aversie VS afgunst

DE HAAT-LIEFDEVERHOUDING VAN DE ARABIEREN MET AMERIKA MANIFESTEERDE ZICH NA DE AANSLAGEN VAN 11 SEPTEMBER STERKER DAN OOIT. BERICHT UIT EGYPTE, SYRIE EN LIBANON....

Met afschuw en vol ongeloof keek de wereld op 11 september 2001 naar de beelden van de ineenstortende Twin Towers. Maar nergens was het ongeloof groter dan in de Arabische wereld. Jarenlang zagen Arabieren de vs als de onkwetsbare supermacht die volledig de dienst uitmaakte in het Midden-Oosten. Hoe was het mogelijk dat dit machtige Amerika zo spectaculair in het hart werd getroffen?

Sommigen hoopten dat dit het einde van Amerika betekende, anderen meenden dat de vs zelf achter de aanslagen zaten, om een excuus te hebben olierijke gebieden te bezetten. Weer anderen waren ervan overtuigd dat het de Israëli's waren; het kon immers geen toeval zijn dat vierduizend joden die ochtend niet op hun werk in de Twin Towers waren verschenen? Allemaal complottheorieën - sommige doen een jaar later nog altijd de ronde - die moesten uitsluiten dat de daders van Arabische afkomst waren.

De VS konden in de Arabische wereld vlak na de aanslagen weliswaar op enige sympathie rekenen vanwege het grote aantal burgers dat was omgekomen, maar zodra Bush zijn war on terrorism lanceerde, maakte het mededogen plaats voor anti-Amerikaanse demonstraties, hevige kritiek op de Amerikaanse steun voor Israël en oproepen om Amerikaanse producten te boycotten. Die boycotacties sloegen lang niet overal aan, want slechts weinigen wilden zich de geneugten van McDo nald's en Coca-Cola ontzeggen.

Hier manifesteert zich de spreekwoordelijke haat-liefdeverhouding van de Arabieren met Amerika. Die tekent zich het scherpst af in de Golf staten, waar in trendy winkelcentra heel wat filialen van grote Ame rikaanse bedrijven te vinden zijn, waar je overal Amerikaanse auto's ziet rijden en waar velen een paar keer per jaar voor een korte trip naar de vs gaan.

Geen mooiere illustratie van de dubbele gevoelens jegens de vs dan de drie jonge mannen in traditioneel wit gewaad die een paar maanden terug in een Starbucks-café in Koeweit een tirade hielden tegen de Amerikanen. Die waren, zo beweerden ze, niet alleen uit op de wereldhegemonie, maar wilden ook nog eens de hele wereld hun waarden en levensstijl opleggen. Op de vraag wat ze dan te zoeken hadden in een Amerikaanse koffietent, vielen de Koeweiti's enige seconden stil en antwoordden vervolgens: 'We zijn hier voor het eerst, we kwamen hier toevallig langs.'

Sinds 11 september overheerst in de haat-liefdeverhouding echter de haat. Als gevolg van de oorlog tegen het terrorisme worden individuele Arabieren, vooral in de vs, met wantrouwen bejegend. De ondervragingen, de pesterijen en de problemen die Arabieren ondervinden bij het aanvragen van een visum, hebben de kloof tussen de twee werelden verder vergroot. Tegelijk is Bush' war on terrorism iets wat - voor de zoveelste keer - bij de mensen in het Midden-Oosten de aandacht afleidt van de eigen problemen. Afgelopen juli publiceerden de Verenigde Naties een verontrustende studie over de sociaal-economische en culturele ontwikkeling in de Arabische wereld. Daar uit blijkt dat 20 procent van de bevolking leeft van 2 dollar per dag, dat meer dan 15 procent werkloos is en dat 38 procent van de Arabieren jonger is dan veertien jaar. In duizend jaar zijn in de Arabische wereld net zo veel boeken vertaald als in Spanje in één jaar.

Ondanks de armoede, en het toenemende defaitisme en de groeiende apathie onder invloed van dictatuur, oorlog en corruptie, zijn er in die anonieme massa van 280 miljoen Arabieren ook jongeren die de gevolgen van 11 september voor de Arabische wereld aan het hart gaan, die zich zorgen maken over het negatieve beeld van het Arabische volk dat in het westen is ontstaan, en zich actief inzetten voor verandering.

'Bij veel Egyptenaren wekten de aanslagen van 11 september een dubbel gevoel op: aan de ene kant verslagenheid vanwege al die slachtoffers en aan de andere kant een gevoel van triomf, omdat de vs eindelijk eens op hun nummer waren gezet. Zelf had ik geen last van dubbele gevoelens', zegt Hossam Bahgat (23), directeur van eipr, de Egyptische organisatie voor mensenrechten in Caïro. 'Ik besefte onmiddellijk wat de gevolgen van de aanslagen zouden zijn voor de Ara bische wereld.'

Voor Hossam waren die gevolgen zeer tastbaar. De Arabische bondgenoten van de vs vonden in Amerika's war on terrorism hét excuus om binnenlandse vijanden, van moslimfundamentalisten tot mensenrechtenactivisten, eens flink de duimschroeven aan te draaien.

Voor 11 september kwam er uit de vs geregeld kritiek op de mensenrechtensituatie hier. De Amerikanen verbonden weliswaar geen consequenties aan die kritiek, maar toch. Nu kan de overheid zonder pottenkijkers zomaar iedereen vervolgen. Toen de vs Koeweit, Saudi-Arabië en andere Arabische landen vroegen om de financieringsbronnen van allerlei organisaties te onderzoeken om te zien of ze wellicht Al Qai'da steunden, grepen die landen dit verzoek aan om alle ngo's door te lichten, vertelt Hossam. Het gevolg is dat het voor mensenrechtengroepen in Egypte nog lastiger is geworden om financiële hulp uit het buitenland te krijgen, ook al zitten bijna al hun geldschieters in het westen.

'Ik ben tegen de steun van de vs aan de Egyptische regering, al verbaast het me natuurlijk niets dat twee onderdrukkende regimes elkaar de hand boven het hoofd houden', zegt Hossam. Niettemin hebben de vs onlangs aangekondigd dat ze Egypte, behalve de jaarlijkse 2 miljard dollar, geen financiële hulp meer zullen geven, uit protest tegen de gevangenzetting van Saad Eddine Ibrahim, een mensenrechtenactivist met een Amerikaans paspoort. Een stap die, hoe opmerkelijk ook, voor al als symbolisch wordt gezien.

Hossams organisatie eipr houdt zich vooral bezig met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een vrijwel onbekend begrip in de Arabische wereld. eipr voert onder meer actie tegen marteling en verkrachting van verdachten door politiemensen, voor betere huisvesting met meer privacy en voor het recht van homoseksuelen om voor hun geaardheid uit te kunnen komen. Discriminatie van homoseksuelen is hoog op Hossams agenda gekomen na de politie-inval op het schip de Queen in mei 2001, toen 52 homoseksuele mannen werden opgepakt wegens 'immoreel gedrag'. Geen enkele Egyptische mensenrechtenorganisatie was bereid om het voor hen op te nemen of zelfs maar kritiek te uiten op de manier waarop de autoriteiten de zaak behandelden. Als belangrijkste reden werd genoemd dat de mensenrechtenorganisaties, die toch al in een moeilijke positie verkeren, in eigen land onherroepelijk de publieke opinie tegen zich zouden krijgen als ze opkwamen voor de rechten van homoseksuelen. Hossam besloot om dan zelf die taak maar op zich te nemen en de eipr was geboren.

Overigens is Hossam niet altijd mensenrechtenactivist geweest. Een paar jaar geleden nog maakten zijn ouders zich ernstig zorgen omdat hij zich aan de universiteit van Alexandrië bezighield met verboden politieke activiteiten. Moslimfundamentalistische activiteiten, om precies te zijn. Hossam was sympathisant van de Moslimbroederschap, en als zodanig deed hij mee aan demonstraties en deelde pamfletten uit. In Caïro, waar hij inmiddels was gaan studeren, werd zijn blik op de wereld verruimd en nam hij afstand van de Moslimbroederschap. 'Het autoritaire en sektarische karakter van die organisatie begonnen me langzamerhand tegen te staan.'

Hossam, die perfect Engels spreekt, loopt tegenwoordig in spijkerbroek, hij heeft z'n laptop en organizer altijd onder handbereik. Toch zegt hij: 'Ik voel me helemaal niet westers, mijn leven hier in Egypte bevalt me prima, ook al is het een ultra-conservatieve maatschappij.' Hij heeft geen last van identiteitsproblemen; zijn persoonlijke visies weerhouden hem er niet van zich Egyptenaar te voelen.

Dat geldt niet voor de meesten van zijn leeftijdgenoten. 'Ik zie het anti-Amerikanisme om me heen toenemen, veel jongeren voelen zich niet betrokken bij de maatschappij en kunnen vaak nergens anders aan denken dan aan het vinden van een baan. De mensen hebben het machteloze gevoel dat ze toch niets kunnen veranderen, dat er geen hoop meer is. Ik probeer me in te zetten voor een betere samenleving, maar dat neemt niet weg dat ik pessimistisch ben over de toekomst.'

May Massoud (28) is ex-psychologiestudente en werkt bij een internationale ontwikkelingsorganisatie in Damascus. 'De meeste Syriërs vinden zien 11 september als een verdiende les voor de vs', zegt ze tijdens een gesprek in de tuin van haar ouders. 'De vs hebben de mond vol van de strijd tegen het terrorisme, maar zelf lokken ze terreurdaden uit, door de Israëlische regering ondanks haar gewelddadige optreden in de Palestijnse gebieden onvoorwaardelijk te steunen.'

May gelooft niet in geweld en ze kan er met haar verstand niet bij hoe iemand zo gehersenspoeld kan zijn dat hij een vliegtuig in een wolkenkrabber boort en daarmee zichzelf en duizenden onschuldige mensen de dood in jaagt. 'Veel Syriërs haten Amerika, zeker sinds Bush aan de macht is. Met Clinton had men minder moeite. Maar 11 september heeft geen directe gevolgen gehad voor ons; het leven gaat gewoon zijn gangetje, voor de meesten is het al moeilijk genoeg om het hoofd boven water te houden.'

De Amerikaanse regering rekent Syrië tot de landen in het Midden-Oosten die het terrorisme steunen, en het ontvangt dan ook geen hulp uit de vs. Maar ondanks Syriës felle anti-Israëlische houding, zijn steun aan de shi'itische guerillaorganisatie Hezbollah in Libanon en het feit dat het een toevluchtsoord is voor radicale Palestijnse facties die elke vorm van vrede met Israël afwijzen, zijn de betrekkingen met de vs lang niet zo slecht als die tussen de vs en Irak of Libië.

Als de vs de democratie echt zo hoog in het vaandel hebben staan, zouden ze moeten begrijpen dat niet alle landen hun standpunten delen, zegt May. 'Syrië steunt Hezbollah, omdat het onderscheid maakt tussen een terroristische groepering en een verzetsbeweging. Hezbollah vecht voor haar land, net als de Palestijnen. Maar er zijn grenzen: als Hez bollah-strijders achter de aanslagen op 11 september hadden gezeten, zou ik ze zeker niet meer steunen.'

May betreurt het gebrek aan solidariteit tussen de Arabische landen, en noemt het schandalig dat Saudi-Arabië zijn olierijkdom niet inzet als wapen in de strijd. 'Als de Arabieren eensgezind hadden opgetrokken, zou het Midden-Oosten er nu heel anders hebben uitgezien.'

De Syriërs zijn niet erg tevreden met hun bestaan en als buitenlander krijg je de indruk dat het land lijdt aan een collectieve depressie. 'We voelen ons een beetje buitengesloten, alsof we niet echt deel uitmaken van de wereld. De laatste jaren gaat het iets beter, maar als we vroeger een uitstapje maakten naar Libanon, viel ons op hoe totaal anders het leven daar was.'

Nog steeds zijn er in Syrië geen particuliere banken, en internet bestaat er pas sinds twee jaar. Mobiele telefoons verschijnen heel voorzichtig in het straatbeeld, maar zijn vooralsnog alleen weggelegd voor de elite. Toen in de jaren negentig schotelantennes het land binnen werden gesmokkeld, kregen de Syriërs voor het eerst de kans om een blik over de grens te werpen. Vandaag de dag is er in het land geen huis te vinden zonder zo'n schotel op het dak. Het afgelopen jaar klonk herhaaldelijk de roep om een boycot tegen de vs, ook al zijn in Syrië weinig Amerikaanse producten te krijgen. Het land importeert vrijwel geen goederen die ook in eigen land geproduceerd kunnen worden.

'Arabieren uit andere landen zien Syrië als een toonbeeld van standvastigheid omdat het McDonald's en andere Ameri kaanse bedrijven altijd buiten de deur heeft gehouden. Maar toen hier een tijdje geleden een Ameri kaans fastfood-restaurant kwam - dat nu overigens weer gesloten is - ging iedereen erheen, niet omdat het eten er zo lekker was, maar voor de kick om in een buitenlandse tent te kunnen zitten. We willen een beter, moderner leven, maar de mensen zijn moe en velen willen het liefst naar het buitenland.'

Voor vrouwen is het leven al helemaal niet makkelijk, in een traditionele maatschappij waar voor hen discriminerende wetten gelden. 'Alle vrouwen werken, maar meestal puur uit financiële noodzaak. Verder hebben ze weinig bewegingsvrijheid. Trouw en is lastig, omdat zoveel mannen naar het buitenland vertrokken zijn en bovendien is een huwelijk een kostbare zaak. Er wordt mij vaak door buitenlandse collega's gevraagd waarom ik op mijn leeftijd nog niet getrouwd ben.'

May droomt weleens van emigreren naar het buitenland, vooral Frankrijk trekt haar aan. Maar vanwege haar werk bij de enige internationale ngo die is toegestaan in Syrië, heeft ze de verleiding tot nu toe weerstaan. 'Al mijn vrienden wonen in het buitenland en soms zou ik ook wel weg willen. Maar Syrië moet worden opgebouwd, en we doen veel goede projecten met onze organisatie. Ik voel me hier nuttig.'

'De aanslagen op 11 september waren walgelijk', zegt Adib Moukheiber (26), die onlangs weer is ingetrokken bij zijn ouders in Libanon. Hij doet z'n best zijn verblijf daar als een vakantie te zien, maar zo voelt het toch niet echt. Hij is terug in Li banon na anderhalf jaar gewerkt te hebben bij een internationaal hotel in San Diego. Na 11 september bleek dat hij terug moest naar zijn vaderland om zijn werkvergunning te verlengen, voorheen kon dat gewoon in Ameri ka. Dus toen zijn contract afliep, vertrok hij, met een brief op zak waarin hem een nieuw contract werd aangeboden, naar Libanon.

Daar hoorde hij dat de vs geen visa meer ver strek ken aan Ara bier en. Niemand weet hoe lang deze maatregel van kracht blijft en of er nieuwe regels komen. Zijn situatie wordt nog problematischer door een onlangs door de vs en Libanon gesloten verdrag, dat bepaalt dat jonge Libanezen die twee jaar in de vs hebben gewerkt vervolgens twee jaar lang niet in aanmerking komen voor een nieuw visum. De bedoeling is om deze jongeren te dwingen te remigreren en hun eigen land te laten profiteren van hun in het buitenland opgedane ervaring. Probleem is echter dat er met het huidige werkloosheidscijfer van 15 procent moeilijk banen te vinden zijn in Libanon.

Adib: 'We moeten terug naar ons land, maar er is geen werk. Wat moet ik hier in vredesnaam doen? Ik hoop maar dat ik wel een visum voor Euro pa kan krijgen, want ik wil hier echt niet blijven.'

Voor duizenden jonge Libanezen is emigratie nog altijd de enige manier om weg te komen uit een regio waar dictatoriale regimes, armoede, sociale ongelijkheid en achterstelling van vrouwen de toekomst somber kleuren. Uit eerder genoemd vn-rapport blijkt dat ongeveer de helft van de Ara bische jongeren wil emigreren, bij voor keur naar de vs.

Ook voor Adib is Amerika het land van de onbegrensde mogelijkheden, waar een mentaliteit heerst die in groot contrast staat met de bekrompen manier van leven in het Midden-Oosten. 'Ik ben Amerika dankbaar dat het mij en andere Ara bi sche jongeren de kans heeft geboden om onze capaciteiten te ontwikkelen', zegt hij. Maar dat is nu dus voorbij, want door het nieuwe visumbeleid van de vs kunnen Arabieren alleen nog maar dromen van emigratie.

Adib: 'De aanslagen hebben de Arabieren meer schade berokkend dan Amerika. Het leven is er erg moeilijk door geworden, zowel in de vs als in ons eigen land. Die kapers hebben ons niets gevraagd, maar nu moet iedereen lijden onder de gevolgen.'

Op 11 september had Adib dienst in de receptie van het hotel toen hij hoorde dat een vliegtuig zich in een toren van het wtc had geboord. Hij zette de televisie aan en zag tot zijn verbijstering hoe het tweede toestel de andere toren binnenvloog. In de uren die volgden had hij zijn handen vol aan het beantwoorden van alle verontruste telefoontjes.

Veel van Adibs collega's liepen huilend en ontredderd rond, maar hoe geschokt hij ook was door wat hij net gezien had, hij wist het hoofd koel te houden. Hij moest al zijn organisatietalent aanspreken om de achthonderd hotelgasten, die door het vliegverbod niet weg konden, van een kamer te voorzien.

'Dat ik rustig kon blijven doorwerken heeft alles te maken met mijn Libanese achtergrond. We hebben daar vijftien jaar oorlog achter de rug. We weten wat geweld is en ook dat het niets oplost. De aanslagen van 11 september brachten al die herinneringen aan de oorlog in Libanon weer boven: het verdriet, de verbijstering, de dodelijk ongeruste ouders. Als je wat tegen de vs hebt, is dit niet de manier om dat te laten zien. Het is ten koste gegaan van te veel onschuldige, ook Arabische, slachtoffers.'

Voor hij op het vliegtuig naar Libanon stapte, werd Adib door de veiligheidsdienst op de luchthaven gedwongen om zich uit te kleden en de hele inhoud van zijn koffer werd minutieus onderzocht. Hij voelde zich vernederd door deze behandeling maar het was een troostende gedachte dat geen van zijn collega's in San Diego zich anders tegen hem was gaan gedragen na de aanslagen.

Eén collega maakte in het bijzijn van Adib een negatieve opmerking over Arabieren, en die werd prompt ontslagen. 'We zullen met zijn allen ons best moeten doen om de wereld te laten zien dat we niet allemaal terroristen zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden