Assymetrisch opgesloten

Op het spoor gezet door de twaalfde matchpartij Koeperman-Van Dijk 1959 (zie de Volkskrant van 12 januari en - gedeeltelijk - die van vorige week), houden we ons opnieuw bezig met het thema van de wederzijdse linker vleugelopsluiting....

Om ons begrip van dit even boeiende als moeilijk te doorgronden speltype enigszins te vergroten, nemen we, uitgesmeerd over deze en de volgende rubriek, twee spannende partijen van Hiltex-speler Marco Wiering onder de loep. Van die beide duels gaat het eerste, dat ruim elf jaar geleden plaatsvond tijdens het open toernooi dat het Amersfoorts Damgenootschap traditiegetrouw organiseert, tegen Johan Krajenbrink, de (met Clerc) gedeelde derde prijswinnaar van het WK 2000 èn topscorer in de lopende clubcompetitie.

Krajenbrink - Wiering

(Amersfoort 1990)

1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.41-37 14-19 5.34-29 23x34 6.39x30 5-10 7.44-39 10-14 8.40-34 17-21 9.45-40 11-17 10.50-45 21-26 11.30-25 7-11 12.34-30 17-21 13.39-34?!

Wiersma, Tsjizjov, Clerc - het zijn niet de minsten die, precies zoals Koeperman en Kaplan ruim dertig à veertig jaar eerder deden, in deze openingsvariant de zet 47-41 spelen nog voordat zich een vijandelijke schijf op de velden 23 of 21 heeft gemeld! Met 17 al op 21 was er helemaal haast bij (13.47-41!). Maar ik geef toe dat zo'n conclusie gemakkelijk(er) valt te trekken wanneer men de gelegenheid heeft gehad het partijverloop, of beter: de diagramstand, aan een grondig onderzoek te onderwerpen; achter het bord was één en ander vanzelfsprekend veel moeilijker te voorzien.

13...18-22 14.34-29 12-18 15.47-41(?)

Zeker in combinatie met het scherpe vervolg dat wit aan de tekstzet geeft, blijkt (15.)47-41 hoogst ongelukkig getimed.

15...21-27! 16.32x21 16x27! 17.30-24 19x30 18.35x24?

Zie diagram

De wederzijdse vleugelopsluiting is een feit. Mogelijk heeft Krajenbrink op deze situatie aangestuurd omdat hij - terecht - meende dat zwart niet 18...13-19? 19.24x13 8x19 mocht spelen wegens 20.29-24! met schijfwinst, zowel na 20...20x29 21.33x13 18-23 22.38-33! 9x18 23.33-28! (met dank aan de formatie 46/41/37!) als na 20...19x30 21.25x34 9-13 (21...18-23 22.33-28 +) 22.33-28! 22x33 23.31x22! 18x27 24.38x29 enz.

Toch is dit bij lange na geen voldoende rechtvaardiging voor het witte spel in de fase tussen de 13e en 18e zet. Want na 18...1-7! zou wit juist in ernstige moeilijkheden hebben verkeerd.

Hierbij is allereerst van belang dat hij geen tijd heeft voor 19.33-28? 22x33 20.31x22 18x27, omdat zwart zowel na 21.49-44 als na 21.37-31 26x37 22.41x21 materiaal vóórblijft met 21/22...13-19 en 22/23...33x24. Voorts kan wit evenmin 19.40-34? spelen wegens 19...18-23! 20.29x18 20x40 21.45x34 en nu eerst 21...22-28!! (22.33x22) en daarna pas 22...8-12 met schijfwinst. En 19.40-35?, dat weliswaar 19...8-12?? uitschakelt door de combinatie 20.24-19! en 22.43-39 +, is positioneel onspeelbaar wegens 19...18-23! 20.29x18 20x29 21.33x24 8-12 enz.

Dit betekent dat wit slechts één serieuze verdediging rest, te weten 19.43-39 18-23! (ook nu onder geen beding 19...8-12?? 20.24-19! +) 20.29x18 20x29 21.33x24 8-12! 22.39-34 12x23 23.34-29 (want 23.25-20? 14x25 24.34-30 25x34 25.40x18 kost een stuk na 25...2-8 26.38-33 en nu weer eerst 26...22-28!! enz. +) 23...23x34 24.40x29.

Maar ook dan hoeft men er, mede op gezag van het computerprogramma TRUUS, niet aan te twijfelen dat zwart groot, in hogere zin zelfs winnend voordeel heeft. Een lange spelgang ter illustratie:

24...13-18! (verhindert 25.38-33??) 25.49-43 2-8 26.43-39 8-12! (om op 27.45-40? met dodelijke kracht 27...18-23! 28.29x18 12x23! te laten volgen: 29.24-19?? 27-32!! +) 27.39-33 14-19!! 28.24x13 18-23! 29.29x18 12x23 30.45-40 9x18 31.40-34 (dankzij het feit dat 31...23-28?? nu niet gaat wegens 32.34-29!, 33.37-32 en 34.48-43 met dam op 1, kan wit de strijd nog rekken; maar goed zal het niet meer komen:) 31...7-12! 32.34-29 23x34 33.33-28 22x33 34.38x40 18-22 35.40-34 12-18 36.34-29 (om zwart tenminste nog van veld 23 af te houden) 36...4-9! 37.42-38 15-20! 38.25x14 9x20 39.38-33 (anders beslist de opmars 3-9-13) 39...11-17! 40.48-43 6-11! (zonder vrees voor 41.33-28 22x24 42.31x13 24-30!, bijvoorbeeld 43.43-39 20-24! enz. of ook 43.37-32 3-8!! met verrassende dam op 49!) 41.43-39 3-8!! (handhaaft de hielslag-dreiging) 42.33-28 22x44 43.31x2 44-49 44.2x16 17-21 45.16x27 49x21 en zowel na 46.29-23 21-12 47.23-19 12-8 enz. als na 46.36-31 21-49! enz. is wit kansloos.

In de diagramstand zijn alle kansen dus aan zwart. Maar ook Wiering zal misgrijpen:

18...11-17? 19.49-44(!)

Dit lijkt inderdaad beter dan het voor de hand liggende 19.33-28 22x33 20.31x11 6x17 21.49-44, waarop wit na 21...18-23(!) 22.29x18 20x29 met het probleem kampt dat 37-32-28? of 38-32-28? faalt op 24...26-31!! +.

De bedoeling van de tekstzet is na 20.33-28 en 21.31x11 onmiddellijk 22.43-39 te kunnen doen. Tegen die dreiging baat 19...6-11? niet wegens (tòch) 20.33-28! en na het slaan altijd 22.37-31 en 24.43-39 +. En na 19...17-21(?) 20.33-28! 22x33 21.31x22 18x27 22.43-39! 6-11 23.39x28 11-16 24.37-32! kan wit in zóverre op voordeel bogen dat het ditmaal zwart is die zich op enigerlei wijze aan de druk tegen zijn linker vleugel moet zien te ontworstelen.

Wiering speelt het echter zodanig dat juist de vijandelijke linker vleugel opgesloten blijft:

19...18-23(!) 20.29x18 20x29 21.33x24 14-20 22.25x14 9x29 23.18x9 3x14

Doordat wit steunpunten op 49 en (vooral) 47 mist, loopt de zwarte voorpost op 29 nauwelijks gevaar. Het enige bezwaar van de gekozen speelwijze is dat wit schijf 29 desgewenst zou kunnen aanwenden om drastische vereenvoudigingen af te dwingen.

24.44-39

Kennelijk acht Krajenbrink het tegen deze tegenstander weinig zinvol om met 24.43-39 op de damzet 25.40-34!! en 26.39-33! + te speculeren: Wiering zou ongetwijfeld een zet met schijf 8 hebben gedaan.

24...1-7

Ziedaar de rechtvaardiging voor de bezetting van 29: 25.39-33?? faalt uiteraard op 25...27-32! +, terwijl op 25.39-34 de ruil 25...29-33 en 26...27-32 volgt. Desondanks probeert Krajenbrink het nog even:

25.40-35 8-13 26.45-40 7-12 27.40-34

En vooral niet 27.35-30?? wegens 27...27-32! 28.38x20 15x33 +.

27...29x40 28.35x44 17-21

Klaarblijkelijk acht geen van beide spelers het verantwoord voluit op winst te blijven spelen. 28...6-11 29.38-33 13-19 (maar in plaats hiervan niet 29...12-18? wegens 30.33-28! 22x33 31.31x22! 18x27 32.39x28) was wellicht een fractie ambitieuzer.

29.38-33

Zie boven. De dreiging 30.33-28 + dwingt zwart de opsluiting ongedaan te maken.

29...22-28 30.31x22 28x17 31.37-31 26x37 32.41x32 21-27 33.32x21 17x26

De spanningen zijn geweken, de uiteindelijke puntendeling tekent zich al af. Ik geef het slot zonder commentaar.

34.46-41 6-11 35.41-37 14-19 36.43-38 4-9 37.36-31 12-18 38.38-32 15-20 39.31-27 20-25 40.33-28 19-24 41.42-38 11-16 42.39-34 13-19 43.28-22 25-30 44.22x4 30x50 45.38-33 50x42 46.48x37 24-29 47.32-27 16-21 48.27x16 29-33

Remise.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.