Artisjok tussen de bloemkolen

Het aantal allochtone ondernemers steeg de afgelopen jaren met maar liefst 39 procent. M'hamed Kemmoun is succesvol middenstander in Groningen....

Het lijkt M'hamed Kemmoun goed voor zijn restaurant als de wereldberoemde zanger Khaled er donderdagavond komt eten. Die avond verzorgt Khaled een optreden in zalencentrum De Oosterpoort en is hij toch in de buurt. M'hamed heeft de mensen van het zalencentrum al meerdere malen laten weten wat zijn plannen met de zanger zijn. Maar omdat alles nog zonder resultaat is gebleven, gaat hij er vanmiddag even poolshoogte nemen, even kijken hoe het ermee staat.

M'hamed Kemmoun (50) is een enthousiaste ondernemer, eigenaar van restaurant Mechouï en supermarkt Le Souk, beide gevestigd in de Folkingestraat van Groningen. Hij ziet eruit als een middenstander: spijkerbroek, overhemd onder een lamswollen trui, en voor buiten een gewatteerd winterjack; kleding waarin gewerkt kan worden en die toch netjes staat. Met korte, snelle pasjes gaat het via het Gedempte Zuiderdiep naar De Oosterpoort aan het Verbindingskanaal. 'Aïcha, Aïcha', zingt hij onderweg, 'écoute-moi.' Het is Khaleds bekendste liedje. Ook mensen die nog nooit van raï-muziek hebben gehoord, zingen het moeiteloos mee.

In De Oosterpoort is het nog donker en stil; de vloeren worden gedweild, de koffiekopjes gestapeld, en ook in de kantoren op de eerste verdieping wordt rustig gewerkt. Andere mensen maken vooraf een afspraak, maar M'hamed ziet meer in het onaangekondigde contact. Misschien dat de medewerkers daarom even schrikken als ze hem zien, dat er daarom eentje in de deuropening gaat staan en zegt: 'We wilden eigenlijk net gaan vergaderen.'

Maar M'hamed heeft vermoedelijk een leugentje gehoord. 'Anders ga ik het hem zelf wel even vragen', probeert hij zachtjes. 'Tijdens de soundcheck ofzo...'

'Niet nodig', zegt de medewerker. 'Wij bellen jou wel.'

M'hamed brengt nog een verongelijkt geluidje uit. Over een paar seconden draait hij zich om en loopt hij De Oosterpoort uit, de rest van opnieuw een lange werkdag in. Nu kijkt hij de cultureel medewerker nog één keer aan - ze zijn nog niet van hem af.

Fatsoenlijke olijf

M'hamed Kemmoun kan heel goed observeren. Op negentienjarige leeftijd observeerde hij dat het met Algerije politiek de verkeerde kant op ging en vertrok hij naar Parijs. Daar observeerde hij dat hij veel te veel in de kroeg zat en er beter weg kon gaan, een paar jaar later in Groningen dat je er nergens een fatsoenlijke olijf kon kopen. Zeker met deze laatste observatie sloeg hij de spijker op de kop: zijn winkel ging meteen zo goed dat hij zijn studie sociologie eraan moest geven.

Docent Pim Fortuyn probeerde hem aan de kassa nog weleens op andere gedachten te brengen, maar M'hamed antwoordde steeds: 'Pim, je moet accepteren dat ik voor mijn boterham kies.' Intussen is M'hamed al ruim twintig jaar ondernemer in de Folkingestraat. Restaurant Mechouï kan nog wat reclame gebruiken, de welstandscommissie moet de gevel van zijn nieuw te openen theehuis nog goedkeuren, maar in Groningen weet iedereen dat je bij Le Souk de meest verse vruchten en kruiden kunt kopen.

Tien jaar geleden waren er plannen om van Le Souk een keten te maken, met overal filialen, maar die zijn volgens M'hamed stukgelopen op zijn 'romantisch-emotionele' opvatting van het ondernemersschap: bij het aannemen van nieuw personeel kijkt hij bijvoorbeeld veel meer naar spontaniteit dan naar vaardigheden of een crimineel verleden.

Vestdijk

Het aantal allochtonen met een eigen zaak is volgens nieuwe cijfers van het CBS tussen 1999 en 2003 met 39 procent gestegen, het aantal autochtonen tegelijkertijd met 3 procent. Het is een groot verschil, dat M'hamed gemakkelijk verklaart: 'Wij doen het niet uit liefde voor het ondernemersschap. Het is voor ons de enige manier om een stapje hogerop te komen, zodat onze kinderen niet verplicht achter de kassa hoeven te gaan staan, maar hun eigen belangstelling kunnen volgen.'

De kinderen van M'hamed zijn overigens breed geïnteresseerd: Maïsa (10) zit op pianoles, Nazim (13) leest graag Vestdijk na het schermen.

Niettemin heeft M'hamed plezier in zijn bedrijven, die hij luchtig en opgewekt beheert. Afspraken zijn veelal facultatief, tijd voor koffie is snel gemaakt en te laat komen is helemaal niet erg. De meeste van de twintig vaste en parttime werknemers steken dan ook hun duim omhoog als hun mening over M'hamed wordt gevraagd. Alleen Fowazz, die als bedrijfsleider van Le Souk de zaken graag goed geregeld ziet, antwoordt zonder van zijn onafscheidelijke prijstang op te kijken: 'Ik had liever een Nederlandse baas gehad.'

Artisjokken

's Ochtends kun je M'hamed overal en nergens tegenkomen. Soms doet hij inkopen in Amsterdam, heel belangrijk zijn die: 'De winst begint bij de inkoop.' Soms loopt hij rondjes op de markt, waar hij op vrijdag en zaterdag een kraampje heeft staan, en voorziet hij Hollandse collega's van advies: 'Durf nou eens een doosje artisjokken naast je bloemkolen te zetten.' Maar ze luisteren niet, bang als ze zijn om spullen over te houden. Zelf gooit M'hamed wekelijks dozen granaatappels of papaja's weg, die soms vooral voor zijn winkel staan om passanten te verleiden. 'Een echte ondernemer kijkt niet alleen naar zijn kassa', vindt hij, 'maar vooral naar de ogen van de klant.'

Ook loopt M'hamed vaak de Folkingestraat op en neer, snelwandelend tussen de supermarkt en het restaurant. Hij groet de mensen die de straat gebruiken om van het Centraal Station in het centrum te komen of er genieten van het vrolijk-alternatieve winkelaanbod.

Voor de oorlog woonden hier de joden, na de oorlog veel soorten tuig in de leeggevallen panden; de mooie synagoge werd als wasserette ingericht. Maar sinds de jaren zeventig brandt hier 's avonds weer gewoon de straatverlichting en tegenwoordig kun je hier ook hippe broodjes kopen, tweedehands boeken en meubels, zelfgemaakte sierraden en exotische hapjes.

Op de ochtend dat Khaled zijn restaurant hopelijk met een bezoekje komt vereren, staat M'hamed er in de felverlichte keuken, de handen diep in de gestoomde worteltjes en zegt hij: 'Kijk, de baas werkt ook!'

M'hamed maakt salades die later in Le Souk per doorzichtig bakje aan Nederlanders worden verkocht, medewerker Karim rolt zelfgekruide fetakaas in gegrilde plakjes courgette, samen bespreken ze de actualiteit. M'hamed was erbij toen de toenmalige burgemeester Chirac in de jaren zeventig de allochtonen over de ringweg van Parijs de troosteloze voorsteden in stimuleerde. En ook al had M'hamed toen nog geen enkel sociologieboek opgeslagen, toch zag hij al dat zoiets niet goed kon blijven gaan.

Tussendoor komt alleen Yahia even storen. Over deze Yahia, een Tunesiër met een warme trui en vrolijke krullen in de snor, zegt M'hamed: 'Als ik het lichaam van het bedrijf ben, is hij het hoofd.' Het komt: Yahia doet de boekhouding. Op de lage banken in het restaurant, met uitzicht op de waterpijpen in de vensterbank, houden zij wekelijks een kort, zakelijk overleg. 'Ik ben een beetje een anarchist', zegt M'hamed. Yahia knikt: 'We investeren alles meteen in het bedrijf terug', zegt hij, 'en brengen nooit iets zomaar naar de bank.' Het resultaat daarvan, denken ze, is behalve tevreden personeel en soms wat dozen onverkoopbare snoepgroente, ook 'doorlopend liquiditeitsproblemen'.

Ze kijken elkaar een tijdje aan, zachtaardig lachend, alsof ze het grappig vinden dat er nooit iets zal veranderen, en daarna is de vergadering alweer afgelopen. Yahia gaat naar huis, de post onder zijn arm. M'hamed pakt zijn salades, neemt ze mee de straat op en wandelt er 200 meter verderop zijn zelfbedachte winkelfilosofie mee binnen. Le Souk is namelijk geen normale winkel met levensmiddelen uit het Midden-Oosten. Het is een concept, een idee. 'Mensen komen voor een klein beetje couscous de winkel in, maar staan even later met een uitpuilend mandje bij de kassa', zegt hij. 'Dat komt omdat ik over de indeling heb nagedacht.'

Zonder alcohol

Op verschillende plekken in Groningen hebben allochtonen de laatste jaren winkels geopend en koopwaar op de stoep gezet: veel groentewinkels waar je ook tandpasta kunt kopen of avondwinkels zonder alcohol. Le Souk lijkt vooral voor Nederlanders te bestaan. Op elk moment van de dag zie je er zoekende, keurende mensen, die zich uitgebreid van de kwaliteit van de producten proberen te vergewissen. Zoals de meneer die een doorzichtig zakje couscous tussen duim en wijsvinger op schouderhoogte voor zich ophoudt, terwijl hij tussen de houten schepbakken en de weegschaal op en neer loopt. 'We komen hier elke week', zegt hij. En zijn echtgenote: 'Na afloop gaan we vaak nog even langs de synagoge. Er is daar altijd wel een mooie expositie.'

Le Souk is niet alleen smal en diep, maar vooral ook licht en helder. Bij de drempel houdt M'hamed zijn pas in. Hij heeft dan al uitgelegd waarom de vloer van de eerste meters van zijn winkel met stoeptegels is geplaveid. Dat geeft mensen namelijk het idee dat ze buiten staan en nog vrijblijvend naar de groente staan te kijken, die er in houten bakken liggen uitgestald. Dan stapt hij de drempel over en demonstreert hoe klanten zich gewoonlijk gedragen. Ze inhaleren diep, ruiken de kruidenmelanges die er op rieten schalen liggen opgehoopt. Met een vrolijk gemoed en andere ogen kijken ze nu naar de conserven in de schappen, de kruiden op de toonbank en het meisje met de lange haren daarachter.

Sahara-geel

Nu begint M'hamed door zijn winkel te zwieren. Le Souk is zijn grote trots en ook al jaren zijn belangrijkste bron van inkomsten. Na de kruiden en conserven komt de afdeling banket; er zijn pasteitjes met dadelpasta verkrijgbaar en ook veel verschillende broden, die naar brood smaken, pesto of olijven. Op het plafond is een gedetailleerde schildering aangebracht. Door een raam in de zijmuur valt onopvallend daglicht de ruimte binnen, zodat klanten niet in de gaten hebben hoe diep ze het winkelconcept intussen al zijn binnengedrongen.

Met hetzelfde doel zijn de wanden in het laatste gedeelte Sahara-geel gesausd. In winkels van concurrenten is de achterwand vaak donker, hier blijft de klant zich volgens M'hamed prettig voelen en kan hij in alle rust een keuze maken uit de tientallen verschillende soorten olijven en feta's. In het midden op de plavuizen staat bovendien een grote koelvitrine met de hapjes - sweetpeppers met kaas, prikkertjes met ansjovis - die op Groninger verjaardagsfeestjes de laatste jaren zo onontbeerlijk zijn geworden.

In de ruimte daarachter is M'hamed uitgezwierd en is de trots ineens van zijn gezicht verdwenen. Met het concept heeft dit magazijn al niets meer te maken. Hier is een gewone deur, die via een kleine parkeerplaats naar de Gelkingestraat leidt, en dat is de snelste route naar De Oosterpoort.

Terrorisme

Met nul op het rekest loopt hij een half uur later naar zijn middagpauze thuis. Natuurlijk is er irritatie. Net als veel andere kunstenaars moest Khaled Algerije verlaten toen het land in de jaren tachtig te maken kreeg met het type terrorisme waar de wereld nu zo vol van is. Hij zong over alcohol en vrouwen, onderwerpen waar fundamentalisten niet van houden. Daarom is Khaled voor veel mensen een held. En daarom zou het voor de naamsbekendheid van Mechouï ook zo goed zijn als hij er vanavond na het optreden nog wat na kwam musiceren. De voortekenen zijn slecht, toch heeft M'hamed de moed nog niet opgegeven. 'Ik ga ze nog wel even bellen', zegt hij. 'Of misschien nemen ze wel contact op met mij.'

M'hamed heeft het goed gedaan. Met zijn vrouw en kinderen bewoont hij een oud herenhuis tussen de artsen en professoren in de Herman Colleniusstraat. Het personeel probeert hem er vaak te bereiken, maar hij neemt de telefoon niet op. Thuis moet het rustig zijn, en blijven. De kamers zijn er hoog en groot, de inrichting een prettige mix van Hollands en Algerijns - tussen de Arabische theekopjes ligt een roman van Harry Mulisch, in de gebrandschilderde ramen houdt de hand van Fatima de kwade geesten buiten de deur.

'Allochtonen zijn vaak dom', zegt hij als zijn vrouw een bordje linzensoep voor zijn neus heeft gezet. Ze steken hun geld in de bouw van grote huizen in het land van herkomst, waar ze toch nooit meer naar terug zullen keren - in Algerije moet het al stikken van de spookwijken. Hier wonen ze intussen in kleine, goedkope huizen, afzijdig van de maatschappij. Daarom stimuleert hij zijn personeel om hier een huis te kopen. 'Mensen met een hypotheek zullen hard werken en goed hun best doen', zegt hij. 'Integratie is niet alleen een kwestie van kroket en frikadel.'

Hij drinkt een glaasje melk, rookt nog een shagje en kijkt op de klok. Het is half vijf, tijd voor zijn dagelijkse dutje. 's Avonds wordt hij geacht in het restaurant aanwezig te zijn, contact te maken met de gasten, belangstelling te tonen, misschien een drankje mee te drinken. In de hoop dat zijn dochter haar pianolessen al kent, loopt hij langs de wand met familiekiekjes naar de hal.

Wat nieuwkomers trouwens ook verkeerd doen, zegt hij bij de trap naar boven: ze doen de hele dag niets anders dan met het thuisfront bellen. En dat wil maar één ding: geld. 'Er is altijd wel een oom ziek, er gaat altijd wel een nichtje trouwen.' Beter kunnen ze doen wat hij indertijd heeft gedaan. M'hamed liet de eerste vijf jaar niets van zich horen en stond toen plotseling bij zijn familie in de tuin. Hij droeg moderne kleren, een lange baard en hield een pijp in zijn hand. 'Toen wisten ze meteen: er staat een volwassen man op het gras. Niet iemand om lastig te vallen, maar iemand die respect verdient.'

Spionnen

's Avonds zit M'hamed in een felverlichte kamer, vlak achter de keuken. Dani, een winkelhulp, en Karim, houden hem gezelschap. Even is er lichte opwinding als Karim in de Allerhande ontdekt dat ze van de Albert Heijn hapjes hebben gestolen die M'hamed heeft bedacht. Hij beweert dat hij de spionnen zelf in de winkel heeft gezien: ze vroegen weliswaar achteloos om de recepten, maar keken er hypocriet bij uit de ogen. Misschien zijn M'hameds gedachten bij Khaled, want hij wuift de verontwaardiging weg met de woorden: 'Ach, ik bedenk wel weer iets nieuws.' Daarna wordt het weer stil in de voorraadkamer.

Yahia had het al gezegd: de horeca heeft het moeilijk. Overal, in de hele branche, is de omzet sinds de invoering van de euro volgens hem met zo'n 15 procent gedaald. In restaurant Mechouï is het al niet anders. 's Weekends wil het nog weleens druk zijn en is het er soms zelfs ronduit gezellig, met live-muziek na de traditionele gerechten. De rest van de week is het behelpen. Dinsdagavond komt een groepje toneelliefhebbers tajine eten, de avond erna geeft een ouder echtpaar elkaar kusjes op de lage banken bij het raam en donderdag is er de hele avond niemand in het restaurant. Iedereen, ook M'hamed, is dan in De Oosterpoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden