Artsen zien wel wat in placebo's

Soms werkt de aanprijzing door een arts in combinatie met positieve verwachtingen beter dan pillen. 'Waarom zouden we van die kennis geen gebruikmaken?'

97 procent van de huisartsen in Groot-Brittannië schrijft weleens een behandeling voor die niet strikt noodzakelijk is, meldt het wetenschappelijk tijdschrift PLoS One deze week. Dat is geen ramp, patiënten kunnen wel degelijk baat hebben bij placebobehandelingen, vinden wetenschappers.

Artsen verrichten soms lichamelijk onderzoek of schrijven een diagnostische test voor om, bijvoorbeeld, patiënten gerust te stellen, aldus onderzoekers van de universiteit van Oxford en Southampton. Ook in Nederland is veel onderzoek gedaan naar het zogenoemde placebo-effect: het positieve effect van een behandeling dat niet aan medicatie valt toe te schrijven. De communicatie tussen arts en patiënt speelt hierbij een belangrijke rol, zegt Jozien Bensing, hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht. Bensing doet al sinds de jaren tachtig onderzoek naar arts-patiëntcommunicatie.

'Aandacht en tijd blijken heel belangrijk te zijn in de spreekkamer', vertelt Bensing. In een eerder onderzoek analyseerde zij samen met collega's ruim zestienduizend video-opnamen van spreekkamergesprekken. 'De invloed van goede communicatie kan zelfs groter zijn dan die van medicatie als antidepressiva.'

Bensing bekeek in haar onderzoek wat er gebeurt in het lichaam als mensen worden blootgesteld aan verschillende typen communicatie. Daartoe onderzocht ze vier groepen patiënten met dezelfde klachten. Zij kregen dezelfde behandeling, maar door twee verschillende soorten artsen, een empathische en een afstandelijke. De voorgeschreven medicatie werd door beide typen arts ofwel enthousiast, ofwel neutraal aangeprezen.

Patiënten meldden meer baat te hebben bij een behandeling door de empathische arts die het medicijn aanprees. 'Deze combinatie van positieve verwachting van het medicijn en aandacht van de arts is essentieel', verklaart Bensing.

De onderzoekster onderscheidt drie mechanismen die ten grondslag liggen aan het placebo-effect: het eerste is het creëren van positieve verwachtingen bij de patiënt. Als de arts de behandeling aanprijst, maakt het lichaam zich als het ware klaar voor een positief effect, aldus Bensing. Het tweede mechanisme wordt conditionering genoemd - bekend gedrag wordt beloond. Wanneer de patiënt gewend is aan een bepaald resultaat door een eerdere behandeling, zal diezelfde behandeling een beter effect hebben. In het derde mechanisme speelt de aandacht die de patiënt van de arts krijgt een belangrijke rol. Bij een positieve benadering maken de hersenen dopamine en serotonine aan, neurotransmitters die zorgen voor algemeen welbevinden.

De combinatie van het aanprijzen en een positieve benadering werkt voor patiënten het best, aldus Bensing. 'Artsen moeten zich ervan bewust zijn dat dit een belangrijke functie is van het consult', meent de onderzoekster. Ook de Britse onderzoekers willen het taboe op placebo-effecten slechten. Bensing: 'Het is een vorm van geneeskunde die geen schade doet, niets kost en een klein risico heeft. Waarom zouden we daar geen gebruik van maken?'

Naar pijn en depressie is het meeste placebo-onderzoek gedaan; parkinson, MS en ziekten aan het immuunsysteem worden ook onderzocht. 'Met name de symptomen van een ziekte kunnen verminderen door het placebo-effect, het ziekteproces zelf niet', vertelt Bensing, die in 2006 de Spinozapremie ontving, de hoogste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap.

Er is wel een ethisch dilemma: moet een arts de behandeling altijd aanprijzen, ook als hij niet zeker is van de werking? 'Eerlijkheid is van primair belang', zegt Peter Lucassen, huisarts en onderzoeker aan de Universiteit St Radboud in Nijmegen. Ernstige gevolgen moet je nooit achterhouden, maar als de kans op herstel groot is, zijn er weinig bezwaren tegen het aanprijzen van een behandeling. 'Als je verwacht dat het wel goed komt, kun je de boodschap beter positief brengen.'

Integriteit en oprechtheid zijn belangrijke kernwaarden, beaamt ook Bensing. Maar zelfs in gevallen waarin patiënten ongeneeslijk ziek zijn, speelt aandacht een belangrijke rol. 'Die patiënten worden misschien niet meer beter, maar kunnen met behulp van de arts nog wel een goede invulling geven aan de tijd die ze nog hebben.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden