Column

Auteur stripverhaal dient personages mee te nemen in graf

Witteman heeft iets gelezen

Witteman heeft iets gelezen

Beeld belga

Als de auteur van een stripverhaal sterft dient hij zijn personages mee te nemen in het graf. Zo niet, dan gebeuren er de vreselijkste dingen, waarvan een kwart eeuw buitengewoon bedroevende Suske en Wiske-albums de genante getuigen zijn: het is de vraag wie überhaupt nog met smaak zijn tanden zet in album nummer 505, De Afgetrapte Alliteratie, of 517, De Frustrerende Franchise: waarschijnlijk wordt een en ander uitsluitend nog aangeschaft door beverige oudjes die er hun achterneefje op zijn verjaardag mee willen verblijden omdat ze zich van héél vroeger kunnen herinneren dat Suske en Wiske leuk waren voor kinderen.

Ook met Asterix dreigde het akelig af te lopen. Na de dood van bedenker René Goscinny, - alweer 38 jaar geleden! - strompelde tekenaar Albert Uderzo in zijn eentje voort, een spoor van matige tot zeer slechte albums achter zich latend, met Het geheime wapen als rampzalig dieptepunt. Iets met gekloonde superhelden, buitenaardse wezens en een soort teletubbie, nee, je verzint het niet, maar laten we erover zwijgen.

Uderzo leeft nog, maar was ten langen leste toch verstandig genoeg om in te zien dat hij aan Asterix en Obelix niets meer had toe te voegen. Voor hem in de plaats kwamen twee frisse Fransozen, Jean-Yves Ferri en Didier Conrad, van wie te vrezen viel dat ze de arme Galliërs in no time net zo hartgrondig om zeep zouden helpen als 'studio Vandersteen' het deed met Suske en Wiske.

Maar het kan ook wel eens méézitten in het leven. De papyrus van Caesar is gewoon net zo leuk als de beste oude Asterixen, een fijne satire bovendien op de hedendaagse media en het gedoe rond Wikileaks en privacy.

Caesar schrijft zijn memoires, maar schrapt op aanraden van zijn spindoctor (Bonus Promoplus) een beladen hoofdstuk: zijn relaas over de problemen met de onoverwinnelijke Galliërs in het kleine, nog immer naamloze dorpje van Asterix en Obelix. Een goed idee: zo kan de keizer zijn lezers in de waan laten dat hij wel degelijk heel Gallië veroverde.

Natuurlijk komt er een kink in de kabel, en wel door toedoen van gewetenloze scoopjager Polemix, in wie wij moeiteloos Julian Assange herkennen. Polemix onderschept een door een Numibische kopiist (Bigdatha) geredde kopie van het hoofdstuk en belandt daarmee, op zoek naar onderdak, in het Gallische dorpje.

Er volgen allerlei even gezellige als geestige verwikkelingen waarin de moderne journalistiek voortdurend geraffineerd op de hak wordt genomen. Ook de details zijn leuk gevonden, met bijvoorbeeld postduiven als verbeelding van e-mail (oké, het klinkt een beetje suf maar dat is het allerminst). Die Polemix is in al zijn dubieuze facetten heel raak neergezet en de duiven zijn beslist schattig.

Ook de tekeningen zijn niet van die van Uderzo te onderscheiden. Dat is op zichzelf al een verademing, na alle verschrikkingen die we op dat gebied met Sjors en Sjimmie, Jan, Jans en de kinderen, Suske en Wiske, et cetera hebben moeten doormaken nadat hun oorspronkelijke schepper er de brui aan gaf. Jammer dat we nog steeds niet van die toverdrank als stomvervelende Deus ex machina af zijn, maar dat is een bagatel.

Een volwassen stripboek dus, dat getuigt van liefde, inzet, intelligentie en humor. En ik ben stikjaloers op die snode Assange; zo raak vereeuwigd te worden in zo'n geslaagde Asterix, dan heb je het verdomd ver geschopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.