Atjeh wil af van wrok en wantrouwen

Het langverwachte bezoek van president Wahid aan het opstandige Atjeh heeft niets opgeleverd. Geen belofte, geen plannen, geen duidelijkheid. De teleurstelling daarover is groot....

'Teleurstellend.' 'Niets nieuws.' Dat waren de meest gehoorde reacties in Indonesië op het bezoek van president Abdurrahman Wahid aan de opstandige islamitische provincie Atjeh, dat met zoveel spanning tegemoet was gezien. Een dialoog met vertegenwoordigers van de bevolking bleef dinsdag uit, en Wahid ging niet in op de eis een referendum over onafhankelijkheid te houden.

De toespraak van de Indonesische president bevatte geen verrassende voorstellen voor een oplossing, maar slechts een oproep tot verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid en de belofte van een wederopbouw van Atjeh.

Menigeen vroeg zich af wat Wahid eigenlijk had bedoeld toen hij begin deze week zelfverzekerd voor de televisie verklaarde dat hij de kwestie-Atjeh vóór april denkt op te lossen. Maar hoewel er vraagtekens kunnen worden geplaats bij de korte termijn die Wahid voor ogen staat, lijkt er toch enige beweging in de zaak te zitten. De steun van de bevolking voor een referendum over onafhankelijkheid is veel minder merkbaar dan twee maanden geleden. En ook de sympathie voor de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM) is aan erosie onderhevig.

De GAM heeft dit verlies aan populariteit te wijten aan haar intimiderende en zelfs dictatoriale optreden. Het aanvankelijke enthousiasme onder de Atjeërs over de anarchie die in grote delen van de provincie heerst sinds de plaatselijke overheid daar midden vorig jaar op de vlucht is geslagen, maakt geleidelijk aan plaats voor het besef dat de GAM nog minder te vertrouwen is.

De GAM-strijders spelen eigen rechter, voeren hoge belastingen in, leggen beslag op bezittingen en dulden geen tegenspraak. Zelfs de meest radicale studenten dringen aan op een compromis tussen de GAM en het Indonesische leger. Het besef groeit dat de gewapende strijd een doodlopende weg is.

De voorzitter van de overkoepelende beweging voor een referendum SIRA, Muhammad Nazar, zegt dat er valt te praten over het tijdstip waarop de bevolking zich over onafhankelijkheid moet uitspreken. Een ultimatum stelt hij niet. Nazar onderstreept het geweldloze en democratische karakter van zijn beweging en neemt afstand van een eerdere uitspraak dat de SIRA zich misschien wel bij de GAM zal aansluiten als Jakarta niet instemt met een referendum. 'Dat was natuurlijk een provocerende opmerking, om de druk op de regering te verhogen', lacht hij.

Vergelijkbare en zelfs aanzienlijk gematigder geluiden vallen te beluisteren uit de mond van moslimleiders, lokale politici, intellectuelen en onafhankelijke belangenorganisaties. Steeds vaker wordt de mogelijkheid van een dialoog met de regering in Jakarta geopperd - iets dat tot voor kort nog als een doodzonde werd beschouwd.

'We waren de gevangenen van de snelle ontwikkelingen en konden de zaken niet goed meer beoordelen', zegt een universitair docent in de hoofdstad Banda Atjeh. 'Tot voor twee maanden leek het of er geen bestuur meer was. Dat leidde tot een anarchie waarin iedereen de macht kon grijpen. Daarom moeten we een oplossing zoeken voor het conflict tussen Atjeh en Indonesië, binnen de grenzen van de wet. We moeten ons eerst verbroederen. Iedereen was bang om dat te zeggen - en eerlijk gezegd zijn we dat nog steeds.'

Een medewerker van het geboorteregelingsprogramma van de regering onderschrijft dat. 'Iedereen in Atjeh liep rond met wraakgevoelens over het onrecht dat Indonesië hen de afgelopen jaren van militaire overheersing heeft aangedaan. Een dialoog met de regering was uitgesloten. Maar niemand vertrouwde meer een ander, iedereen vocht voor zichzelf. Dat vormde een vruchtbare voedingsbodem voor de referendumbeweging, en ook voor de GAM. Maar een oorlog is geen oplossing. Uiteindelijk moet er toch een dialoog komen. De vraag is alleen wie die moet voeren. Wij hebben geen leider als Xanana Gusmao in Oost-Timor, die namens het hele volk kan spreken.

Haast onmerkbaar wint de gedachte aan een compromis terrein, dat lijkt president Wahid goed te hebben gezien. Na eerst duidelijk te hebben gemaakt dat afscheiding onmogelijk is, probeert de president geleidelijk aan het vertrouwen van de Atjeërs te herwinnen.

Alleen de GAM zal daar niets van willen weten. Wahid rept tot nu toe in het openbaar niet over een harde aanpak van de rebellen. Maar een lid van de geheime dienst van de politie in Atjeh geeft desgevraagd toe dat er inderdaad duizenden manschappen extra naar Atjeh worden gestuurd en dat er een grootscheeps offensief is ingezet tegen de GAM. De rebellen verliezen terrein.

De grote vraag blijft hoe de president de dialoog op gang wil brengen. Het onderlinge wantrouwen in Atjeh is nog altijd even groot als het wantrouwen jegens Jakarta. Maar als de afscheidingsdrang wegebt, het welzijn van de Atjeërs toeneemt en de GAM geen roet meer in het eten kan gooien is ook daar wel een oplossing voor te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.