Auke de Vries' beelden tast de hemel af

Voor een kunstenaar die zelf nooit actief achter opdrachten aanzit, lukt het Auke de Vries wonderwel om toch veel beelden in de openbare ruimte geplaatst te krijgen....

Terecht. Want er mag dan in 1994 flink gemopperd zijn op het kunstwerk van De Vries in het nieuwe Tweede Kamergebouw - VVD'er Dijkstal: 'Ik hoop dat het naar beneden dondert' - inmiddels kunnen en willen grote opdrachtgevers niet meer om Auke de Vries (1937) heen. Ook 'Den Haag' niet, dat het Duitse Hannover als dank voor zijn gastvrijheid tijdens de Expo 2000 uitgerekend een sculptuur van Auke de Vries cadeau deed.

In De Zonnehof in Amersfoort is een overzicht te zien van zijn recente, autonome beelden. Anders dan deze kleine objecten doen vermoeden, heeft Auke de Vries vooral extreem grote beelden op zijn naam staan: een lengte van bijna 200 meter of hoogte van 20 meter vormt bij hem geen uitzondering. Zo kent het 'cadeautje' in Hannover een hoogte van 21 meter en werd in Magdeburg afgelopen juni van hem een beeld van niet minder dan 25 meter geplaatst.

Volgend jaar zal De Vries' beeldenreeks in de openbare ruimte letterlijk een (voorlopig) hoogtepunt bereiken met een kunstwerk op de Floriade in de Haarlemmermeer. Het stalen object - dat de naam 'ruimtetempel' kreeg - is 15 meter in het vierkant en 25 meter hoog. Het wordt geplaatst op een enorme sokkel van drie meter, een zogenoemde zwarte 'doos', die wordt gebruikt als paviljoen.

Wat het kunstwerk van De Vries tot dé blikvanger van deze Floriade (vanaf 6 april 2002) gaat maken is de zichtbaarheid van kilometers ver: het staat namelijk bovenop de veertig meter hoge Big Spotters' Hill, een met gras begroeide zandheuvel, die is bedoeld als uitkijkpost. Een heuvel, overigens, die niet toevallig 230 bij 230 meter meet, de afmetingen van de piramide van Cheops.

In De Zonnehof zijn een fotomontage en een maquette te zien van het Floriade-kunstwerk van De Vries. Het bestaat uit meerdere elementen: vier palen, waartussen draden zijn gespannen die een rood 'dak' dragen. Door een gat in dit dak steekt een draadconstructie met onder meer een soort parasol, goudgekleurd, aan het uiteinde.

In het kunstwerk zondert De Vries een kleine ruimte af van de 'mateloze' ruimte die men op de heuvel zal ervaren. De 'parasol' moet werken als een oriëntatiepunt, de menselijke maat, waardoor de bezoeker zich niet verloren zal voelen.

Zoals zo vaak bij De Vries is het nog wel mogelijk elementen van het kunstwerk te identificeren of te associëren met iets herkenbaars, maar vormt het bij elkaar gevoegd een eigenzinnig bouwwerk, dat alleen maar zíjn handtekening kan dragen. Dat is de kracht van zijn kunstenaarschap: de toegankelijkheid van de delen en het onnavolgbare fantastische geheel, waarbij hij zich schijnbaar niets gelegen laat liggen aan mogelijke problemen bij het realiseren van de constructie.

De tentoonstelling in De Zonnehof maakt dat heel goed duidelijk. Hier en daar heeft De Vries bij zijn beelden een menselijke figuur neergezet, zodat duidelijk wordt in welke verhoudingen je de objecten moet zien. Wanneer je je dan gaat voorstellen dat die sprietige, elegante vormen met zijn vreemde verdikkingen en aanhangsels metershoog de lucht in moeten, gaat je fantasie pas echt goed werken. Prompt zie je boomhuisjes, reuzevliegers, uitkijktorens, of een theaterdecor, of misschien wel de desastreuze gevolgen van een tornado, waarbij alles ondersteboven in een boom terecht is gekomen.

Wat De Vries met zijn beelden doet is de ruimte aftasten - een verbinding maken tussen lijnen in het landschap. In zekere zin zijn het ruimtelijke tekeningen, waarmee De Vries graag de uitdaging van de zwaartekracht en de natuurelementen opzoekt. Zoals het Maasbeeld bij de Willemsbrug in Rotterdam, dat onder invloed van wind en water steeds sterk in beweging is. Het 25-meter hoge, scheefstaande beeld in Magdeburg lijkt bij een flinke windstoot te kunnen omdonderen en het hangende kunstwerk op Hollands Spoor in Den Haag is van zichzelf al een statement over vallen.

Auke de Vries is niet alleen een beeldenmaker, maar ook een visionair. Op de tentoonstelling is de video uit 1998 te zien waarin hij vertelt over zijn plannen met een gigantische bouwput in voormalig Oost-Duitsland. Ooit werden daar zestig dorpen ontruimd ten gunste van de bruinkoolwinning. In zijn voorstel weet De Vries alle elementen in het landschap los te weken van hun loodzware geschiedenis. Zo zou hij van de grimmige bakstenen koeltorens woningen willen maken of vrolijke klimheuvels. Daarnaast bedenkt hij een monument voor de duizenden bewoners die er lief en leed hebben gedeeld. Waarmee De Vries opnieuw een lijn trekt, dit keer in de vierde dimensie, de tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.