Art brut is weer te zien in Lille

Lille ‘Musea zijn vaak imponerend. Dat zochten wij niet’, zegt directrice Sophie Lévy. ‘De nieuwbouw van het Lam sluit aan bij de bestaande architectuur, en bij die van Noord-Europa.’..

Het zal inderdaad moeite kosten een museum te vinden dat zo weinig op zijn strepen staat. Het oorspronkelijke gebouw van architect Roland Simounet, in 1983 geopend, kan met zijn bakstenen gevels en rechthoekige ramen moeiteloos doorgaan voor een buurtcentrum. Zelfs de ligging, in Villeneuve d’Ascq, een buitenwijk van Lille, is bescheiden.

Als een beschermende arm vleit zich daar de uitbreiding omheen. Het ontwerp van Manuelle Gautrand is het tegendeel van de oudbouw. Haar vormen zijn organisch, de kleur is blauwgrijs. Maar maatvoering en mentaliteit verbinden de gebouwen. In Lille draait alles om de collecties.

Die zijn drieërlei. Het begint met de schenking van het echtpaar Masurel, een onberispelijke collectie moderne kunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Dan volgt de verzameling hedendaagse kunst bijeengebracht door het museum. Hier verschuift het vizier meer naar Frankrijk. Van Anette Messager hangt in Lille een knuffelkaart van Frankrijk, Christian Boltanski en Daniel Buren zijn aanwezig. Pièce de résistance is een voorraadkast van Jean-Sylvain Bieth, waar ingemaakte asperges, koffiebonen, kaarsen en droge erwten als steun dienen voor tijdens de bezetting verboden boeken.

Maar de echte reden om naar Lille af te reizen is de verzameling Art brut, de grootste van Europa. Ook daaraan lag een schenking ten grondslag. Kort na de Tweede Wereldoorlog vroeg kunstenaar Jean Dubuffet aandacht voor ‘officieuze’ kunst, de voortbrengselen van psychopaten, spiritisten, autodidacten. Zijn passie werkte aanstekelijk, onder andere op een groep Frans-Belgische verzamelaars, die onder de naam L’Aracine een collectie bijeenbracht. Die verzameling, 3.500 werken groot, werd in 1999 aan het museum van Lille geschonken. Met als gevolg ruimtenood.

Vier jaar was het museum gesloten wegens verbouwing. Het was het wachten waard. Met oneindige toewijding en eindeloos geduld bouwen de meesters van de art brut aan de tempels van hun eigen obsessies. Er zijn onder veel meer de schepen, totembeelden van Auguste Forestier; de tot in het oneindige gedetailleerde mythische vertellingen van Augustin Lesage; de tempelmuren van diens vriend, boekhouder Victor Simon, die tijdens een spiritistische seance opdracht kreeg te gaan schilderen, en daar nooit meer mee is opgehouden.

Kunst? Het museum werpt de vraag op, maar geeft geen antwoord. De overgang van ‘officiële’ kunst naar de werken van de geesteszieken en autodidacten is even vloeiend als die van de bestaande bouw naar de uitbreiding. De eerste tijdelijke expositie – De wereld als gedicht – versterkt de samenhang. De verhouding tussen kunstenaar en wereld, dat is ruwweg het onderwerp. Zo worden handschriften geëxposeerd van schrijvers die diep verzonken waren in hun eigen universum, als Robert Walser en W. G. Sebald. Vertrekpunt is het Palais Ideal van postbode Ferdinand Cheval, die met zijn in tientallen jaren opgebouwde droompaleis een verre voorloper was van de art brut.

Een prominente plaats is ingeruimd voor de Hagenaar Willem van Genk, reiziger in zijn bovenkamer, die daarvan verslag deed in hevige, zeer gedetailleerde schilderijen van treinen, stations, kaarten en affiches. In het museum is een hoek van zijn werkkamer gereconstrueerd.

‘Nu kan het museum weer de rol vervullen die alle cultuur heeft: aanzetten tot het stellen van vragen over jezelf en de samenleving’, zei burgemeester Martine Aubry.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden