Authentiek kloosterlandschap

Ingeklemd tussen de A27 en de oprukkende bebouwing van het Brabantse Oosterhout ligt de Heilige Driehoek, een groene oase die haar karakter ontleent aan drie nog altijd bewoonde kloostercomplexen....

Een goed uitgangspunt voor een wandeling door de Heilige Driehoek in Oosterhout is het dierenparkje op het vroegere Paardenkerkhof. Je kunt er makkelijk de auto kwijt en met een paar stappen sta je op de Kloosterdreef. Hier hebben we zicht op alle drie kloostercomplexen: achter ons de St. Paulusabdij, links voor ons de Onze Lieve Vrouwe-abdij, en rechts de priorij St. Catharinadal.

De Kloosterdreef is een verstild laantje, geflankeerd door een dubbele rij bomen en geplaveid met ruwe kasseien. 's Avonds vliegen de vleermuizen vanuit hun schuilplaatsen in de Paulusabdij via deze beschutte route uit over de omgeving. De Kloosterdreef is tevens de toegangsweg naar St. Ca tharinadal, dat op deze warme zondagmiddag vredig ligt te sudderen in de zon. Het complex ligt op enige afstand van de weg, omringd door de bijbehorende landerijen. Ondanks de toenemende druk op het gebied heeft Catharinadal zijn solitaire ligging weten te handhaven. De verschillende gebouwen van de priorij steken boven het omringende groen uit.

Halverwege de dreef bewaakt een 18de-eeuws poortgebouw de toegang tot het kloosterterrein. Tegenwoordig staat die poort meestal open, want de voorhof is vrij toegankelijk. Aan de voorhof staat het oudste gedeelte van het klooster: een versterkt landhuis uit de 15de eeuw, lokaal bekend als een van de Oosterhoutse 'slot jes'. Ook de nieuwe kloosterkerk uit 1965 komt er op uit. De rest van het terrein is besloten gebied.

Sinds 1647 huizen in Catharinadal de norbertinessen, ook wel de witte zusters genoemd, vanwege het witte habijt dat ze dragen. De kloostergemeenschap bestaat al sinds 1271 en is daarmee de oudste van Nederland. Dat is bijzonder, want in de 17de eeuw werden alle kloosters op last van de protestante Staten van Holland gesloten. Maar de norbertinessen wisten te overleven, dankzij de speciale gunst van het huis van Nassau.

De geïsoleerde ligging van het klooster is niet toevallig. Ze is typerend voor de zogenoemde contemplatieve orden die in relatieve afzondering leven om zich ongestoord te kunnen wijden aan bijbelstudie en gebed. Dit in tegenstelling tot de meer actieve orden die zich toeleggen op onderwijs, zorg of armoedebestrijding en die vaak in de steden te vinden zijn. Vroeger kwamen de contemplatieven nauwelijks hun klooster uit, nog altijd worden ze er uiteindelijk ook begraven. Ze waren grotendeels zelfvoorzienend en leefden van ambachtelijk werk en van de producten die ze op hun eigen landerijen verbouwden. Deze kloostergemeenschappen vinden we dan ook vooral op het platteland.

Tot 1901 was Catharinadal nog het enige klooster in dit gebied. In dat jaar vestigden zich benedictinessen uit het Noord-Franse Wisques in Oosterhout. Deze 'zwarte' zusters namen hun intrek in het landhuis Vrede-oord en bouwden dit uit tot de Onze Lieve Vrouwe-abdij. Enkele jaren later volgden de Franse benedictijnen hun voorbeeld. De monniken met de karakteristieke donkere pijen lieten een geheel nieuw complex verrijzen: de St. Paulusabdij.

Net als de norbertinessen behoren ook de benedictinessen en benedictijnen tot de contemplatieve orden en dus hadden zij land nodig om in hun onderhoud te voorzien. Zij kochten dit in de loop der jaren op van de naburige keuterboeren. Zo ontstond even buiten Oosterhout een cluster van drie contemplatieve kloostergemeenschappen, in de volksmond al snel de Heilige Driehoek genoemd.

Maar tijden veranderen. Na 1960 begon de aanwas van nieuwe kloosterlingen te dalen en steeds meer kloosters werden gesloten. De regio Breda telde ooit meer dan vijftig kloostergemeenschappen, nu nog maar tien. Ook in de Heilige Driehoek heeft de vergrijzing toegeslagen. De vrouwen doen het hier met respectievelijk veertig en dertig zusters nog vrij goed, maar de situatie van de mannen begint precair te worden: in de Paulusabdij wonen nog maar achttien benedictijnen, allen van hoge leeftijd.

Met het bewerken van het land zijn de kloostergemeenschappen inmiddels gestopt. De norbertinessen besteden het werk sinds 1997 uit aan een landbouwbedrijf. Benedictijnen en benedictinessen hebben hun landbouwactiviteiten al veel eerder gestaakt. In de kloosters vindt nog wel ambachtelijke nijverheid plaats, zoals het restaureren van antieke boekwerken en waardevolle wandtapijten.

De benedictinessen hebben hun landbouwgrond deels getransformeerd in een park. De benedictijnen hebben hun land verpacht aan lokale boeren. Daarmee is het agrarische karakter van de Heilige Driehoek bewaard gebleven, maar het beeld van aardappels rooiende monniken in vol habijt zal niet meer terugkeren. Toch zijn de landerijen onlosmakelijk met de kloosters verbonden, omdat ze de basis vormden van de gesloten economie van zelfvoorzienende kloostergemeenschappen.

De kloostergebouwen vormen de absolute kern van de enclave. Vergeleken met het lieflijke Catharinadal zien de andere kloosters er strenger uit. De Franse architect Vilain ontwierp voor de benedictinessen een neogotische abdij, maar vanaf het voorplein valt vooral de nieuwbouw uit de jaren zeventig op, in de strakke en sobere stijl van de Bossche School.

De kern van de Paulusabdij is ontworpen door de Franse architect-monnik Dom Bellot. Deze Benedictijn, ook wel poète de la brique genoemd, schiep een abdij in zware baksteenarchitectuur, die ons de nietigheid van de mens ten opzichte van de Almachtige stevig inpepert. Dom Bellot ontwierp ook de tuin van de benedictijnen: met brede lanen voor groepsgewijze meditatie en slingerpaadjes voor solitaire overpeinzing. De bomen rond de beide abdijen zijn uitgegroeid tot kleine, maar waardevolle stinzebossen, met een rijke flora en fauna.

De Heilige Driehoek zal binnenkort worden aangewezen als beschermd gezicht. Hier kunnen we nog een authentiek kloosterlandschap ervaren, compleet met kloostertuinen, abdijparken en landerijen met houtwallen. En voorlopig nog mét nonnen en monniken, al laten die zich niet zo vaak zien, druk als ze zijn met meditatie en gebed. Dus voorlopig ook nog mét gelui van de klokken, die meerdere malen per dag de aanvang van de gebedsdiensten aankondigen. Een wandeling door de enclave voert onvermijdelijk ook langs honderden meters kloostermuur, die we symbolisch zouden kunnen noemen voor het gesloten karakter van deze orden.

De laatste decennia zijn de contacten met de buitenwereld overigens sterk toegenomen. De muur van de Paulusabdij is zelfs voor een groot deel afgebroken. Langs de landelijke Monnikendreef staat nu een metalen hekwerk. Een lelijk hek, maar het voordeel is wel dat je er doorheen kunt kijken. Zo kunnen we een vrije blik werpen op de gebouwen en bijbehorende opstallen, zoals de kloosterboerderij, de smederij, en de kippenschuren. De bijgebouwen zijn deels verhuurd als atelier, en in de befaamde orchideeënkwekerij van de benedictijnen staan nu caravans gestald. Want de manna komt niet zomaar uit de hemel vallen, dat weten ze in de Heilige Driehoek als geen ander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden