Arts zwijgt niet altijd meer

Geldt de geheimhoudingsplicht voor de dokter als een patiënt met een pistool op zak binnenloopt? Ziekenhuizen maken steeds vaker afspraken met politie en justitie....

Een man strompelt de afdeling eerste hulp van een ziekenhuis binnen. Zijn T-shirt zit onder het bloed. Groot alarm. De opgetrommelde arts bekijkt de wonden en ziet dat de patiënt enige malen met een mes in de buik is gestoken. Hij vraagt verder niks, maar helpt de man zo goed mogelijk.

Terwijl hij bezig is, gaat de telefoon. De politie aan de lijn: 'Is er bij u een man met steekwonden? Hij is slachtoffer van een criminele afrekening en kan ons mogelijk interessante dingen vertellen.'

Een probleem voor de arts. Immers hij heeft de eed van Hypocrates gezworen over het medisch beroepsgeheim. 'In welk huis u binnentreedt', klinkt het plechtstatig, 'het is alleen voor het voordeel van de zieke. (...) Wat u ook hoort of ziet over het leven van mannen of vrouwen wat niet mag uitgesproken, dat houdt u onherroepelijk geheim.'

Deze regels zijn vertaald in talrijke wetten waaraan de arts zich moet houden. Elk arts die afstudeert, moet de eed zweren voordat hij tot de beroepsgroep wordt toegelaten. Alleen de wet op de Infectieziekte en de wet op de Lijkbezorging verplichten de arts de geheimhouding te doorbreken.

Maar meer en meer wordt aan het medisch beroepsgeheim geknaagd. In de grote steden hebben talrijke ziekenhuizen afspraken gemaakt over wat ze doen met telefoontje van de politie over een patiënt. Maar ook kleinere ziekenhuizen, zoals in Almere, gaan daartoe over. ' Wij komen begin 2004 met een afspraak', zegt de woordvoerder van het Flevoziekenhuis. 'De problemen komen ook deze kant op.'

De Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen heeft, gezien de ontwikkeling, een nieuwe handreiking gemaakt met voorbeelden hoe een ziekenhuis moet handelen op verzoeken van justitie en politie. Het boekwerkje verschijnt eind deze maand.

Het geval van de neergestoken man en de dubbende arts vindt het Universitair Medisch Centrum Utrecht niet eens zo ingewikkeld, zegt mr. Albert Vermaas, jurist van de raad van bestuur. ' We vragen aan de patiënt wat hij wil, voordat we de politie antwoorden. Het zal u verbazen, maar in verreweg de meeste gevallen stemt de patiënt in met het doorgeven van zijn gegevens.'

Als hij niet meewerkt, dan is er een probleem, zegt Vermaas. 'Dan zeggen we hem dat we in gewetensnood worden gebracht en dat we een afweging gaan maken. Om het simpel te stellen: als de mogelijkheid bestaat dat de man zelf geweld gaat gebruiken en dat we dat voorkomen als we de politie inlichten, zullen we dat doen. Als er geen gevaar is te duchten, dan niet. We zijn geen verlengstuk van justitie.'

Het UMC Utrecht wil de afspraken met justitie en politie uitbreiden. Vermaas komt met het volgende voorval: 'Onlangs kwam een vrouw bij een polikliniek die een pistool op de balie legde. De medewerkers wisten niet goed wat te doen. Gelukkig was de vrouw vriendelijk en er gebeurde verder niks.'

Dit leidde tot de vraag hoe te handelen. Of wat te doen als er verbaal geweld wordt gebruikt. Het UMC gaat daarover in september afspraken maken met politie en justitie. Vermaas: 'Wij willen een dergelijk voorval meteen aan de politie melden en de afspraak maken dat ze snel komt. In de tussentijd houdt de bewaking een oogje in het zeil, ze volgen de persoon. Als die weet te ontkomen, dan geven we het adres door zodat de politie bijvoorbeeld de wapenvergunning kan controleren.'

De medische ethiek volgt het denken over het medisch beroepsgeheim op de voet. 'De vuistregel is dat de patiënt zich vrij moet voelen om te komen als hij behandeling nodig heeft', zegt dr. Suzanne van de Vathorst, ethicus verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. ' Je wilt als arts beschikbaar zijn voor de mensen die je hulp nodig hebben. De arts treedt het privé-leven van een patiënt binnen en het is logisch dat hij daarover zijn mond houdt.'

Maar de zwijgplicht houdt een keer op, doceert ze. De arts moet eerst proberen toestemming te krijgen van de patiënt. Als dat niet lukt, het geweten van de art knaagt en mogelijke schade of gevaar wordt beperkt bij schending van het beroepsgeheim, dan is het doorbreken ervan toegestaan. ' Maar dan zo min mogelijk', zegt Van de Vathorst.

Het geven van de naam van een patiënt die zichtbaar een verboden wapen heeft, lijkt haar geen probleem. Dat feit is niet in vertrouwen met de hulpverlener gedeeld en dus is het medisch beroepsgeheim niet aan de orde.

Voor zover zij kan overzien, zijn de afspraken tussen ziekenhuizen en opsporingsinstanties op het juiste principe gebaseerd. Belangrijk is dat de hulpverlener uiteindelijk verantwoordelijk is, zegt ze. Hij is het die de afweging moet maken en niemand anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.