Avondje doorzakken met Ivanovitsj en Michailovitsj

'Ivanovitsj', stelde Ivanovitsj zich voor, en nam mijn hand in een ijzeren greep. Hij was een grote, vierkante vent, het witblauw gestreepte soldatenhemd spande over zijn borstkas....

'Michailovitsj', zei zijn vriend, die in zijn blote bovenlijf aan tafel zat, met zijn handen op zijn enorme buik.

Michailovitsj en Ivanovitsj - het klonk als karakters uit een Russische komedie. Om hun nek hing een kettinkje met een dodenplaatje, zoals Russische soldaten het blikken hangertje met hun identificatienummer noemen. Er hing ook een orthodox kruisje aan het kettinkje, zo een die je gezegend en wel voor een paar roebel bij elk klooster kunt kopen.

Michailovitsj en Ivanovitsj hadden, net als ik, voor die nacht een bed gehuurd van een weduwe die in de buurt van het hoofdkwartier van het Russische leger in de Kaukasus woonde. Ze had de tafel in de woonkamer vol hapjes gezet en Ivanovitsj was net bezig de glazen vol te schenken. De eerste keer dronken we op de ontmoeting, zoals dat hoort, en de tweede keer op de weduwe, die in de bloemrijke toost van Michailovitsj uitgroeide tot een rijpe schoonheid. Bij het derde glas gingen we staan en werd er niet geklonken, want de derde is altijd 'voor hen die niet meer bij ons zijn'. Geen ijdele praat, want de eenheid van Ivanovitsj en Michailovitsj had in twee maanden Tsjetsjenië drie man verloren.

'Ach Serjozjka', zei Ivanovitsj sentimenteel. 'Serjozjka heeft me het leven gered. Weet je nog Michailovitsj? Die sluipschutter?'

Ivanovitsj kikkerde pas bij het vierde glas een beetje op, want dat ging vergezeld van de toost dat het nog lang mocht duren voor het derde glas op hen zou worden gedronken.

Twee maanden geleden waren ze 'gewone smerissen' geweest in de stad Voronezj; Ivanovitsj bij de verkeerspolitie en Michailovitsj bij de recherche. Ze waren allebei achter in de dertig, getrouwd, en hadden twee opgroeiende kinderen. Zijn oudste ging volgend jaar studeren, zei Michailovitsj trots. En toen waren ze, de buik van Ivanovitsj ten spijt, ingedeeld bij de politiecommando's en naar Tsjetsjenië gestuurd.

'Ze zeiden dat we alleen zouden worden ingezet voor de bewaking: gebouwen, bruggen en zo.' Michailovitsj lachte. 'Dat werd dus de sjtoerm' - de stormloop. De Tsjetsjeense strijders hadden een betere wapenuitrusting dan zij, en ze vochten met leeuwenmoed - een keer had Ivanovitsj in één nacht vijftien patroonmagazijnen geleegd. Gelukkig had hun eenheid tweehonderd flessen wodka uit Voronezj meegenomen, die ze bij de militairen hadden kunnen ruilen voor extra munitie.

De Tsjetsjenen vertelden verhalen over politiecommando's die geld afpersten bij de controleposten, plunderden en moorden. Ik kon me Michailovitsj en Ivanovitsj op de een of andere manier niet plunderend voorstellen. Ze waren er met een of andere smoes een dagje tussenuit gepiept en naar het hoofdkwartier gekomen, hadden hun eerste douche sinds weken genomen en waren uitgelaten als spijbelende schooljongens.

Ivanovitsj haalde zijn camouflagevest, dat zwaar was van de signaalfakkels, handgranaten en patroonmagazijnen - 'elf kilo'. Ik probeerde hoe vaak ik me met het vest aan kon opdrukken, na een paar glazen doe je dat soort dingen. Eén... twee... ik zeeg op de grond. Om zo'n vest te dragen moest je nou een Rus zijn, stelde Ivanovitsj tevreden vast.

'Wat doen julie met gevangenen?' vroeg ik voorzichtig. 'Onze commandant heeft gevraagd of we een Arabier gevangen willen nemen', zei Michailovitsj vrolijk. Volgens Moskou vochten er honderden Arabische fanatici met de Tsjetsjenen mee. 'Maar Arabieren nemen we nooit gevangen', zei Ivanovitsj met een vette knipoog. 'Zelfs niet als de commandant dat vraagt.'

Tegen de Tsjetsjenen hadden ze niets. 'D'r zitten gouden kerels bij.' Ze vochten niet uit haat, ze aanvaardden de oorlog met opgewekt fatalisme. Het was net zoiets als de Russische winter, lang en koud, en je had er maar mee te leven.

De volgende ochtend gaf ik hun een fles Johnny Walker die ik op reis had meegenomen bij wijze van smeergeld, en die ik niet nodig had gehad. Ivanovitsj en Michailovitsj gaven me een van hun signaalfakkels. Vandaag gingen ze terug: in hun gevechtskleding onderscheiden ze zich in niets van de vervaarlijke commando's die je overal in Tsjetsjenië tegenkomt.

'Kom langs bij onze blokpost', zei Michailovitsj joviaal.

'Drinken we er eentje leeg.' zei Ivanovitsj.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.