Artsen begrijpen wet niet goed

Veel mensen weten niet dat een vroegere wilsverklaring bij wilsonbekwame patiënten een mondeling verzoek volledig vervangt.

ELS BORST

Sinds de Zembla-tv-uitzending van 14 februari is de discussie over euthanasie bij vergevorderde dementie (is het nu wel of niet toegestaan in geval van een duidelijke wilsverklaring?) volop gaande, ook in de kolommen van de Volkskrant. Helaas zijn niet alle briefschrijvers op de hoogte van de geldende wetgeving, hetgeen de discussie onnodig verwart.

Zo stelt Peter van Rijn, gepensioneerd huisarts, dat euthanasie 'een onwettige daad is, waarbij de officier van justitie... na afloop kan besluiten af te zien van strafrechtelijke vervolging' (O&D, 25 februari). Van Rijn beschrijft hier echter de situatie van voor de Euthanasiewet van 2001. Sindsdien is euthanasie door een arts geen onwettige daad meer, mits hij zich aan de zorgvuldigheidseisen houdt. Dit wordt na afloop beoordeeld door een toetsingscommissie (jurist, arts, ethicus). Luidt het oordeel 'zorgvuldig', dan komt de officier van justitie er niet meer aan te pas. Dit heeft het percentage artsen dat zich houdt aan de meldingsplicht doen stijgen van 54 procent (2001) naar 96 procent (2010).

Van Rijn voert als argument voor het weigeren van euthanasie aan dat iemand in de nieuwe situatie van dementie een andere persoon is geworden, waardoor de euthanasieverklaring 'vanzelfsprekend niet meer a priori geldig is'. Dus iemand die 80 jaar lang de wilsbekwame mevrouw A is geweest, een verzoek om euthanasie bij gevorderde dementie heeft vastgelegd en regelmatig heeft herbevestigd en besproken met haar huisarts, verandert door de ziekte van Alzheimer in mevrouw B, die dit alles niet heeft gedaan en daarom niet aan een waardig levenseinde kan worden geholpen. Ik heb ernstige twijfels over de rechtsgeldigheid van deze 'wisseltruc', die in Zembla ook door de KNMG-woordvoerder werd gehanteerd. Ik ben dan ook benieuwd naar de mening van andere deskundigen op dit punt.

Intussen wordt het hoog tijd dat de overheid ons duidelijk voorlicht over de juiste interpretatie van de wettekst. Veel artsen, patiënten en familieleden blijken namelijk niet op de hoogte van het feit dat een vroegere wilsverklaring bij een wilsonbekwame patiënt voor de wet een mondeling verzoek volledig vervangt. Dit betekent dat twee van de zorgvuldigheidscriteria (a. dat de arts de patiënt heeft voorgelicht over situatie en prognose én b. dat arts en patiënt samen tot de overtuiging zijn gekomen dat er geen andere redelijke oplossing is) niet meer vereist zijn, dit in tegenstelling tot de mening van Jos Velthoven (O&D, 25 februari).

Bij de behandeling van de Euthanasiewet in de Tweede Kamer heeft de toenmalige minister van Justitie, Benk Korthals, dit nog eens duidelijk verklaard.

De overige zorgvuldigheidseisen, waaronder die van ondraaglijk lijden, blijven wel van toepassing.

Tot slot: ook als aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan, is de arts niet verplicht om het leven van een zwaar demente patiënt te beëindigen. Maar er zijn nu artsen die dat wel willen, maar niet durven, vanwege een verkeerd begrip van de wettekst. Aan die situatie zou de overheid via goede voorlichting een eind kunnen maken. De passage in het Regeerakkoord over het voortzetten van de discussie over het levenseinde biedt daartoe een opening.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden