Artapappa's

Al die goedbedoelde Guus Kuijers, Paul Biegels en Jan Terlouws ten spijt las ik als kind toch het liefst de toen al extra belegen jongensboeken van J.B. Schuil. De Katjangs, Jan van Beek, De A.F.C-ers: het leven van H.B.S.-jongens in de jaren '10 van de vorige eeuw was gezellig en overzichtelijk, met leraren die Buikie of De Salamander heten, voetbal, schoolrapporten met tweeën en enen; meisjes (ook wel 'nuffen' of 'kippen' genoemd) zwaaien met kanten zakdoekjes, dikkerds zijn dom maar goeiig, dunne mensen 'vals', het overvloedig aanwezige personeel praat plat en negers zijn ófwel schaterende clowns met rollende ogen en witte tanden óf trouwe zielen met diepe gronden (én witte tanden.)

De Artapappa's heet dat laatste boek. Drie schooljongens uit het keurige Vliedrecht krijgen er twee makkers bij in hun 'kosthuis' (ook al zoiets fijns). Dat zijn geen gewone jongens, maar zwarte koningszonen, halfbroers uit Pretoria, die naar Nederland zijn gestuurd om een opleiding te krijgen. Nou, dat was wat, want 'kaffers', zoals de jongens consequent en zonder schroom genoemd worden, zag je toen zelden in Nederlandse provinciestadjes. Het verloop van de ontwikkelingen laat zich raden: die zwarte jongens, Paul, een uitgelaten, domme lolbroek, en Bloemhof, een stille tobber met heimwee, worden aanvankelijk door iedereen als circusattractie beschouwd, maar alras opgenomen in de jongensgemeenschap. Blanke weesjongen Puk sluit een diepe, onbaatzuchtige vriendschap met Bloemhof, waaruit menigeen de indertijd omstreden conclusie trekt dat negers toch nét mensen zijn. Vervolgens, als alles juist zo mooi koek en ei is, worden de zwarte jongens door 'de regering van Transvaal' teruggehaald naar Pretoria. Bloemhof, inmiddels zeer gehecht aan Puk, sterft aldaar van verdriet. Is het niet heerlijk? De plaatjes zijn ook al zo prachtig, in zwart en wit, kwam dát even goed uit.

Als 10-jarig kind had ik geen idee dat dit boek 'fout' zou zijn. Alleen de sléchte mensen in het verhaal schilderden immers de koningszonen af als 'roetmoppen' en 'lelijke sausnegers' (saus?!) terwijl de 'goeden' juist zo welwillend lachten om hun kromme spraak, zonderlinge tafelmanieren en gymnastische capriolen; kortom, niks aan de hand, dacht ik.

Tsja. Tegenwoordig liggen dergelijke boeken in het koloniaal museum, met opzichtige waarschuwingen erbij over de 'neerbuigende, racistische tendens' van het verhaal. Terecht, waarschijnlijk, maar voor die tijd (1920) was de inhoud eigenlijk heel ruimdenkend.

Nee, dan dat vreselijke boek The Help waar iedereen zo hoog van opgeeft. Dat is pas vijf jaar oud, maar staat zó vol racistische stereotypes dat mijn, toch bepaald niet kleinzerige, oren ervan klapperden. Het gaat, ongetwijfeld goed bedoeld, over de perikelen van zwarte dienstmeisjes in de jaren '60, in het toen nog volop gesegregeerde Mississippi. Maar waarom praten al die zwarte vrouwen krom ('you is kind, you is smart, you is important'), waarom zijn ze allemaal zo 'trouw' en/of 'goeiig' ? Waarom hebben ze allemaal een man die drinkt, slaat of weggelopen is? Waarom moet alle redding uiteindelijk weer van een blanke komen?

Nee, dan de Artapappa's. Die zijn bijna 100 jaar oud; toen kón dat nog.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden