Arthur van Amerongen dient taalnazi van repliek: Mij een beetje belachelijk maken vanwege 'van lieverlee'

Even een fittie beslechten met een kinnesinnigere taalnazi.

Beeld Gabriel Kousbroek

In mijn cursiefje van vorige week begon ik een zin met 'van lieverlee'. Stapsgewijs bedoelde ik daarmee, als in gaandeweg. Ik was met nul boeken van Zuid-Amerika naar de Algarve verhuisd en van lieverlee was er toch weer een heus bibliotheekje ontstaan.

Een mij onbekende onderwijzer, ene Herman Stevens, reageerde furieus. Ik mocht een zin nooit en te nimmer beginnen met een bijwoordelijke bepaling (die moest ik even opzoeken, want ik ben niet zo goed in theorie) en er waren scholieren om minder vermoord.

Stevens, die volgens Google romanschrijven doceert aan de hogeschool Inholland te Diemen, beschuldigde mij ervan dat ik expres een zin begonnen was met 'van lieverlee' omdat dat gestileerd stond, en bovendien gebruikte ik de uitdrukking volkomen verkeerd. De onderwijzer schreef verder dat mijn proza studentikoos was en wemelde van de oubollige Olivier B. Bommel-frasen waarvan ik de betekenis niet eens kende.

Nou was mijn moeder Wilhelmina onderwijzeres en een wandelend taalwonder. Ik denk dat ze wel tien keer op een dag 'van lieverlee' zei. 'Van de weeromstuit' vond ze ook zo'n mooie en zo strooide ze de hele dag met prachtige Nederlandse uitdrukkingen uit een ander tijdperk.

Mijn vader zat altijd te poepen met het verzameld werk van Marten Toonder en dat heeft mij natuurlijk ook beïnvloed, in die zin dat wanneer ik aan heer Bommel denk, ik dikke dampende bolussen van pa voorbij zie drijven, want hij vergat altoos door te trekken. Ik durf hier echter niet te beweren dat al die rare friemelwoordjes van Toonder mijn gekrabbel hebben beïnvloed, net zo min als al die rare kabouterboeken van Tolkien dat hebben gedaan.

De grammaticale fittie (notabene op het wandje van de respectabele uitgever Joost Nijsen) dreigde te escaleren en het zou niet lang meer duren voordat de gevreesde literaire Limburgse mastodonten Huub Beurskens en Wiel Kusters zich gingen roeren.

Gelukkig kreeg ik bijval van een echte schrijver: Peter Drehmans. Die vond het bijzonder begrijpelijk en niet meer dan terecht dat ik een bijwoordelijke bepaling als 'van lieverlee' aan het begin van een zin plaatste.

Olivier B. Bommel Beeld Stichting Het Toonder Auteursrecht

Ik wiste het zweet van mijn voorhoofd en prees mij rijk dat ik veilig in de Algarve woonde. In Amsterdam kon ik meester Stevens zomaar tegen het lijf lopen en dan zou ik hem alle hoeken van de Kring én van de kantine van de Inholland Schrijversvakschool laten zien. Mij een beetje belachelijk maken bij mijn geliefde hoofdredacteur vanwege 'van lieverlee'. Kinnesinnerige taalnazi!

Ach, leefde Gerrit Komrij nog maar. Die vrat Neerlandici rauw voor zijn ontbijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.