Asielmigranten vinden lastiger werk dan in jaren negentig, na 2,5 jaar heeft 11 procent betaald werk

Asielmigranten vinden veel lastiger een baan dan in de jaren negentig. Als ze een baan vinden, is dat meestal in de horeca. Kunnen ze meteen Nederlands oefenen.

Veel bekijks bij de etalage van de Syrische streetfoodzaak Op Saj aan de Steenweg in Utrecht. Foto Foto: Arie Kievit

Mazloum Mohammed (25) zwiert het witte brooddeeg soepeltjes door de lucht. Zijn baas George Badrah (40) spreidt de ronde lap uit over de zogenoemde saj-oven, een metalen halve bol die doet denken aan een omgekeerde wokpan. Winkelende dagjesmensen kijken gefascineerd naar het theaterstukje van deze twee Syriërs in de etalage van Op Saj, een vegetarisch afhaalrestaurant dat in september opende in de Utrechtse binnenstad.

Mohammed en Badrah kwamen beiden als vluchteling naar Nederland. Dat ze nu in de horeca werken is daarom geen toeval, blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag publiceert. De asielzoekers met verblijfsvergunning die in 2014 naar Nederland kwamen, blijken het vaakst aan de slag te gaan in cafés, hotels en restaurants.

Het CBS volgt in opdracht van vier ministeries hoe het onlangs gearriveerde asielmigranten vergaat bij hun inburgering en het vinden van werk. Uit de cijfers tot nog toe blijkt dat het daarmee zeker nog niet beter gaat dan met eerdere generaties vluchtelingen, integendeel. In de jaren negentig had volgens CBS-cijfers ongeveer een kwart van de asielmigranten na twee jaar betaald werk voor minimaal 8 uur per week.

Uit de nieuwste cijfers blijkt dat van de in 2014 gearriveerde asielmigranten (27 duizend mensen) na anderhalf jaar 4 procent een baan had gevonden, en na tweeënhalf jaar 11 procent. De eerste cijfers over de in 2015 aangekomen groep (54 duizend asielmigranten) zijn vergelijkbaar.
 
‘Dat er nog zo weinig statushouders werk hebben gevonden heeft mogelijk te maken met het feit dat ze nog druk bezig zijn met inburgeren’, schrijft het CBS. Hoewel veel gemeenten in hun integratiebeleid erop proberen te sturen dat asielmigranten het leren van de taal combineren met een deeltijdbaan, blijkt dat in de praktijk stroef te verlopen.

Afghanen snel aan het werk

Opvallend is dat Afghanen beduidend sneller aan werk komen dan andere herkomstgroepen  na tweeënhalf jaar heeft bijna 30 procent van de in 2014 gearriveerde Afghanen betaald werk. Onder Eritreeërs is dit slechts 6 procent.

Wie wel werkt, doet dat meestal op een tijdelijk contract in deeltijd en vindt het vaakst een baan in de horeca, blijkt ook uit de CBS-studie. Na anderhalf jaar was bijna de helft van de werkende statushouders in die branche aan de slag, na tweeënhalf jaar 36 procent.

In Utrecht vertelt George Badrah dat hij in Damascus werkte als verkoper van wasmachines en koelkasten in een witgoedzaak. ‘Als je verkoper of salesmanager bent, is praten je belangrijkste taak’, zegt Badrah in gebroken Nederlands. ‘Voor mij zou het dus moeilijk zijn om daarin werk te vinden hier, want de taal is lastig.’ Samen met zijn tandarts in Zeist, een Israëliër met Arabische wortels, kwam hij op het idee om van zijn hobby koken zijn werk te maken. Zijn compagnon regelt de administratieve zaken achter de schermen, Badrah heeft de leiding op de werkvloer. ‘Hier in het restaurant moet ik natuurlijk ook Nederlands praten, maar dat is maar een deel van het werk. Want het gaat natuurlijk om het eten.’

Tussen het gesprek door neemt hij glimlachend bestellingen op van zijn klanten, voornamelijk hip geklede Utrechters met linnen tassen. Een stel komt er maar niet uit wat de bestelling moet worden. ‘Anders een falafeltje delen?’, vraagt de bebrilde twintiger aan zijn vriendin.

Met het broodje falafel trekt hij mensen zijn zaak in, maar als klanten een tweede keer terugkomen durven ze de onbekendere gerechten ook wel aan, zegt Badrah. Zo serveert hij manakeesh: een soort pizza met kruiden, groenten en kaas. Trots van de zaak is het dunnere saj-brood  een beetje vergelijkbaar met een crèpe  dat zowel zoet als hartig kan worden belegd.

Mohammed bakt vier dagen in de week

Zijn werknemer Mazloum Mohammed, die in Libanon jarenlang in een bakkerij werkte, leerde vorig jaar via YouTube hoe de saj-oven werkt. Nu bakt hij hier vier dagen in de week, vanaf het middaguur tot tien uur s avonds. ‘Ik ben gestopt met mijn taalcursus omdat ik die niet kon combineren met de werktijden hier’, vertelt hij. Niettemin hoopt hij volgende maand zijn eerste inburgeringsexamens te halen. ‘Het praten met de klanten hier is ook goed om de taal te oefenen. Daar leer je soms meer van dan naar school gaan.’

Sowieso was Mohammed, die in 2015 aankwam in Nederland, het thuiszitten beu. ‘Alleen maar thuis en soms naar school, nee dat is niks voor mij. Ik werk liever. Ook voor het geld, want met een uitkering kun je niet zoveel.’

Restaurant Op Saj richt zich met zijn vegetarische formule op jonge mensen die bewust en gezond willen eten. ‘Het viel mij op dat veel mensen hier geen vlees eten of zelfs veganistisch eten’, zegt Badrah. ‘De keuken van het Midden-Oosten is daar heel geschikt voor. Vers gebakken brood met speciale kruiden, veel soorten gegrilde groente, verschillende salades. Ik dacht: als we ons daarop richten, doen we iets anders dan bestaande restaurants en trekken we meteen de aandacht.’

De vleesloze gerechten die Op Saj in Utrecht serveert als lunch of diner zouden in Syrië met name als ontbijt dienstdoen  een vegetarische hoofdmaaltijd is daar moeilijk denkbaar. Zelf zijn de koks trouwens ook geen vegetariërs. ‘Nee, in Syrië zie je niet vaak mensen die geen vlees eten’, zegt Badrah. ‘Alleen misschien meisjes die op dieet zijn.’ 

Meer over