Associaties met koehandel liggen constant op de loer

Afgelopen december verscheen een evaluatie van de (in)formatie van het huidige kabinet. Deze evaluatie door Nijmeegse wetenschappers was voornamelijk staatsrechtelijk van aard en richtte zich daarom niet op de politiek meest beladen vraag: heeft dat uitruilen van dossiers en standpunten in de formatie nu gewerkt of niet? Laat ik eens een poging doen die vraag te beantwoorden nu we al weer ruim twee jaar en een ontzagwekkende hoeveelheid wetsvoorstellen verder zijn.

De gedachte om compromissen te sluiten door grofweg de ene partij de helft van de dossiers te gunnen en de andere partij de andere helft, was niet nieuw en ook niet door Rutte en Samsom verzonnen. Elke kabinetsformatie die ik mij kan heugen kwam de suggestie op. Het zou tot een snellere formatie leiden, de onderlinge verhoudingen door 'gunnen' verbeteren en niet door lange gevechten laten aantasten, en - bepaald niet het minste voordeel - in plaats van dat op elk dossier een voor beide partijen onherkenbaar compromis zou worden gesmeed, zou elke partij bij de eigen achterban met een serie herkenbare 'overwinningen' kunnen pronken.

De kritiek hierop was ook al langer bekend en wordt nog steeds gehoord. Onlangs nog bij senator Adri Duivesteijn, die zijn tegenstem bij de zorgwet mede verklaarde aan de hand van het argument dat zijn PvdA in de formatie te veel had prijsgegeven bij het ruilen van dossiers. Andere bekende kritiekpunten zijn dat politiek op deze manier tot koehandel verwordt en dat het kabinet geen eigen identiteit bezit omdat alles uitruilbaar en uitwisselbaar is. Kritiek die overigens niet alleen van links komt maar ook van rechts, lees Hans Wiegel en De Telegraaf.

Een deel van die kritiek moet je overigens wel met een flinke korrel zout nemen. Zo was een partij als de SP in de Tweede Kamer zeer kritisch over het uitruilen van standpunten maar deed ze, toen de kans kwam om te besturen in Amsterdam, bij de formatie van het college aldaar exact het zelfde; hetgeen vervolgens met Diederik Samsom-achtige argumenten werd verdedigd.

Niettemin denk ik dat we moeten concluderen dat het uitruilcompromis op ten minste twee punten inderdaad zeer kwetsbaar is gebleken. Ja, het hield de onderlinge verhoudingen goed; ja, het maakte een daadkracht mogelijk die hard nodig was gezien de enorme hoeveelheid hervormingen die op stapel stonden. Maar associaties met koehandel liggen inderdaad constant op de loer, het is af en toe moeilijk een eigen verhaal te verzinnen bij iets wat door ruilen tot stand komt en dus overtuigt het niet altijd.

Ook de veronderstelling dat een ruilcompromis beter te verdedigen is bij de achterban dan een klassiek compromis, blijkt in de praktijk niet zomaar te kloppen. Mijn voorzichtige conclusie is dat het niet veel uit lijkt te maken, zeker niet in een tijd waarin de hoeveelheid slecht nieuws die de achterban voor de kiezen krijgt zoveel groter is dan het goede nieuws; dan maakt het niet echt uit hoe je je compromissen sluit.

Het is dus maar de vraag of het uitruilen van standpunten tot inhoudelijk betere en beter gedragen politiek leidt. Het had in 2012 wel heel andere voordelen, die overigens ook niet onderschat moeten worden. De snelheid van het proces was bijvoorbeeld een groot voordeel omdat in Europa de spanningen rond de euro hoog opliepen; Nederland kon zich eigenlijk op dat moment geen regering zonder mandaat veroorloven, er moesten snel bewindslieden met gezag ons geluid in Brussel kunnen laten horen.

Ook was het maar de vraag of het klassieke compromis tot voldoende bezuinigingen zou hebben geleid. Dan was er een beetje bezuinigd op de hypotheekrenteaftrek (wens van links) en een beetje bij de huren (wens van rechts). In de praktijk bleek het nodig om zowel fors te bezuinigen op het een als op het ander. Op tal van dossiers was de luxe er niet om het midden te zoeken tussen de standpunten van PvdA en VVD, maar had je álle suggesties van PvdA én VVD nodig om aan de benodigde miljarden te komen.

Mijn conclusie is dan ook dat het de vraag is of in de praktische omstandigheden van 2012, met name gezien de benodigde snelheid en de benodigde bezuinigingen, een andere manier van compromissen sluiten mogelijk was geweest. Dat neemt niet weg dat de veronderstelde meerwaarde van het ruilcompromis boven het klassieke compromis, met name richting achterban en samenleving, gering is gebleken. Gedeelde smart blijkt maar al te vaak dubbele smart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden