Column

'Arrogant, ondankbaar wicht, dat moeten ze 's avonds tegen elkaar hebben gezegd'

Columnist Lidy Nicolasen schaatste een paar jaar geleden in een wak. Ze werd gered maar in plaats van haar redders te bedanken, schaatste ze er van door. 'Weg, weg van de plek des onheils.'

Archieffoto. Schaatser wagen zich op het Oudkerkstermeer.Beeld ANP

Het is wakkentijd. Eigenlijk had ik vandaag willen schrijven over de Geschiedenis Online Publieksprijs. Er liggen 225 websites op verkiezing te wachten en al tienduizend mensen hebben gestemd. De tijd dringt, het kan nog steeds, maar helaas, nu klinkt de roep van het ijs even iets luider. Het lukt me niet die te weerstaan, ook al heeft IEDEREEN er tot vervelens toe de mond van vol. Naadloos voeg ik me in de nationale hype. De roep is ook klagelijk, omdat de vorst maar niet echt wil komen, terwijl de gevoelstemperatuur (fijn woord) je doet geloven dat je nu toch wel en onmiddellijk een echte bontmuts uit Siberië moet hebben.

Met andere woorden: het is wakkentijd. Bij elke vaart in grote hanenpoten: ijs onbetrouwbaar. Op elke site ernstige waarschuwingen: niet hard genoeg gegroeid om jou en de rest van Nederland te dragen. Waarom zou je dat geloven? Zie de echte helden. Zij scheren ongehinderd door angsthazen zoef zoef in een rechte lijn over zwart ijs, handen op de rug en de zon erin. De rietkragen wuiven langszij. Ze hebben een hamertje en touw mee, wat meer heeft de vrijheid ze te bieden?

Wakkenervaring
Ik heb wakkenervaring. Niet spectaculair, maar het is de moeite. Het gebeurde een paar jaar terug op de Oostervaardersplassen, waar je je nu vanwege de sneeuwval ook niet moet wagen. Het ijs lag er maagdelijk bij. Hier en daar wat sneeuw en in het midden duidelijk zichtbaar wakken, waarschijnlijk door vogels opengehouden. Op een enkele waaghals na vormden de schaatsers een lint langs de wallenkant. Mooi ijs, niet te druk, heerlijk zonnetje, ruimte zover als je kijken kon.

Ik hing in het lint, vanzelf, geen held dus. 'Hè irritant, waarom gaat iedereen daar in die bocht staan te kleppen', vroeg ik me af, terwijl ik vaart minderde en om de groep heen schaatste de bocht in. 'Niet met twee tegelijk!' hoorde ik ineens roepen en als in een flits belandde ik naast een meisje dat voorzichtig glibberde over een smal en dun ijslaagje. Aan weerszijden daarvan spiegelde onheilspellend het water.

Tijd om te remmen had ik niet. Of dat kind de plomp in of ik. Gek genoeg overwoog ik die keuze, ook al schoot ik linea recta het wak in. Verdwenen waren mijn voeten en schaatsen, maar ik had geen tijd ernaar op zoek te gaan. In volle vaart wierp ik mijn lichaam naar voren, plat op het ijs. Even instinctief strekte ik beide armen ver voor me uit. Help!

Of mijn redders daarop hadden gewacht. Ze zaten op hun knieën op het ijs, grepen mijn handen en sleurden me hun kant op, waar de ijslaag dik genoeg was om ons en alle toeschouwers te dragen. Appeltje eitje.

Weg
En nu komt het gekke. In een mum van tijd werd ik overeind gezet en druipend van het water zette ik er meteen de sokken in. Ik ging er vandoor. Ik keek niet op of om, met grote klappen weg, alsof de duivel me op de hielen zat. Weg, weg van de plek des onheils. Was het een vlucht of vreesde ik ter plekke in een ijsklomp te veranderen, als ik niet onmiddellijk in beweging zou komen? Geen idee, voer voor psychologen wellicht.

Maar het kan niet anders of mijn redders moeten met open mond naar mijn rug hebben gestaard. Nog geen bedankje, geen hand, nog geen groet had er vanaf gekund. Arrogant, ondankbaar wicht, dat moeten ze 's avonds aan tafel hebben gezegd tegen elkaar.

Ik schaatste naar de aanlegplaats, de schoenen-bewaarplaats. 'Gek hè, je ziet eigenlijk nooit iemand door het ijs zakken', zei een vrouw tegen een man.'Hier staat er anders een naast je', reageerde ik, druipend van het water en nog net voordat mijn schaatsvrienden joelend de boel overnamen. Blauwe bovenbenen, dagenlang, verder heb ik er niks aan overgehouden.

Koek en zopie
Maar toch, neem de moeite en ga even naar www.geschiedenisonlineprijs.nl om te kijken en te stemmen. Geschiedenis en schaatsen, vergis je niet, ze zijn met elkaar verstrengeld als koek en zopie.

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden