Autostad Detroit verkeert in verval

Er heerst ellende in Detroit. De ene na de andere autofabriek gaat dicht, dealers sturen hun personeel de laan uit....

In de showroom van de Chrysler-dealer die vorig jaar, naar eigen zeggen, de meeste nieuwe Chryslers ter wereld verkocht (6.280 exemplaren), is het vandaag opvallend stil. Achter hun kleine bureaus wachten gretige verkopers op de klanten die maar sporadisch binnen druppelen. De autozaak bevindt zich in Southfield, een voorstad van Detroit.

‘De zaken gaan niet zo goed’, vat eigenaar Dan Frost (58) de situatie samen. Frost is eigenaar van vijf autozaken in de staat Michigan. Op een dressoir in zijn kantoor staan diverse kristallen bokalen uitgestald. ‘Dat zijn beloningen van Chrysler voor mijn recordomzetten in de afgelopen jaren.’

Dit jaar verwacht hij geen bokaal. Hij heeft de afgelopen weken vanwege de tegenvallende autoverkopen 120 van zijn 480 personeelsleden moeten ontslaan. Frost voorspelt voor sommigen van hen een gitzwarte toekomst.

‘Ik sluit niet uit dat een enkeling uiteindelijk als dakloze eindigt. We hebben hier een overschot aan autofabrieken, automerken en autodealers maar een groot tekort aan mensen die een auto kunnen betalen.’

Naar een andere staat verhuizen waar wel werk is, is voor sommigen van zijn oud-werknemers moeilijk, legt Frost uit. ‘De huizenmarkt is hier in de regio Detroit op veel plaatsen ingestort, dus krijgen ze hun huis niet verkocht. Ze zitten in de val.’

De Amerikaanse auto-industrie verkeert in een diepe crisis. Amerikanen hebben zich vanwege de sterk gestegen brandstofkosten het afgelopen jaar massaal afgekeerd van de pick-uptrucks en SUV’s, de specialiteit van The Big Three, de drie grote Amerikaanse autobouwers Ford, Chrysler en General Motors.

De kredietcrisis en de daarmee gepaard gaande recessie hebben de situatie nog eens flink verergerd. Amerikanen krijgen veel moeilijker dan voorheen een krediet los voor een nieuwe auto. In Amerika koopt bijna niemand een auto met eigen geld.

Autodealer Frost: ‘De financieringsmaatschappijen hebben de voorwaarden extreem aangescherpt. Je moet zeer kredietwaardig zijn om nog voor een lening in aanmerking te komen.’

Dat betekent volgens Frost dat leners bijvoorbeeld minimaal acht jaar een vaste baan moeten hebben. Maar ook geen betalingsachterstand mogen hebben bij hun creditcardmaatschappij. ‘Als ik heel positief reken, denk ik dat maar 25 procent van de potentiële autokopers een dergelijke creditrating heeft,’ aldus Frost

Het gevolg is dat de autoverkoop in Amerika dit jaar met bijna 14 procent is ingezakt en zich op het niveau van vijftien jaar geleden bevindt. Komende maanden worden nog grotere verliezen verwacht. In bijna alle Amerikaanse autofabrieken is de productie voor weken stilgelegd. Maar ook drastischer maatregelen worden genomen: afgelopen week werd bijna dagelijks de sluiting van een autofabriek aangekondigd waarbij vele duizenden mensen op straat komen te staan.

Voor Detroit heeft dit desastreuze gevolgen. De stad en omliggende regio zijn volledig afhankelijk van de auto-industrie. General Motors, Ford en Chrysler hebben er hun hoofdkantoren en veel van hun fabrieken gevestigd. Ook hun toeleveranciers zitten grotendeels in de regio Detroit.

Vooral GM en Chrysler verkeren in ernstige problemen: er wordt serieus rekening gehouden met een faillissement, of, in het gunstigste geval, met een fusie tussen de twee autobedrijven.

General Motors verliest per maand een miljard dollar en heeft inmiddels zo’n groot gebrek aan contant geld dat het in een wanhoopspoging zijn eigen hoofdkantoor voor 500 miljoen dollar probeert te verpanden. Tot nu toe zonder succes.

De autostad van Amerika ademt het verval uit waarin de industrie verkeert. Afgezien van een paar casino’s, een onbemande monorail en het hoofdkantoor van General Motors dat uit zeven wolkenkrabbers bestaat, heeft stad niet veel meer te bieden.

Veel kantoren, horecazaken en woonblokken staan er leeg. ‘Deze stad is volledig afhankelijk van de auto-industrie. Nu de branche doodziek is, is de stad dat ook’, zegt Manny Lopez, autoredacteur van de lokale kant, The Detroit News.

Wie de stad in westelijke richting verlaat, treft een nog desolater beeld aan. Wijk na wijk domineren dichtgetimmerde huizen, leegstaande pakhuizen en verlaten industrieterreinen het beeld.

Een paar blokken verderop staat op een wit geschilderd pand in blauwe letters geschreven: ‘Wij bouwden deze stad’.

Het is het lokale hoofdkantoor van de United Auto Workers (UAW), de vakbond voor werknemers in de auto-industrie. Schuin tegenover het kantoor hebben daklozen in het Roosevelt Park van zelfgemaakte tenten een klein dorp gebouwd.

Binnen in zijn kantoor zit de UAW-voorzitter George McGregor. ‘Het is eng wat er met deze stad gebeurt. Levendige wijken met kerken, scholen en winkels zijn in korte tijd vernietigd.’ Zelf werkt McGregor bij de Cadillac-fabriek in Detroit. De fabriek is een paar weken gesloten geweest. ‘Maandag begint de productie gelukkig weer.’

Historisch gezien is het wrang dat juist nú de Amerikaanse auto-industrie zo in de problemen zit. General Motors vierde vorige maand zijn 100-jarig bestaan. En ook bij Ford is het feest: deze maand is het exact honderd jaar geleden dat Henry Ford begon met de productie van de legendarische T-Ford. De Ford Rouge Factory in Dearborn, net buiten Detroit, is nog steeds operationeel.

Maar in plaats van de zwarte T-Fordjes rollen er nu grote F-150 pick-uptrucks van de lopende band. De fabriek behoort volgens Ford tot de modernste en groenste in de wereld. Bezoekers mogen tegen betaling van 15 dollar kijken hoe de F-150 nog grotendeels handmatig in elkaar wordt gezet.

‘Jullie hebben geluk vandaag’, zegt een suppoost in de fabriek. ‘Veel bezoekers zien de laatste tijd een stilgelegde productielijn.’

De 79-jarige autodealer Hoot McInerney uit Southfield haalt zijn schouders op over de tegenvallende autoverkopen. ‘Ik zit al sinds de jaren zestig in de business en heb al heel wat recessies meegemaakt. Deze doorsta ik ook nog wel.’

McInerney verkoopt auto’s van de merken Lincoln en Mercury. Van de 24 autodealers die hij ooit bezat, heeft hij de laatste jaren er 19 verkocht. ‘Dat heb ik gelukkig op het goede moment gedaan.’ Hij verdiende er vele miljoenen dollars mee, vertelt hij. In zijn kantoor hangt een foto van zijn eigen vliegtuig. ‘Ik vlieg er eigenlijk zelden mee. Ik sta nog elke dag hier in de showroom.’

Een oplossing voor de autocrisis heeft hij niet. ‘Als ik dat zou weten was ik geen miljonair maar miljardair.’ Wat volgens McInerney wel zou helpen, is een importheffing op geïmporteerde auto’s, met name op de Lexus. ‘Dat zou de verkoop van mijn Lincolns goed doen.’

Dat de Amerikanen afstand nemen van grote auto’s is maar een tijdelijke bevlieging, denkt McInerney. ‘Als de brandstofprijzen blijven dalen, rijdt iedereen straks gewoon weer in een SUV of pick-uptruck. De afstanden in dit land zijn gewoon te groot om in die kleine Japanse wagens te rijden. Geloof me, de Amerikaanse automakers komen er wel weer bovenop.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden