Autobiografie van een moederskind

Van de Japanse modeontwerper Yohji Yamamoto, al ruim dertig jaar actief, verschijnt binnenkort een eerste biografie. Door hemzelf geschreven. Milou van Rossum stelde hem per e-mail enkele vragen erover. 'Het is alsof ik mijn jasje en mijn broek heb uitgetrokken. Maar mijn onderbroek heb ik nog aan.'

In 2006 werd in het Modemuseum van Antwerpen een tentoonstelling gewijd aan Yohji Yamamoto. Bij de samenstelling ervan merkte toenmalig directeur Christoph Ruys dat er geen biografie bestond van de beroemde Japanse ontwerper. Het is uiteindelijk Ruys zelf die in dat gemis heeft voorzien: hij is als uitgever bij Ludion, zijn huidige baan, verantwoordelijk voor My Dear Bomb, dat over een kleine twee weken verschijnt en geschreven is door Yamamoto zelf met hulp van zijn voormalige assistente Ai Mitsuda.


Het boek is, zoals hij zelf schrijft, 'een mengeling van fictie, documentaire, essay, bekentenissen en leugens'. De titel is een verzachting van de werktitel A real bomb, die weer een verwijzing is naar de boosheid en wrok die Yamamoto in zich draagt. 'Als enig kind van een oorlogsweduwe ben ik altijd anders geweest. De oorlog woedt nog steeds in mij.'


In het boek vertelt Yamamoto, afwisselend mijmerend, docerend, fel en, ja, bozig van toon, over zijn mode, zijn jeugd, en over vrouwen. Hij is een van de weinige bekende modeontwerpers die heteroseksueel zijn en, zo valt te lezen, ten minste een keer in zijn leven hield hij er meerdere relaties tegelijk op na. Probleemloos zijn zijn verhoudingen niet.


'In het begin zijn vrouwen altijd stil en kalm als een onbekend bosmeer', schrijft hij. 'Dan beginnen zangvogels zich voort te planten, en al snel is het wateroppervlak helemaal door ze bedekt. Ik denk niet dat ik het nog aankan om te leven met een jonge vrouw.'


'Het is alsof ik mijn jasje en mijn broek heb uitgetrokken. Maar mijn onderbroek heb ik nog aan', zegt Yamamoto (67) over het schrijven van zijn autobiografie. My Dear Bomb is het eerste boek dat Yamamoto schreef, maar niet de eerste keer dat hij zich buiten zijn vakgebied begaf. In Japan is hij ook bekend als tekstschrijver en muzikant - een paar seizoenen lang liet hij zijn modeshows begeleiden door zijn eigen gitaarmuziek.


'Ik ben het zat om alleen maar modeontwerper te zijn', zegt hij. 'Ik wil geen slaaf van de mode zijn. Het ritme van de mode is een gevangenis. Ik houd van schrijven, muziek maken en schilderen, omdat ik dat helemaal alleen kan doen. Ik ben dan niet verantwoordelijk voor anderen en er is geen deadline. Ik kan niet stoppen met mode, maar om in de stemming te komen voor het creëren van mode, heb ik iets anders nodig.'


Mode was nooit zijn eerste keus. Als tiener wilde Yamamoto schilder worden, maar om zijn moeder een plezier te doen, volgde hij een studie rechten. Na zijn afstuderen trok hij weer bij haar in. 'Ik wist niet welke kant het opmoest met mijn leven.' Hij stelde zijn moeder, die kleermaker was, voor bij haar te komen werken. 'Ze zei dat als ik dat echt meende, ik eerst maar eens moest leren om stof te knippen', schrijft hij in My Dear Bomb.


Dus volgde hij een kleermakersopleiding en ging daarna aan het werk in haar atelier, waar vrouwen zich meldden met uitgescheurde pagina's uit modetijdschriften. 'Ze hadden bepaald geen zandlopersfiguren, dus het was onmogelijk het beeld dat ze meebrachten te reproduceren. Ik haatte het.'


Zijn eerste eigen collectie maakte Yamamoto in 1977: een collectie van mannelijke werkkleren voor vrouwen onder de naam Y's, nog altijd een van zijn lijnen. De kleren waren zijn reactie op het vrouwbeeld dat hem werd opgedrongen in de buurt van Tokio waar hij opgroeide, en waar veel prostitutie voorkwam. 'Ik was vastbesloten het popperige vrouwbeeld waar van veel mannen zo houden, te vermijden.'


In 1981 debuteerde hij in Parijs. Zijn wijdvallende vrouwenkleren van donkere, oud gemaakte stoffen waren zo'n breuk met de kleurige glamourstijl van die tijd dat een deel van het publiek de zaal verliet. Het verhinderde niet dat Yamamoto ermee de toon zette voor de jaren tachtig, en ver daarna. Donkere kleuren, vooral zwart, zijn altijd een stijlkenmerk gebleven van zijn vrouwencollecties, net als platte schoenen, en wijde kuise vormen met veel aandacht voor de rug en de halslijn en vooral de valling van de stof.


'Ik heb het vaak gezegd: de stof heeft ons veel te leren', schrijft hij. 'Als we zorgvuldig kijken, begint de stof te spreken.'


Zijn mannenmode is vrijer en kleuriger. 'Ik laat mijn gekke, rebelse zelf zien zonder die op te hak te nemen.'


Aan accessoires, behalve schoenen en sieraden, heeft hij een hekel, net zoals aan logo's. In zijn vrouwencollectie voor najaar 2007 zaten kleren met een dessin van grote Y-logo's, duidelijk parodieën op die van Louis Vuitton. 'Het logo van Vuitton is gebaseerd op een traditioneel Japans motief, dus was het leuk om te spelen met dat logo en er tegelijk de draak mee te steken. Het zit in de mens om je zorgen te maken over je uiterlijk, en om te pronken met mooie spullen. Maar de schaamteloze manier waarop dat tegenwoordig gebeurt, doet me huiveren. Ik kan de wereld niet veranderen, en soms verwijt ik mezelf dat. Maar zolang ik bezig ben, zal ik een boodschap blijven uitdragen. Ik weiger mee te doen aan de platheid.'


Niettemin, erkent hij, 'ben ik de laatste jaren misschien een beetje lui geweest, ik had me waarschijnlijk meer in de markt moeten verdiepen. Ik zie mijn klanten niet meer, er is te veel afstand tussen ons. Misschien ben ik de realiteit te veel uit het oog verloren.'


My Dear Bomb begint met een brief van cineast Wim Wenders, met wie Yamamoto in 1989 de film Notebooks on Cities and Clothes maakte. 'Ik hoop dat je je fantastische werk kunt voortzetten', schrijft Wenders. Die brief, van afgelopen mei en Yamamoto's antwoord erop, zijn opvallend genoeg de enige verwijzingen naar de moeilijke periode die de ontwerper achter de rug heeft. Zijn bedrijf ging in september 2009 failliet en werd vervolgens overgenomen door een investeringsmaatschappij, die inmiddels grondig aan het reorganiseren is. Een aantal winkels, waaronder die in Antwerpen, is inmiddels gesloten, waarschijnlijk volgen er meer. Hoe is Yamamoto daaronder? 'Ik had het gevoel dat sommige mensen het naar voor me vonden en dat anderen er blij om waren. Maar ik ben er sterker uit gekomen. We hebben een contract voor twintig jaar getekend en een nieuw bedrijf opgericht. Ik dacht erover met pensioen te gaan, maar dat kan nu niet. En ik ben niet meer de eigenaar van mijn merk. Tegelijk ben ik ook opgelucht: ik weet nu zeker dat er geen familieruzies komen over de erfenis.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden