Ashis Mathura

Zin van het leven Ashis Mathura

Ashis Mathura over de zin van het leven: ‘Besef dat je leeft en niet alleen maar bestaat’

Ashis Mathura Beeld Jitske Schols

Ashis Mathura komt uit een geslacht van hindoepriesters. Hijzelf is al op zijn 13de pandit. Als een soort Columbus, zo vertelt hij Fokke Obbema, ontdekte hij de heilige geschriften. En toen ging hij naar Nederland.

Wanneer hij in 2000 van Paramaribo naar Delft verhuist om technische informatica te studeren, ziet Ashis Mathura dat als een prachtkans. Maar al snel ervaart de 20-jarige student een keerzijde – hij voelt zich ontworteld. ‘Op je blote voeten het erf oplopen, was er niet meer bij. Laat staan in bomen klimmen. Als jongetje zat ik altijd op de hoogste takken van de hoogste bomen die me konden dragen.’ Bovendien tonen zijn studiegenoten zich wars van iedere vorm van spiritualiteit. ‘Wanneer ik daarover begon, kreeg ik al snel de reactie: wat doe je hier in Delft? Je hoort geen technische studie te doen, wetenschap en religie gaan niet samen. Ik leerde snel mijn mond te houden.’

Dat vormde een scherp contrast met zijn jeugd. Als jongetje was hij diep onder de indruk van zijn ‘sterke en standvastige’ opa, een hindoepriester, oftewel pandit. Die gaf adviezen aan andere hindoes: ‘Ik zag mensen met droevige gezichten naar hem toekomen en vrolijk weggaan. Of ik hoorde hem uitvallen ­tegen een man, terwijl diens vrouw erbij stond: ‘Jij gaat haar goed behandelen. Als ik nog een keer iets hoor, krijg je met mij te maken.’ Ik vond dat enorm stoer.’

Als 6-jarige laat Ashis zijn opa weten ook pandit te willen worden. ‘Je weet niet wat het inhoudt, maar ik ben blij dat je het gaat worden’, luidt diens reactie. Zijn eerste leermeesters krijgt hij op zijn 9de, vier jaar later mag hij al diensten leiden. ‘Twee generaties eerder was 13 jaar een normale leeftijd, maar in mijn tijd was zo jong uitzonderlijk. Mensen zagen een jongetje, die net boven het altaar uitkwam en die enthousiast stond te vertellen wat hij nu weer in de heilige geschriften had ontdekt. Ik voelde me een soort Columbus. In mijn puberteit verdiepte ik me verder in de geschiedenis en de cultuur, alleen de filosofie achter het hindoeïsme was nog te moeilijk.’

Die verdieping komt na de crisis in zijn studietijd. Hij leert over de generaties hindoes voor hem die zich ook ontworteld voelden toen zij vanuit India in het Caribisch gebied en Afrika terechtkwamen. Die behielden het contact met hun geloof door hun blik naar binnen te richten. Hij begint dat ook meer te doen: ‘Mijn lichaam leerde ik als mijn thuis zien. Het goddelijke zit in mij en ieder van ons.’ Dat inzicht helpt hem ook zijn atheïstische medestudenten anders te zien. ‘Mensen die me meewarig aan­keken, maakten dat ik beter ging nadenken over wat ik zei. Ze vervulden een ­belangrijke rol in mijn eigen groei, ze waren heilig voor me.’ Inmiddels is hij bijna 40 en werkt hij als zzp’er in de ict-business: ‘Ik toets mijn projecten aan mijn ethische normen. Worden big data ingezet om mensen te manipuleren of om ze te helpen? Is het laatste het geval dan accepteer ik een project.’ Mathura is alleenstaand en werkt zeven dagen per week: ‘In deze levensfase is dat goed.’ ­Behalve ict’er is hij ook werkzaam als pandit en geestelijk verzorger: ‘Mijn ­vader heeft me geleerd dat je meerdere dingen tegelijkertijd moet zijn om flexibel te kunnen reageren en het leven ten volle te ervaren.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Ik kan niet zeggen: ‘Dit is het, mensen, ik heb het gevonden, volg mij, we gaan allemaal dit of dat aanbidden.’ Ieder mens moet de zin van zijn of haar leven zelf ontdekken. Wat ik wel kan zeggen: besef dat je leeft, dus niet alleen maar bestaat. Met bestaan bedoel ik dat je automatisch, haast voorgeprogrammeerd ­reageert op alle externe prikkels, zonder verdere reflectie. ‘Word een mens’, is een opdracht in het hindoeïsme. Dus je bent het nog niet, je moet het worden en uitgroeien tot een individu dat zelf nadenkt, zijn eigen ethiek bepaalt en vooral: zelf ervaart. Het is aan jou uit te zoeken wat dat betekent. De bedoeling is dat je ziel verder kan op zijn spirituele pad.’

Waar leidt dat toe?

‘De bedoeling is eenwording met het goddelijke, maar ik weet ook niet precies wat ik me daarbij moet voorstellen. We zien ons als vonkjes van een groot, goddelijk vuur, waarbij ieder vonkje dezelfde kwaliteiten heeft als dat hele vuur. De kunst van het leven is te beseffen dat je die kwaliteiten hebt. Wanneer je echt tot die realisatie komt, ben je verlicht. Dat is de theorie. Voor mezelf weet ik dat ik mijn pad zo goed mogelijk moet proberen te belopen. Wat eenwording met God betekent, zie ik dan wel, als het niet in dit leven is dan misschien over honderd levens. Waar het om gaat, is dat ik mijn tijd goed benut. Ik heb dat onvoldoende gedaan.’

O ja?

‘Nu ja, ik ben een kwajongen geweest en ik had een dip in mijn religiebeleving tijdens mijn studie. Maar het is eigenlijk verkeerd wat ik zeg, want ook dat was onderdeel van mijn leven. Ik moest leren ook in een volkomen andere omgeving spiritueel te zijn. Ik ben geen perfect ­wezen. Perfectie betekent misschien wel dat je fouten maakt en pijn lijdt. Je zou kunnen zeggen dat je juist dan een perfect leven leidt, omdat het je verder op je pad brengt.’

Waar leidt dat de mensheid heen? Heffen we onszelf op, na de eenwording met God?

‘Sommige stromingen geloven dat. Andere geloven in cyclussen, dus dan begint het allemaal weer opnieuw. Ik heb daar lang over nagedacht: als alles een cyclus is, wat voor nut heeft het dan allemaal? Dan kom ik toch terug op de basisgedachte van het leven ervaren. Ieder jaar heeft zijn jaargetijden, je kunt niet een herfst of een winter overslaan. Het leven is mooi maar ook lelijk, goed, maar ook fout – het zal je vormen en daardoor zal je groeien’.

Is de boodschap vooral: wees dankbaar voor het leven, waardoor vragen naar de zin, een hoger doel, misschien ongepast is?

‘Nee hoor, het is goed daarover na te denken, want dat betekent dat je bezig bent te komen tot waardering van je leven – dankbaarheid is essentieel. Ik ben mijn leven meer gaan waarderen, toen ik geconfronteerd werd met de vraag: wat voor nut heeft het zo ver van mijn familie te leven? Ik moest naar de essentie. Die was dat ik mijn ouders en voor­ouders niet los kon laten, ook al was ik op een ander continent. Want zij zijn deel van mezelf: waar ik ben, daar zijn mijn voorouders; hun afdruk op mij raak ik nooit kwijt. Ik draag hun leven mee in alles wat ik doe.’

Is de bedoeling van religie niet ook troost bieden?

‘Ik zie religie niet zo. Ik zie het vooral als goed gereedschap om je te helpen dichter bij jezelf te komen. Het is als een wijsvinger: ik wijs je ermee waar de maan is, maar als je die hebt gezien, moet je niet langer naar mijn vinger kijken. Persoonlijk geloof ik niet dat het uitmaakt welke religie je aanhangt, het is een manier om je focus te verleggen naar je innerlijk. De vraag is vooral: wat doet het met je, wat voor mens word je erdoor?’

Heb je dat gereedschap dan wel ­nodig?

‘Ik denk het niet. Als jij helemaal niet in God gelooft, zal het leven je toch lessen leren. Dus wat ben jij anders aan het doen dan ik? Een atheïst maakt ook dingen mee, ook hij groeit. Hij heeft zijn eigen pad. Ik waardeer dat, zolang hij maar echt leeft en niet alleen bestaat.’

Zijn mensen vooral met bestaan bezig?

‘Dat kan ik het best beantwoorden door naar mezelf te kijken. Er zijn momenten waarop ik volledig word geleefd door deadlines, targets en vergaderingen – alles is dan geprogrammeerd. Dan dreig ik mezelf helemaal te verliezen en moet ik mezelf dwingen een stapje terug te zetten door te zeggen: ‘Ik leef niet.’ Ik denk dat veel mensen datzelfde gevecht van leven of bestaan meemaken. In Suriname zeggen we vaak: je leeft of je wordt geleefd. Als je alleen maar bestaat, geleefd wordt, ben je niet vrij.’

Hebben we dan een vrije wil. Ligt ons lot niet vast?

‘We hebben een vrije wil, waarmee je kunt bepalen hoe ver je op je spiri­tuele pad komt. Dat is je karma. Dat woord heeft dus niet te maken met voorbestemd zijn, zoals mensen vaak denken. Letterlijk betekent het ‘handeling’. Karma kun je begrijpen met de metafoor van de vijver. Daar gooi ik een steentje in en er komen golfjes naar mij terug. Maar ik sta daar niet alleen, iedereen gooit zijn steentje, dus onze golven raken elkaar en veranderen daardoor, iedereen heeft invloed op elkaar. Dat is de essentie van karma. Dus het is niet je lot, zoals het in het taalgebruik vaak wordt gebruikt, maar je handeling, het gooien van dat steentje.

Leestip

‘Vrij zijn is essentieel voor het menselijk bestaan. George Orwell maakt dat zonneklaar in zijn boek 1984, geschreven in 1948. Hij laat de verschrikking zien van staatscontrole die zich via de Gedachtenpolitie zelfs over ons denken uitstrekt. Ik vind dat mensen zich te weinig bewust zijn van hun vrijheid – (her)lezing van Orwell maakt het belang heel duidelijk.’

‘Wel geloof ik dat alles wat op mijn pad komt, is bedoeld om mij bepaalde lessen bij te brengen, dus het is niet toevallig. Vergelijk het met een school. Stel dat je erop zit en het lukt je maar niet die lessen onder de knie te krijgen. Dan biedt de leerkracht ze opnieuw aan, telkens op een andere manier. Je leven is die school en die ­leraar is je eigen innerlijk. Dus de keuzes die ik dagelijks moet maken, gaan over lessen die ik nog niet heb geleerd. Afhankelijk van mijn reactie vormt mijn toekomst zich.’

En dankzij reïncarnatie kunt u het altijd nog in een volgend leven ­leren?

‘Inderdaad. Mijn levensvorm, dit ­lichaam, heeft een einde, maar mijn levenspad niet. Als ik de lessen nu niet leer dan later wel. Bij de christelijke gedachte van een enkel leven, this is your only shot, zou ik me ongelukkig voelen.’

Vreest u uw eigen dood dus niet?

‘Mijn dood is ook voor mij iets engs. Maar ik zie haar ook als iets moois. De dood zorgt ervoor dat mijn tijd hier op aarde kostbaar is. Toen mijn opa overleed, riep ik tegen mijn vader: ‘Ik wil niet dood, ik wil niet verdwijnen en worden uitgeveegd.’ Nu besef ik dat de dood zelf niet te vermijden is, maar dat uitvegen wel. Ik kan voort­leven door impact te hebben op het leven van anderen, of dat nu in mijn rol als pandit is of in die van buurman. Ik vind het mooi te beseffen dat mijn grootvader nog steeds in mij leeft – zijn lach, zijn strenge lessen, ik herinner me alles nog goed. De verhalen van mijn voorouders hebben impact gehad. Hopelijk geldt dat later ook voor mij.’

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden