Artiest in een carnavalsoptocht

Zijn vriend Pieter Weening won een etappe en ploegmaat Michael Rasmussen wil zijn bolletjestrui graag inruilen voor een gele. Voor een leerproces heeft Joost Posthuma deze dagen geen tijd....

Zoveel indrukken, zoveel gebeurtenissen: nog een week te gaan en in het hoofd van Joost Posthuma is het al een warboel. Debutanten zien veel in een Tour. Ze laten zich nog verrassen. Hoe het hoort weten ze niet en dus wordt er niet geklaagd. Verbazing en onbevangenheid vormen in de sport een onovertroffen combinatie.

In de bergen kon hij nauwelijks fietsen. Daar leken de renners eerder bijzaak dan hoofdzaak voor de toeschouwers. Hij heeft het zelf gezien. Ze hebben een stoel, daarop een ladder en daarop weer een camera. Hij is al om kinderwagens en rolstoelen heen gereden. In de beklimming van de Galibier kreeg hij een klap tegen zijn schouder van een supporter.

De Tour is drie weken lang je adem inhouden. Iedereen wil wat van hem. Als hij over de streep komt, trekken ze aan zijn shirt, handschoenen en rugnummer. Hij zorgt ervoor dat zijn bidon dan al ergens aan de kant van de weg ligt.

In Nederland kan hij goed op de kant rijden. Hier doet hij het liever niet. Normaal kun je nog de berm insturen, in de Tour kan hij geen kant op. Ze staan vier rijen dik. De eerste etappe was 180 kilometer en 180 kilometer lang stonden er mensen langs de weg. Hij vindt het beangstigend. Het is alsof je in een kooi rijdt. Soms krijgt hij het er benauwd van.

In de weken voor de Tour wilde iedereen van hem weten wat hij ervan verwachtte. Hij zei gewoon dat hij dat niet wist. In 1995 stond hij langs het parcours en zag hij Miguel Indurain voorbijrazen in de tijdrit. Toen kreeg hij wel een indruk. Maar je moet het zelf een keer meemaken om erover mee te kunnen praten, vindt hij.

Posthuma (24) is in de Tour zijn oren kwijtgeraakt. Met de helikopters die boven het peloton vliegen en het geschreeuw van de mensen langs de kant, hoort hij zijn collega's niet meer remmen. En dan lig je zomaar languit op straat.

Als ze hem nu vragen wat de Tour is, zegt hij: een carnavalsoptocht, maar dan heel groot en tweehonderd kilometer lang. Hij voelt zich een artiest.

De debutanten bij de Rabobank, Weening, Löwik en hij, praten er samen vaak over. Wat een onzin de Tour eigenlijk is. Iedereen maakt zich druk, behalve zij. De politieagent op de hoek begint onmiddellijk te schreeuwen als ze in aantocht zijn. Het is allemaal zo opgeblazen.

De mensen willen het zo, denkt hij. De Tour groeit gewoon mee met de wensen van de tijd. Ze willen helden vereren en wielrenners zien lijden op een berg. Hij heeft zich erbij neergelegd, maar weigert zichzelf mee te laten slepen door het gigantisme. Dan ga je eraan kapot.

Het is zaak het hoofd koel te houden en te genieten van de mooie momenten. Hij was niet jaloers op ploegmaat Pieter Weening toen die een etappe won. Waarom zou hij? Pieter is zijn beste vriend, volgend jaar gaan ze waarschijnlijk samenwonen in België.

Die zaterdagavond hebben ze samen op hun hotelkamer stilletjes genoten van het succes. Pieter was geëmotioneerd, overrompeld door wat hem overkwam. Posthuma kende het gevoel uit Parijs-Nice. Maar ze zijn allebei te nuchter om hun leven er rigoureus door te laten veranderen.

Twee, drie keer per dag belt hij met zijn ouders en zijn vriendin. Het gaat helemaal nergens over, maar het stelt hem op zijn gemak. Het eerste wat zijn moeder altijd vraagt is, of hij gevallen is en hoe hij zelf vindt dat het is gegaan. Als hij zegt goed, dan is het goed.

Hij heeft het contact nodig, vertelt hij. Om de Tour te relativeren. Anders gaat hij straks nog denken dat er in juli in de rest van de wereld niets anders gebeurt.

Het is al moeilijk genoeg in het peloton de werkelijkheid van de schijn te onderscheiden. Niet alles is wat het lijkt. In de zoektocht naar publiciteit raakt de waarheid verdraaid. Maar van wat anderen doen of zeggen, moet je je sowieso niet te veel aantrekken. Hij is nog in een fase van zijn carrière dat alles alleen maar mooi is. De Tour haten, zoals Boogerd en Dekker soms doen, hij kan zich er nu nog niets bij voorstellen.

Vorig jaar riep iedereen bij zijn overgang naar de profs dat het wel even zou duren voordat hij zich thuis zou voelen. Maar hij stond bij de Ronde van Duitsland aan het vertrek en dacht: ik ga er hier eens lekker invliegen. Zo doet hij het ook in de Tour. De aanval loont en meerijders zijn er al genoeg.

Had hij dan tegen zichzelf moeten zeggen: kalm aan jochie, dit zijn profs met jarenlange ervaring en die kun jij vast niet bijhouden? Geen moment heeft hij zich afgevraagd of hij het tempo van het peloton wel zou kunnen volgen. Hij was het hele jaar toch al met diezelfde jongens opgetrokken?

De voormalige mountainbiker voelt zich een volwaardige wielrenner. Posthuma werd er daarom ook niet warm of koud van dat hij in de eerste etappe al op grote achterstand werd gefietst door Dave Zabriskie. De Amerikaan haalde in de tijdrit een gemiddelde van meer dan 54 km/u. Zelf was Posthuma al blij dat hij bijna vijftig haalde. 54 Reed hij achter de motor nog niet eens, laat staan in zijn eentje.

Het enige wat hij die avond dacht, was dat het nog een stuk harder moet in de toekomst. Waarom zou dat niet kunnen? Hij is pas tweedejaars beroepsrenner, er valt nog zoveel progressie te boeken. Als hij anders zou denken, kan hij beter stoppen. Zijn tijd komt nog wel.

Posthuma is echt niet meegegaan naar de Tour om de kat uit de boom te kijken. Hij zocht in de eerste Alpenetappe het avontuur, zoals hij dat al dagen achter elkaar had geprobeerd. Niet om zijn naam terug te horen op de Tourradio. Hij wilde gewoon meezitten.

Na een hardnekkige verkoudheid oogt hij vermoeid. Zijn gezicht is ingevallen, maar hij gaat het nog wel een keer proberen. Hij heeft genoeg renners gezien die het zwaarder hebben dan hij, die worstelen met zichzelf. Allemaal hebben ze hun eigen verhaal. Dat vindt hij het allermooiste van de Tour de France. Iedere renner levert zijn eigen strijd. Die van hem duurt tot in Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden