat doe je niet door alle mitsen en maren voortdurend af te wegen. Ik vergelijk het maar met onze eigen emancipatie van vijfendertig jaar geleden, toen kreeg Anja Meulenbelt weliswaar geen bedreigingen van deze aard naar haar hoofd, maar ook zij werd gezien als iemand die totaal ongenuanceerd bezig was en die zogenaamd al die gelukkige Nederlandse huisvrouwen ongelukkig maakte.'

Laat ik de handschoen opnemen: is Hirsi Ali met hetzelfde bezig als ik destijds? Ten dele. Waar we in overeenkomen is dat we beiden begonnen zijn vanuit de eigen biografie, waarin mishandeling en achterstelling een grote rol spelen, en beide hebben we de weg afgelegd naar individuele vrijheid.

Daar houden de overeenkomsten op, want wat betreft de strategie staan we faliekant tegenover elkaar.

Toen ik De schaamte voorbij had geschreven, stak er een storm van afkeer op, maar ook bleken vele duizenden vrouwen (en een paar mannen) zich in het boek te herkennen en putten er moed uit om iets te veranderen. Dat zie ik niet gebeuren met Hirsi Ali. Integendeel. De vrouwen die ze zegt te willen bevrijden, keren zich van haar af. Haar aanhang, makkelijk te controleren uit alle reacties in kranten en op websites, bestaat voornamelijk uit Nederlandse autochtonen die toch al vonden dat de islam achterlijk is, leidt tot geweld tegen vrouwen en tot homohaat, onverenigbaar is met ware democratie, en dat hoofddoekjes symbool staan voor maar ding: vrouwenonderdrukking.

Destijds ontdekten wij, met vallen en opstaan, dat emancipatie niet van boven af op te leggen is. Dat er vele wegen naar Rome leiden, en soms niet naar Rome. Voor Hirsi Ali is er maar weg en einddoel, die van haar. Volledige individuele vrijheid, desnoods door je van alle banden van familie en religie te bevrijden. Dat past volledig binnen de filosofie van de VVD, hoewel Hirsi Ali alweer over het liberalisme heen dreigt te schieten waar ze pleit voor het opschorten van individuele vrijheid als het om godsdienst gaat.

Voor mij stond het feminisme altijd onder de spanning van het streven naar individuele vrijheid en je verantwoordelijkheid voor de gemeenschap, je achterban, je familie, je lotgenoten. Van allochtone studenten leerde ik dat ik me wel kon veroorloven me los te maken van mijn achtergrond, maar dat dat voor veel vrouwen niet haalbaar en niet wenselijk is. Veel vrouwen met een moslimachtergrond zijn erin geslaagd hun eigen emancipatie niet ten koste te laten gaan van de banden met hun gemeenschap. Zoals een vrouw die een gevecht moest leveren met haar ouders om op kamers te wonen toen ze ging studeren; veel spanning in het gezin, maar de banden zijn niet verbroken. Een vrouw die zelf niet meer gelovig is, maar zichzelf wel blijft zien als deel van een moslimgemeenschap. Ik heb gezien hoe jonge, geegreerde moslima's nu hun moeders meenemen naar Nederlandse les. Moeders die nu trots zijn op hun dochters, nadat ze eerst hun hart vasthielden toen die voor het eerst de deur uitgingen, hun hoofddoeken afdeden, banen zochten waarin ze met mannen samenwerkten.

Ik zie ook jonge vrouwen die de hoofddoek weer omdoen, niet omdat hun ouders dat willen, maar omdat ze zich hun identiteit niet afhandig willen laten maken. Dat ze zich in een steeds vijandiger wordende omgeving het recht voorbehouden te laten zien wie ze zijn. Geen daad van onderwerping, maar van moed.

In de rechtlijnige visie van Ayaan Hirsi Ali is er voor al die varianten in het vinden van een balans, en dat is waarom ze de boot mist. Neem haar evenzeer rechtlijnige visie op vrouwenmishandeling. Hirsi Ali wil ons nu laten geloven dat de belangrijkste, zo niet de enige oorzaak van vrouwenmishandeling de islam is. Dat is volstrekt in strijd met wat we inmiddels weten: er zijn altijd meerdere factoren. Bij Hirsi Ali is er ook maar oplossing voor een vrouw die mishandeld wordt: wegwezen. Door maar strategie aan te bieden, tn de islam, wordt het moslimvrouwen alleen maar moeilijker gemaakt om hulp te vragen.

Hirsi Ali biedt alleen een strategie voor vrouwen die al zo sterk in hun schoenen staan dat een strategie eigenlijk al niet meer nodig is. De vrouwen die ze zegt te willen bevrijden, worden met haar boodschap niet bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden