Automobilist betaalt nog lang niet alle kosten

Er is geen enkel argument te bedenken om de automobilist te compenseren voor de hoge benzineprijs door een verlaging van de belasting, menen Marc Davidson en Jos Dings....

WAARSCHIJNLIJK zou er raar worden opgekeken als de overheid een subsidie zou gaan geven op televisies omdat de prijzen van halfgeleiders op de wereldmarkt wat hoog zijn opgelopen. Een dergelijke poging om een wereldmarkt te corrigeren, past immers niet in deze tijd.

Toch is iets degelijks aan de hand met auto's en benzine. Het stijgen van de benzineprijzen de afgelopen maanden is voor CDA, VVD en PvdA immers aanleiding om snel te pleiten voor verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Hier is echter geen enkele reden voor.

Laten we eerst twee misverstanden uit de weg te ruimen die veel emoties oproepen. Ten eerste de 'historisch hoge' brandstofprijs. Gecorrigeerd voor inflatie blijkt de huidige gemiddelde brandstofprijs dezelfde als die van pakweg twintig jaar geleden.

Ten tweede het idee dat de overheid als gevolg van de gestegen brandstofprijzen hogere inkomsten zou hebben uit de accijnzen op autobrandstoffen. De accijnzen zijn echter vaste bedragen per liter en worden als regel enkel aan de inflatie aangepast.

Nu echter de ratio. Uit een recente studie van van het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat blijkt dat de automobilist weliswaar veel betaalt aan accijnzen en andere belastingen, maar dat hier, nog steeds, meer kosten voor overheid en maatschappij tegenover staan. Denk hierbij aan de kosten van wegen, ongelukken, geluid en milieuvervuiling.

Zo maakt de sterk groeiende automobiliteit het bijvoorbeeld noodzakelijk om tegen hoge kosten elders in de maatschappij maatregelen te treffen om toch nog onze klimaatdoelen te bereiken. Daarnaast blijkt dat de momenteel onbetaalde maatschappelijke rekening meer is gerelateerd aan het gebruik van de auto dan aan het bezit. Vandaar dat de overheid met het idee van variabilisatie speelt: verlagen van de motorrijtuigenbelasting onder gelijktijdige verhoging van de accijns.

De gestegen brandstofkosten hebben in Den Haag het idee doen ontstaan dat de auto meer op een melkkoe is gaan lijken en dat daarom tegenover het verlagen van de motorrijtuigenbelasting geen accijnsverhoging meer zou hoeven staan. Deze conclusie is echter misplaatst. De automobilist betaalt immers sinds de gestegen benzineprijs geen cent meer voor deze maatschappelijke kosten, maar alleen een hogere vergoeding voor de productiekosten, en daarnaast de onvermijdbare BTW.

De BTW is echter een algemene belasting die op elk product wordt geheven en daarmee geen vergoeding voor maatschappelijke kosten. Een toevallige toename van de BTW-inkomsten kan daarom ook geen reden zijn om in te grijpen in de belastinginkomsten uit transport. Het verlagen van de MRB zonder gelijktijdige verhoging van de accijns is dan ook een ongegronde en onnodige subsidie voor de automobilist, net zoals een subsidie op televisies en computers bij gestegen prijzen van halfgeleiders. Het zal in de toekomst nog moeilijk genoeg worden om de automobilist de juiste prijs te laten betalen voor de ongelukken en milieuvervuiling die hij veroorzaakt.

Als de overheid nu zelfs een door de markt bepaalde verhoging van de energieprijs beantwoordt met het verlagen van de autokosten, is dat een zoveelste bewijs dat de overheid het belang van de automobilist niet weet te onderscheiden van het algemeen belang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden