REPORTAGE

Atelier Néerlandais: Institut is nu broedplaats

Institut Néerlandais wordt Atelier Néerlandais

Geen Institut meer in Parijs, maar een Atelier Néerlandais: een broedplaats voor Nederlandse creatieven die de Franse markt willen betreden.

Ontwerpster Pauline van Dongen (links) donderdag op de opening van het Atelier Néerlandais. Ze maakte een trui met zonnecellen die een mobiele telefoon kunnen opladen. Beeld Bart Koetsier

Onder de kroonluchters in de klassieke zaal van het vroegere Institut Néerlandais zet Spinvis zijn nummer Kom Terug in. Alleen klinkt het deze keer heel anders: rigole, plonge, reviens. Spinvis zingt overtuigend in het Frans, als een Nieuwegeinse versie op Serge Gainsbourg.

'Als Nederlandstalig artiest is je markt beperkt, Nederland, België, Zuid-Afrika hebben we ook gedaan. Ik wil verder kijken', zegt Erik de Jong, alias Spinvis, in de coulissen. 'Engels ligt me niet zo, maar ik houd erg van Franse muziek.'

Spinvis werd lid van het Atelier Néerlandais, een broedplaats voor de Nederlandse creatieve industrie, gevestigd in de oude burelen van het eind 2013 gesloten Institut Néerlandais. In het donderdag geopende Atelier Néerlandais kunnen kunstenaars, designers, mode-ontwerpers en ondernemers werken, gasten ontvangen, met Franse partners praten of hun werk aan een Frans publiek presenteren.

'Er komen vandaag een paar mensen uit de Franse muziekwereld kijken', zegt Erik de Jong. 'Dat levert misschien iets op. We hoeven ook niet meteen in Olympia te staan. We proberen het gewoon.'

Hanco Kolk striptekenaar

Effectiviteit

Het Institut Néerlandais sloot in 2013 na 56 jaar zijn deuren. De Nederlandse regering wilde geen duur cultureel instituut meer betalen. Ook werd getwijfeld aan de effectiviteit van het IN: een kostbaar pand op een prestigieuze, maar wat verborgen locatie aan de Rue de Lille, niet bij uitstek geschikt om een Frans publiek te bereiken.

Het IN was een uitstalkast voor de Nederlandse cultuur, het Atelier helpt kunstenaars om de Franse markt te betreden, in Franse musea te exposeren of op Franse podia te spelen. Daarnaast blijft het Atelier overigens exposities organiseren: tot 1 november is aan de Rue de Lille een tentoonstelling van fotografe Viviane Sassen te zien.

Striptekenaar Hanco Kolk komt een paar keer per maand in het Atelier. Het is een prachtige ruimte om te werken, zegt hij. Hoge ramen, een gedempt noorderlicht. 'Frankrijk is hét stripland. Van een strip als Titeuf van Zep, waar in Nederland nog nooit iemand gehoord heeft, worden 500 duizend exemplaren verkocht', aldus Kolk. 'Er zijn hier veel mogelijkheden. Ik ga nu meewerken aan Robbedoes, Spirou in het Frans.'

Het is niet altijd eenvoudig om de weg te vinden op de Franse markt, ook door de aanzienlijke cultuurverschillen. 'De Franse humor is heel verbaal, je ziet vaak stripfiguren met enorme tekstballonnen. Visuele humor zie je heel weinig', zegt Kolk. Ook is Frankrijk verfijnder dan Nederland. 'In de strip Single, die onder meer in het AD verschijnt, teken ik een vrouw voor wie iedereen dekking moet zoeken als ze ongesteld is. Dat vinden ze in Frankrijk helemaal niet kunnen.'

Het Atelier Néerlandais werd donderdag geopend. Beeld Bart Koetsier

Verschillende disciplines

Op het Atelier komt hij mensen uit verschillende disciplines tegen. Veel leden komen uit de creatieve industrie: trendwatcher Lidwij Edelkoort, lingerie-ontwerpster Marlies Dekkers, mode-ontwerpers designers en architecten. Pauline van Dongen maakt duurzame mode: ze exposeert een trui met zonnecellen waarmee je een mobiele telefoon kunt opladen. Van Ruysdael produceert isolerend enkel glas, uitermate geschikt voor de restauratie van châteaux.

Die crossover is een belangrijke doelstelling van het Nederlandse cultuurbeleid, zegt Jet Bussemaker, minister van Onderwijs en Cultuur, die het Atelier donderdag opende. 'Het Atelier gaat veel meer om het ondersteunen van initiatieven die door kunstenaars en mensen uit de creatieve industrie zelf worden genomen, en minder over het belangrijk maken van je zelf met een prestigieus pand, zoals bij het Institut Néerlandais. Dat past in het Nederlandse cultuurbeleid: minder investeren in stenen, meer in kunstenaars.'

Gaan we straks ook in andere grote buitenlandse steden een Nederlands cultuuratelier zien? Bussemaker loopt nog niet te hard van stapel: 'Nou, laten we eerst maar eens kijken hoe dit gaat lopen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.