'Authenticiteit is nep'

Of een politicus kundig is, doet er niet zoveel meer toe - als hij maar authentiek is. En dan moet die authenticiteit ook nog een beetje écht zijn. Filosoof Maarten Doorman stelt een obsessie aan de kaak.

Maarten Doorman (54) is filosoof, criticus, dichter en essayist. Hij is bijzonder hoogleraar journalistieke kritiek van kunst en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en doceert cultuurfilosofie aan de Universiteit Maastricht. Hij schreef voor Vrij Nederland, NRC Handelsblad en de Volkskrant en publiceerde zes dichtbundels.


Doorman studeerde cum laude af op het pessimisme van Arthur Schopenhauer en promoveerde met een proefschrift over vooruitgang in de kunst. Ook schreef hij De romantische orde, waarin hij betoogt dat we nog altijd in de Romantiek leven. Deze week verscheen zijn boek Rousseau en ik.


Maarten Doorman


Van de eerlijke en pure roomboter tot de voorgesneden andijvie voor in de traditionele stamppot en de authentieke vleesjus - als je er eenmaal op let, zie je het overal. Filosoof Maarten Doorman: 'Ik dacht vroeger dat er in Amsterdam geen kinderen woonden, maar toen ik ze zelf kreeg, zag ik overal kinderwagens. Als je een Mercedes koopt, zie je overal Mercedessen. En als je een boek schrijft over authenticiteit, zoals ik, is authenticiteit overal.'


In onze koelkasten vol 'echte' producten bijvoorbeeld, in de reclame, in televisieprogramma's als Boer zoekt vrouw en Oh oh Cherso, op Facebook, waar iedereen een authentieke versie van zichzelf probeert te laten zien, in onze hang naar nostalgie en retro, en in de politiek, waar voelbare overtuiging belangrijker is dan argumenten of deskundigheid.


Deze week verscheen Rousseau en ik, waarin Doorman (54) onze obsessie met authenticiteit herleidt tot het werk van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau, die 300 jaar geleden werd geboren. Sinds Rousseau verlangen we naar het echte, het natuurlijke, het authentieke - een verlangen dat de laatste decennia groeide, vooral door toenemend mediagebruik. Al ziet Doorman ook een oorsprong in de romantische opleving van eind jaren zestig. Ons verlangen naar echtheid in alle facetten van het leven is daarvan een overblijfsel.


Dat Job Cohen het in Den Haag niet heeft gered, is dat aan de hand van authenticiteit te verklaren?

'Politiek is een authenticiteitswedstrijd geworden. Ik denk dat Cohen behoorlijk authentiek was, dus je zou verwachten dat hij juist daarmee kiezers zou trekken. Lang heb ik gedacht dat dat ook zou gebeuren. Het probleem van Cohen is dat hij overkomt als intellectueel. Dat roept wantrouwen op.'


Want een intellectueel is niet authentiek.

'Inderdaad. Voelen is authentiek. Dat is direct en spontaan. Denken is secundair, strategisch, niet authentiek. Dat was het eerste probleem van Cohen. Hij was ook niet in staat zijn authenticiteit op een goede manier te etaleren. Hij gedroeg zich krampachtig.'


Hij probeerde af en toe toch wel een grap te maken?

'Ja, maar hij miste in het mediageweld de volkse spontaniteit die daarvoor nodig is.'


Of een politicus écht authentiek is, weet je nooit. Als het maar zo lijkt.

'Precies. Bovendien: als je als authentiek politicus begint en een aantal jaren in de schijnwerpers staat, wordt het moeilijk om authentiek te blijven. Onvermijdelijk neemt het zelfbewustzijn toe en ben je op een gegeven moment jezelf aan het spélen. Toen Balkenende leider werd van het CDA, verbaasde het mij in eerste instantie - en mij niet alleen - dat iemand die zo weinig vlot was, die een beetje een beschimmeld imago had, daar niet op werd afgerekend.'


Het werkte juist in zijn voordeel.

'De beetje harkerige manier waarop hij zich gedroeg, was voor velen herkenbaar. Gaandeweg werd hij, onder invloed van spindoctors als Jack de Vries, steeds gladder. Zijn kapsel en bril werden gewoner, hij maakte vaker de goede grapjes. Daardoor werd hij in de ogen van zijn kiezers minder geloofwaardig. Ik denk dat er bij Wilders iets vergelijkbaars gaat gebeuren. Hij is bezig een karikatuur van zichzelf te worden. Ik verwacht dat hem dat de komende tijd veel stemmen gaat kosten.'


Is Roemer populair doordat hij zo authentiek lijkt?

'Hij is er geweldig goed in. Of hij het bewust doet, is de vraag, maar zijn presentatie doet heel authentiek aan.'


In hoeverre denkt u dat dit soort authenticiteit gespeeld kan zijn?

'Heel ver, maar niet eindeloos. Televisie is een tamelijk ongenadig medium.'


Is het erg dat iemand als Job Cohen in de authenticiteitswedstrijd ten onder gaat?

'Ja, dat is treurig. Cohen gelooft dat een politicus het over zijn ideeën moet hebben. Dat is cruciaal, maar het blijkt nauwelijks meer mogelijk. Misschien kan het nog in de Tweede Kamer, maar niet op het belangrijkste publieke forum: de televisie. Dat is een belangrijke reden voor zijn vertrek. Tegelijkertijd heeft het weinig zin om te blijven zeggen hoe erg dat is. Als je een succesvol politicus wilt zijn, ben je gedwongen na te denken over authenticiteit. Rechts begrijpt dat beter dan links. Wat mij tegenvalt van de linkse oppositie, met uitzondering van de SP, is dat er over die retoriek van het authentieke - de populistische retoriek - helemaal niet wordt nagedacht.'


Of ze verzetten zich ertegen, omdat ze vinden dat het om de ideeën moet gaan.

'Door andere taal te gebruiken, kun je die ideeën misschien beter aan de man brengen. Waarom wijzen D66, GroenLinks en de PvdA niet onophoudelijk op het feit dat de PVV zich bedient van hypocriete Haagse achterkamertjespolitiek? Ze doen wat ze de politiek jarenlang hebben verweten. Dat zou je als linkse oppositie in elk debat - al is het maar in bijzinnen - continu naar voren moeten brengen.'


Rousseau en ik leest als een aanklacht tegen de hedendaagse obsessie met authenticiteit.

'Dat is het ook. Ik wil laten zien dat het geloof in authenticiteit vals is.'


Authenticiteit bestaat niet?

'Authenticiteit roept altijd precies het omgekeerde op.'


Wie authentiek probeert te zijn, is het per definitie niet meer.

'Het is dubbel: op Facebook, in de politiek, op televisie, in de reclame. Spindoctors adviseren politici om wel of niet hun hand in hun zak te houden of om wel of niet voorover te leunen, omdat ze dan wel of juist geen echtere indruk maken. Het is geregisseerde authenticiteit, en daarmee géén authenticiteit.'


U bent zelf ook lid van Facebook. Hoe ervaart u dat?

'Ik heb een account omdat ik erover schrijf en wil begrijpen hoe het werkt. Ik heb dit boek erop aangekondigd, maar dat is het enige, het afgelopen jaar. Dat je iets 'leuk' kunt vinden door op een knop te drukken is natuurlijk helemaal niet authentiek - het is uiterst kunstmatig. Toch roept het een gevoel van spontaniteit op. Iedereen begrijpt dat je op Facebook een eerlijke indruk moet wekken, terwijl je tegelijk nooit het achterste van je tong moet laten zien. Dat is weer die paradox van de authenticiteit.'


De ideeën van Rousseau waren leidend bij de onderwijshervormingen van de laatste decennia, schrijft u, met rampzalige gevolgen.

'Rousseau vond dat kinderen onbedorven moesten blijven. Het feit dat kinderen op de middelbare school voor Frans of Engels tegenwoordig nog maar drie boeken hoeven te lezen, waarvan er één geen kinderboek mag zijn, komt voort uit hetzelfde idee. Kinderen moeten zelf kunnen bepalen of en wanneer ze willen lezen. Van Rousseau mochten kinderen ook geen boeken lezen, behalve Robinson Crusoe, want daarin stonden praktische overlevingstips.'


Had Rousseau zich thuisgevoeld in het hedendaagse Nederland?

'Hij wilde een natuurmens zijn, dus in die zin volstrekt niet, maar misschien zou hij zich wel enigszins thuis hebben gevoeld tussen al die lompe Nederlanders die vinden dat je altijd maar moet zeggen wat je denkt. Rousseau had geen boodschap aan beleefdheid. Zelfs niet aan taal, want taal is een kunstmatige afspraak die ten koste gaat van onze echtheid. Al die mensen die op blogs en nieuwssites hun mening vol spelfouten uiten, zijn allemaal kleine Rousseautjes.'


Doorman schrijft ook over het nogal krankzinnige leven van Rousseau. Een onmogelijk mens, overgevoelig, paranoïde, onbetrouwbaar. 'Aan de ene kant geeft hij hoog op van de liefde voor zijn vrouw. Aan de andere kant maakt hij lijstjes van haar domme uitspraken, waar hij met zijn adellijke vriendinnen om gaat zitten lachen. Dan ben je wel een beetje een slecht mens, denk ik, in ieder geval hypocriet.'


Rousseau schrijft in zijn Confessions over zijn wandaden, waaronder stelen, potloodventen en het te vondeling leggen van al zijn vijf kinderen. Spijt betuigt hij zelden. 'Hij reflecteert op zichzelf, maar tegelijkertijd doet hij dat juist niet. Hij presenteert zich als volstrekt eerlijk, en dat vindt hij zo goed van zichzelf, dat alle dingen die hij verkeerd deed er eigenlijk niet meer toe doen.'


In interviews, op televisie, in kranten en tijdschriften, speelt het persoonlijke, het emotionele, een steeds grotere rol.

'Ja, het publieke biechten. Het programma van Oprah Winfrey zou ondenkbaar zijn zonder Confessions van Rousseau, denk je niet?'


Stoort u zich aan dat publieke biechten?

'Ik heb daar niet zoveel last van.'


Maar u zou het zelf nooit doen.

'God verhoede, nee.'


Bent u het tegenovergestelde van een Rousseautje?

'Ik zou nooit publiek biechten en ik heb ook mijn kinderen niet bij het vuil gezet. Rousseau was geen fijn mens en hij leefde een verachtelijk leven. Daar kan ik me moeilijk aan optrekken, en toch heb ik sympathie voor zijn onderneming. Hij was als intellectueel rusteloos, soms behoorlijk gek, maar ook moedig. Hij durfde tegen de mores van de Verlichting in te gaan.'


Aan onze obsessie met echtheid komt voorlopig geen einde, denkt Doorman. 'Het gaat steeds verder. Bij Starbucks gaat het niet eens meer om echte koffie, maar om de echte, authentieke Starbucks-beleving. The Real Starbucks Experience. Het gaat niet meer om een goede sportschoen, maar om de echte Nike.'


Of neem voetbalwedstrijden op televisie. 'Vijftien jaar geleden zag je nadat er gescoord werd meteen de herhaling van het doelpunt. Nu wordt er ingezoomd op het gezicht van de doelpuntenmaker, op het gezicht van de gepasseerde doelman en op de gezichten van uitzinnige of verdrietige toeschouwers. Pas dan komt de herhaling. Er is maar één reden voor die nadruk op emoties: it sells. Ik zie het bij elk EK en WK verder opschuiven. Misschien komt het doordat er meer vrouwen meekijken, die, meer dan mannen, in emoties zijn geïnteresseerd. Ik weet niet of dat waar is - het kan ook een cliché zijn.'


Zijn vrouwen ook meer dan mannen in authenticiteit geïnteresseerd?

'Ik denk dat vrouwen op dit gebied intelligenter zijn. De vrouw houdt zich meestal meer bezig met uiterlijk, dus is zich ook vaker bewust van de discrepantie tussen wie ze is en hoe ze zich presenteert. De man is in dit opzicht dommer. En dus authentieker.'


U noemt de open haard als voorbeeld van ons verlangen naar echtheid. Het slaat nergens op om de verwarming uit te zetten, bij het tankstation houtblokken te gaan kopen en de open haard aan te steken. Toch willen mensen dat.

'Ja, want het is gezellig.'


Is daar iets mis mee?

'Nee. Je kunt bij de open haard zitten en je bewust zijn van je eigen kunstmatig ingeloste verlangen naar authenticiteit. Je kunt denken: het is nep, maar toch lekker. Dan is het niet erg.'


Bent u veranderd door het nadenken over dit onderwerp?

'Ja. Door dit boek heb ik geleerd om me niet meer zo te ergeren aan die obsessie met authenticiteit.'


Waaraan ergerde u zich?

'Dat ik - net als iedereen - word meegevoerd door het verlangen naar het authentieke. Ik ben me daarvan bewust, en dat is niet per se een genoegen. Als ik op reis ben, zoek ook ik naar de clichés van echtheid. Ook ik denk: ik ben nu in een écht Frans dorpje met een écht Frans stokbrood. Dat is vreselijk, als je dat bij jezelf ziet.'


Hoe moet het dan? Niet op vakantie?

'Je moet er niet zo mee bezig zijn. Ik besef nu dat het verlangen naar authenticiteit ook een aantal goede dingen met zich meebrengt. Authentiek voedsel staat voor kwaliteit, dierenwelzijn, enzovoorts. Als je daar dan ook een open-haardgevoel van krijgt - des te beter.'


Ons gevoelsleven is veranderd, zegt Doorman, en ook dat heeft met authenticiteit te maken. 'We zijn meer dan vroeger bezig met de vraag: wat wil ik nu écht in het leven, wie ben ik echt? Dat zijn vragen waar de Volkskrant, maar ook de andere kranten en tijdschriften, voortdurend over schrijven. Twintig jaar geleden speelden die vragen een minder grote rol.'


Werd er toen minder getwijfeld?

'Dat denk ik wel. Dat is nog een nadeel van die obsessie met authenticiteit. Als je voortdurend denkt: is dit het huwelijk waarin ik mezelf kan ontplooien, of: past mijn baan wel bij mij, word je uiteindelijk ongelukkig.'


Dit soort problemen is allemaal te herleiden tot de vraag: wie ben ik echt?

'Veel wel. Ik denk dat het goed zou zijn als we die vraag onszelf iets minder vaak zouden stellen.'


Is dat niet onmogelijk?

'Zodra je twijfelt aan je eigen authenticiteit, kom je niet meer van die gedachte af. We zijn ertoe veroordeeld, denk ik, tenzij we Chinezen worden.'


Want die hebben geen last van die obsessie?

'Buiten de westerse wereld is het originele minder belangrijk. In de Chinese cultuur is namaken niet slechter dan maken. Iets heel goed naschilderen is in westerse ogen wel knap, maar niet authentiek, dus niet waardevol. Daar zit wat in, maar we hoeven niet allemaal volstrekt originele, oorspronkelijke kunstenaars te zijn. Er zijn ook trambestuurders nodig.'


Hoe kijkt Rousseau aan tegen de liefde?

'Rousseau koestert een ideaalbeeld van oprechte, romantische liefde. Hij kan daarover schrijven op een manier dat je er bijna in gaat geloven. Onze verwachtingen over de liefde zijn sinds de Romantiek gigantisch opgeschroefd, ook onder invloed van Rousseau.'


Zijn die hoge verwachtingen onzinnig?

'Luister naar popliedjes, kijk naar films - daarin gaat het vaak over mislukkingen in de liefde, maar het grote ideaal blijft altijd bestaan. Daar lijden we onder. Het feit dat wij in onze verhoudingen vaak zo ongelukkig zijn, is te wijten aan overspannen verwachtingen. Hier geldt dezelfde paradox als bij authenticiteit: door die verwachtingen over de liefde, wordt de liefde onecht. Je kunt aan dat grote ideaal niet ontkomen, want zo ervaren wij de liefde nu eenmaal. Het is een soort gevangenis; in mijn vorige boek noemde ik het de romantische orde. Die gevangenschap is voor een deel dat waar je het meeste van houdt, maar het is wel gevangenschap.'


Maarten Doorman, Rousseau en ik, Uitgeverij Bert Bakker, 140 pagina's, € 15,-. ISBN 978 90 351 3763 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden