Atheïstisch China in ban van religie

VOOR EEN atheïstisch regime houdt het Chinese bewind zich wel erg druk bezig met de godsdienst. Het wijst Tibetaanse religieuze leiders en katholieke bisschoppen aan, legt het boeddhisme uit en vervolgt illegale religieuze groepen....

In de controlemaatschappij China is iedere organisatie die niet officieel erkend is, illegaal. Ongecontroleerde krachten kunnen immers oncontroleerbaar worden en daardoor levensgevaarlijk voor het voortbestaan van het systeem. Voor het eerst in het bestaan van de Volksrepubliek ziet het bewind het grootste gevaar niet meer komen van politiek andersdenkenden, maar van religieuze groepen.

De Chinezen zijn steeds minder geïnteresseerd in politiek en steeds meer in religie. De politiek, wat heeft die immers nog te bieden? De ideologie is gemummificeerd. Idealen zijn er niet meer, behalve het ontembare verlangen om binnen de kortste keren rijk te worden. En met de afbraak van de communistische verzorgingsstaat raken veel mensen hun bestaanszekerheid kwijt.

Ieder corruptieschandaal rond een partijbons vervreemdt het volk verder van de partij, ieder massaontslag vergroot de aantrekkelijkheid van een andere heilsleer. De godsdiensten vullen het vacuüm uitstekend. Na vijftig jaar staatsatheïsme stromen de nieuwe gelovigen toe.

God is in China niet verboden. Maar hij mag alleen worden vereerd in de door de staat gecontroleerde godsdiensten: boeddhisme, taoïsme, islam en 'patriottische' versies van het christendom. Voor katholieken die de paus erkennen of protestanten die geen staatskerk willen, is geen plaats.

De opbloei van de godsdienst is de leiders in Peking een gruwel. Wat hun het meest bezorgd maakt is de - reële of potentiële - capaciteit van de religieuze groepen om hun aanhang buiten de partij om te mobiliseren. En ze vergeten niet dat opstanden van religieuze sekten de val van menige keizersdynastie hebben ingeluid.

De godsdienstoorlog woedt op vele fronten tegelijk: tegen het Tibetaanse boeddhisme, de meditatiebeweging Falun Gong, het rooms-katholicisme, ondergrondse protestantse kerken, allerhande sekten. Deze groepen hebben een rotsvast geloof gemeen. Het woord van hun kerk, van hun leider, weegt voor hen zwaarder dan het woord van Peking.

De laatste tijd komt van de religieuze gevechtsfronten veel nieuws. Arrestatie van tientallen protestanten en van een roomse bisschop die al twintig jaar had vastgezeten. Wijding van vijf bisschoppen van de patriottische katholieke kerk, op dezelfde dag waarop in Rome de paus twaalf bisschoppen wijdde. En vooral de aanhoudende heksenjacht op Falun Gong en soortgelijke bewegingen.

De oorlog tegen het Tibetaanse boeddhisme neemt een aparte plaats in. Als chef van de theocratie in Tibet is de Dalai Lama zowel de religieuze als de politieke leider. China ziet deze pacifist als een samenzweerder die Tibet wil afsplitsen van het moederland. De leiders in Peking konden Tibets eigenzinnige boeddhisme niet verbieden. Maar ze doen wel alles om het onder controle te krijgen.

Economische ontwikkeling, immigratie van Han-Chinezen en campagnes voor het atheïsme moeten de rol van de traditionele godsdienst terugdringen. Peking denkt Tibet vooral te temmen door de boeddhistische hiërarchie geleidelijk aan pro-Chinees te maken. Als de nu 64-jarige Dalai Lama komt te overlijden, moeten Peking-vriendelijke lama's beslissen over zijn reïncarnatie.

En zo kan het gebeuren dat marxistische atheïsten op speurtocht gaan naar nieuwe incarnaties van hoge lama's. Bij het uittesten van deze potentiële levende boeddha's gaan ze roomser dan de paus te werk. Onlangs hebben ze in een tweejarig ventje de zevende Reting ontdekt.

De opvoeders van de tweejarige zullen er zorg voor dragen dat hij 'zal houden van de Chinese communistische partij, het socialistische vaderland en het Tibetaanse boeddhisme'.

China ontkent dat de selectie van de nieuwe Reting een reactie is op de avontuurlijke vlucht - volgens Peking de reis - naar India van de zeventiende Karmapa Lama. Deze veertienjarige jongen, de derde in de hiërarchie van het Tibetaanse boeddhisme, was uitgerekend de enige hoge lama die zowel door de Dalai Lama als Peking was erkend.

Met zijn vlucht naar Dharamsala , sinds 1959 het ballingsoord van de Dalai Lama, is de Karmapa ontsnapt aan de Chinese bevoogding. Ondanks veertig jaar afwezigheid, veertig jaar vervolging en veertig jaar pogingen tot assimilatie, is het gezag van de Dalai Lama nog altijd intact.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.