Audi voegt twee opera's samen

Pierre Audi levert een visitekaartje van formaat

Opera: Iphigénie en Aulide/Iphigé-nie en Tauride ****

Iphigénie en Aulide/Iphigénie en Tauride, van Gluck, door De Nederlandse Opera o.l.v. Marc Minkowski en Pierre Audi.


7 september. Muziektheater, Amsterdam. Herh. t/m 22/9.


De ruimte is opengegooid en de zaal lijkt een amfitheater. Aan weerszijden twee grote steigers vanwaar trappen naar een klein speelvlak leiden. Met zijn Iphigénie-project levert Pierre Audi, artistiek leider van De Nederlandse Opera, weer een visitekaartje van formaat af. Kenmerkend zijn niet alleen de vormgeving, maar ook de uitgebalanceerde personenregie. Even karakteristiek is zijn voorliefde voor niet direct voor de hand liggende combinaties, zoals het bundelen van de twee Iphigeneia-opera's die Gluck rond 1775 schreef.


Toegegeven, door de 18de-eeuwse neiging om overal een happy end aan te breien, sluiten de twee opera's niet helemaal op elkaar aan. Aan het bijna noodlottige eind van Iphigénie en Aulide grijpt Diana in en mag de heldin met haar verloofde Achilles trouwen. Maar in de oorspronkelijke mythe wordt ze juist door de godin weggesmokkeld naar de tempel in Tauris waar de tweede opera zich - pakweg vijftien jaar later - afspeelt. Dat verklaart ook waarom Iphigeneia niet weet dat haar vader Agamemnon intussen is vermoord door haar moeder Klytaemnestra, die vervolgens weer is omgebracht door haar broer Orestes.


Bij De Nederlandse Opera zien we twee Iphigeneia's in actie. Sopraan Veronique Gens, in de veertig, heeft het onbevangen geluid dat past bij het meisje uit de Aulis-opera, terwijl Mireille Delunsch, met haar iets lagere tessituur, de in vijftien jaar wat robuuster geworden Tauris-protagoniste vertolkt. Delunsch' neiging om iets tegen de toon aan te zingen, is samen met de (para)militaire aankleding van het manvolk een van de weinige minpuntjes. In deel een vormen Anne Sofie von Otter, Nicolas Testé en Frédéric Antoun samen met Gens een illuster familiekwartet, dat tekent voor fraaie ensembles. In deel twee leveren Yann Beuron en de iets vleziger Jean-François Lapointe oorstrelende tweezang.


De sprong voorwaarts die Gluck in de vijf jaar tussen deze twee opera's heeft gemaakt is frappant - en dat op zijn 60ste. Daar klinkt voor die tijd onversneden avantgardistische muziek die op de twintiger Mozart diepe indruk moet hebben gemaakt. Dirigent Minkowski en zijn musici brengen die aspecten uitgebalanceerd aan het licht.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden