Artsen zonder Grenzen: zet hulp niet in voor politieke doeleinden

AMSTERDAM - Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) waarschuwt voor een zogeheten politisering van de internationale hulp. In de strijd tegen terrorisme zetten internationale coalities graag hulpverleners in als onderdeel van hun campagne om de plaatselijke bevolking voor zich te winnen. Daardoor zien tegenstanders hen als gerechtvaardigd doelwit. Op dit moment worden twee Spaanse AzG-medewerkers door onbekenden gegijzeld in Somalië.


De denktank van AzG in Parijs, die op afstand is geplaatst van de operationele afdeling van de hulporganisatie, waarschuwde al eerder voor deze ontwikkeling. In het kritische boek Humanitarian Negotiations Revealed, dat maandag uitkwam, illustreren de onderzoekers dit proces met een voorbeeld uit Afghanistan. Daar besloot AzG te vertrekken in 2004 na een bloedige aanslag, om later terug te keren met een nieuwe aanpak.


'Zij spioneren voor de Amerikanen', verklaarden de Taliban een bomaanslag in de provincie Badghis waarbij vijf medewerkers omkwamen. Daarop concludeerde AzG dat onafhankelijk humanitair werk, door onbewapende hulpverleners, niet langer mogelijk was in Afghanistan. Het neutrale en onafhankelijke imago was volgens de hulporganisatie gecompromitteerd door de 'hearts & minds'-campagne van ISAF. Daarbij speelt ontwikkelingswerk een sleutelrol. AzG vertrok na 24 jaar aanwezigheid.


Veel deskundigen en commentatoren concludeerden sindsdien dat de zogeheten humanitaire ruimte is verminderd. In extreme gevallen huren hulpverleners, waaronder Artsen zonder Grenzen, gewapende bewakers in. In andere gebieden werken hulpverleners alleen nog met plaatselijke organisaties die op afstand worden aangestuurd. Daardoor hebben hulporganisaties minder zicht op de besteding van hun geld en de afspraken die veldwerkers maken met regeringen en krijgsheren.


In de nieuwe studie stellen de onderzoekers dat de ruimte om veilig te werken variabel is. Dat hangt mede af van de afspraken die je met alle partijen maakt. AzG keerde in 2009 terug naar Afghanistan, terwijl daar een jaar eerder 38 hulpverleners waren omgekomen en 147 ontvoerd. Geïnspireerd door het Internationale Rode Kruis, dat zijn onafhankelijke reputatie in Afghanistan had weten te herstellen door onder meer videogesprekken te organiseren tussen gevangen Talibanverdachten en hun familieleden, zocht AzG contact met de Taliban en later met het Haqqani-netwerk. De hulpverleners mochten beginnen in Kabul, in de provincie Helmand en sinds kort in Kunduz.


Veiligheid van personeel

Daar runt AzG een ziekenhuis met 55 bedden in Kunduz-Stad, waar slachtoffers van ongelukken en geweld terecht kunnen. De plaatselijke Taliban en het provinciebestuur keurden dat verzoek onder meer goed omdat AzG geen geld ontvangt van overheden. Veel westerse hulporganisaties in Afghanistan geven ontwikkelingsbudget van hun thuisland uit. De onderhandelingen werden vertraagd, blijkt uit de studie, doordat gesprekspartners van zowel de provinciale overheid als de Taliban omkwamen door aanslagen. De gesprekken gingen onder meer over de veiligheid van ambulancepersoneel in de buitengebieden.


Het voorbeeld illustreert dat nog altijd hulp kan worden verleend in conflictgebieden. Maar het laat zien dat hulp slechts mogelijk is als alle betrokken partijen denken daar belang bij te hebben. Hulpverleners doen daarbij medische en logistieke concessies, en plaatselijke machthebbers krijgen meer legitimiteit onder de bevolking. AzG bedankte wegens de onveiligheid voor een verzoek van de Taliban om meer ziekenhuizen te openen buiten de provinciehoofdstad.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden