nieuws zaak tegen verpleeghuisarts

Artsen huiverig na vonnis euthanasie: ‘Wilsverklaring is geen waardebon’

Het eerste vonnis in een euthanasiezaak leidt tot zowel opluchting als huiver. Een schriftelijke wilsverklaring is voldoende voor euthanasie bij dementie, oordeelt de rechter. Artsen vrezen dat hierdoor de druk toeneemt om in te stemmen met levensbeëindiging bij mensen die niet meer aanspreekbaar zijn.

Verpleeghuisarts Catharina A. in de Haagse rechtbank, waar zij zich moest verantwoorden voor de euthanasie op een patiënte. Beeld ANP

In deze zaak werd een specialist ouderengeneeskunde door het Openbaar Ministerie (OM) beschuldigd van moord, omdat zij het leven beëindigde van een zwaar demente vrouw. De rechter in Den Haag ontsloeg haar woensdag van rechtsvervolging. Zij heeft aan alle zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet voldaan, aldus de rechter.

De cruciale vraag in deze zaak: moet een eerder gedane schriftelijke wilsverklaring rondom levensbeëindiging door de arts ook nog geverifieerd worden op het moment dat iemand door zijn ziekte niet meer wilsbekwaam is? Het OM meende dat in dit geval de arts in gesprek had moeten gaan met de zwaar demente patiënt om bevestigd te krijgen dat ze dood wilde.

Dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle ingesproken versie

De rechtbank in Den Haag maakt in haar uitspraak woensdag korte metten met deze veronderstelling. Er is ‘geen juridische plicht’ om in zo’n geval de ‘actuele stervenswens’ te verifiëren, staat in het vonnis. Dat zou volgens de rechtbank ‘niet betekenisvol’ zijn – de ziekte alzheimer brengt immers met zich mee dat met de patiënt geen coherent gesprek meer te voeren valt. Deze vrouw kon haar wil niet meer kenbaar maken. Precies voor die gevallen dient volgens de rechtbank juist de schriftelijke wilsverklaring met dementieclausule, waarin mensen op een moment dat ze nog wel helder van geest zijn, formuleren onder welke omstandigheden zij op een later moment hun leven willen beëindigen.

Opluchting

Patiënten die zich afvragen of hun stervenswens wel zal worden uitgevoerd als zij wilsonbekwaam zijn, ervaren de uitspraak als een steun in de rug. ‘Wij zijn ongelooflijk opgelucht’, reageert Agnes Wolbert, directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Zij spreekt van ‘een heel heldere uitspraak, zonder onduidelijkheden’. ‘Het is mooi dat de rechter teruggaat naar wat de euthanasiewet vraagt, en daarbij uitgaat van de wil van de patiënt en het recht op zelfbeschikking. Mensen leggen een wilsbeschikking juist vast omdat zij zelf het laatste woord willen hebben over hun einde.’

Artsen die ongerust waren over de strafrechtelijke vervolging van een collega, voelen ook opluchting. ‘Een belangrijke en heldere uitspraak, die op alle fronten de arts steunt’, zegt Steven Pleiter van het Expertisecentrum Euthanasie, voorheen de Levenseindekliniek. Pleiter stelde eerder dat artsen terughoudender zijn geworden met het uitvoeren van euthanasie op basis van wilsverklaringen. Met deze uitspraak is ‘de kou nog niet uit de lucht’ volgens Pleiter, omdat het OM nog enkele andere zaken onderzoekt. Bovendien wordt een hoger beroep in deze zaak overwogen. ‘Pas als de kans op strafrechtelijke vervolging nul is, zal de rust bij de artsen wederkeren’, zegt Pleiter.

Tegelijkertijd heeft een grote groep artsen moeite met euthanasie enkel op basis van een eerdere schriftelijke wilsverklaring. Twee jaar geleden spraken 220 artsen zich daartegen uit in een paginagrote advertentie in drie landelijke kranten. Specialist ouderengeneeskunde Bert Keizer – ook werkzaam bij het Expertisecentrum Euthanasie – was een van hen. Hij spreekt van ‘een uitspraak vol prikkeldraad’. ‘Juristen zullen hier wel blij mee zijn, maar artsen denken: wat moet ik nu? Het aantal artsen dat in dit soort situaties bereid is tot het uitvoeren van euthanasie, is zeer gering. Door dit vonnis zal de druk op hen toenemen. Dan kun je zeggen: een dokter mag euthanasie altijd weigeren, maar in de praktijk is dat lastig. Je bent al snel een zeurpiet, helemaal nu de rechter heeft gezegd dat dit mag.’

Waardebon

De Landelijke Huisartsen Vereniging sprak eerder zorgen uit over de tendens dat euthanasie maatschappelijk als ‘een recht’ wordt beschouwd en noemde het ‘van groot belang dat artsen de ruimte hebben om een euthanasieverzoek niet te honoreren’. De vereniging van specialisten ouderengeneeskunde wijst er in reactie op deze zaak op dat een schriftelijke wilsverklaring ‘geen waardebon voor levensbeëindiging’ is.

De vervolgde arts maakte in 2016 een eind aan het leven van een 74-jarige vrouw. Die had eerder in een wilsverklaring bij de huisarts laten opnemen dat zij niet meer verder wilde leven op het moment dat zij vanwege haar dementie in een verpleeghuis zou moeten worden opgenomen. Ze voerde sinds het opstellen van die verklaring nog meermaals gesprekken met de huisarts en een geriater, waarin ze die wens bevestigde.

Toen de vrouw begin 2016 daadwerkelijk in het verpleeghuis terechtkwam, werd de specialist ouderengeneeskunde daar op de hoogte gesteld van het bestaan van de wilsverklaring van de patiënt. Zij is vervolgens gaan onderzoeken of euthanasie mogelijk was. Na beraad met onder meer de familie van de vrouw en twee onafhankelijke artsen, kwam zij tot de conclusie dat aan de voorwaarden voor vrijwillige levensbeëindiging was voldaan.

De Regionale Toetsingscommissie Euthanasie, die alle euthanasiezaken evalueert, oordeelde in 2016 dat de specialist ouderengeneeskunde onzorgvuldig was geweest. De wilsverklaring van de vrouw was volgens de commissie niet eenduidig genoeg om euthanasie te rechtvaardigen. Dit omdat zij daarin liet weten dat zij het moment van euthanasie zelf wilde kiezen: ‘Wanneer ik daar zelf de tijd rijp voor acht.’

Waarschuwing

Daarna oordeelde ook het Centraal Tuchtcollege, dat toetst of artsen zich aan de medische standaard houden, dat de arts niet zorgvuldig had gehandeld. De wilsverklaring van de vrouw was voor tweeërlei uitleg vatbaar, vond het tuchtcollege, en de arts had met de dementerende vrouw in gesprek moeten gaan over haar stervenswens. Het tuchtcollege gaf de arts een waarschuwing.

Het Openbaar Ministerie vond bovendien dat de arts ook strafrechtelijk over de schreef was gegaan en besloot – voor het eerst in een euthanasiezaak – tot vervolging. De arts had volgens het OM beter onderzoek moeten doen, omdat de patiënt weliswaar wilsonbekwaam was, maar nog wel kon praten. De rechtbank stelde woensdag dat het feit op zich dat iemand nog woorden kan produceren niet wil zeggen dat een gesprek over een doodswens zin heeft. ‘Wij kunnen daar de noodzaak niet van inzien, laat staan dat daartoe een juridische plicht bestaat’, aldus de rechter.

Voorzitter Jacob Kohnstamm van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie, die de arts dus eerder op de vingers tikte, constateert dat de rechter de toetsingscommissie nu ‘op twee punten tot de orde heeft geroepen’. De rechter keurt het, anders dan de toetsingscommissie, goed dat de arts vooraf eerst een slaapmiddel in de koffie van de vrouw had gedaan om haar rustig te maken. Daarnaast oordeelt de rechter anders over de wilsverklaring. ‘Wij namen de letterlijke tekst van de wilsverklaring als uitgangspunt, maar volgens de rechter gaat het om de context, de betekenis ervan zoals zij die met haar huisarts heeft besproken toen zij nog wilsbekwaam was’, zegt Kohnstamm. ‘Daaraan moeten we ons nu conformeren.’

Over gevallen aan de rand van de wet

‘Het recht is niet het domein van het hart’, zei procureur-generaal Rinus Otte vorig jaar in een interview met Coen Verbraak. ‘Het gaat om het hoofd, en om de uitleg van het wetboek.’ Daarin is hij rechtlijnig, gaf hij gretig toe

Schrijver en oud-journalist Henk Blanken: ‘Het gaat in alle debatten over euthanasie en dementie veel te weinig over de naasten. Mijn basisgedachte is: ‘Mijn dood is niet van mij.’ Ik ben er niet bang voor, ik weet niet wat dood-zijn is en zal het nooit weten, waarom zou ik me er dan druk over maken? Of over mijn half-dood die dementie is? Ik ben het niet die straks in een luier rondloopt, dat heeft alleen nog betekenis voor mijn naasten. Dan laat ik het graag aan hen om over mijn dood te beslissen.’

Opinie: te vrezen valt dat de mogelijke winst van de methode-Otte niet opweegt tegen de mogelijke schade: een euthanasiewet die geen enkele zekerheid biedt aan de uitdijende groep dementiepatiënten, hun familie en hun (huis)artsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden