Arnon Grunberg: we mogen stoppen elkaar te bekeren, de verkiezingen zijn voorbij

Er stond echt iets op het spel. Werd 2017 een revolutiejaar, met destructie van de EU? Toen kwamen de uitslagen.

Beeld Ribes Cooked

De avond van de 15de maart bracht ik door in Nordhorn, niet ver van de Nederlandse grens, Oldenzaal ligt op een steenworp afstand, voor een lezing uit de Duitse vertaling van mijn nieuwste roman. Kennelijk had ik ooit toegezegd die avond in Nordhorn door te brengen zonder te beseffen dat er die dag verkiezingen in Nederland waren; je kunt niet aan alles denken. Bovendien, wat is het verschil, of je nu in New York de avond van de verkiezingen doorbrengt of in Nordhorn? In het huidige Nederlandse politieke klimaat geldt het dogma: buitenland is buitenland.

Maar toen ik op 15 maart iets voor achten verstopt achter wat schotten in de bibliotheek van Nordhorn zat te wachten, voelde de eigen lezing, het literaire bedrijf an sich, als iets belachelijks. Had ik onze tijd niet meerdere malen, onder andere in mijn Voetnoten voor de Volkskrant, vergeleken met de Weimarrepubliek? Hadden emoties mij meegesleept? Mensen zeiden vaak tegen mij: 'In het echt val je mee.' Gold dat ook voor de catastrofe die ik vreesde? Dat die in het echt wel mee zou vallen.

Nu moet de behoefte overal en nergens de Apocalyps te ontwaren meteen worden gerelativeerd. De Apocalyps is vaker aangekondigd dan dat die heeft plaatsgevonden. Aan de andere kant heeft de 20ste eeuw bewezen dat je sommige waarschuwingen wel degelijk serieus moet nemen.

Antirevolutionaire instincten

De milde varianten van nationalisme en xenofobie moeten net zo goed bestreden worden als de minder milde. Ik zou ook geen genoegen nemen met de uitspraak: 'Een beetje antisemitisme is best oké, het hoort bij onze traditie.' Het gevaar leek me dat het discours zo extreem en agressief was geworden dat wat vroeger extreem heette nu mild leek.

Ik trad toch maar op in Nordhorn. De romanschrijver is geen journalist en eigenlijk ook geen activist. De dwang tot sociale betrokkenheid is net zo absurd en destructief als de eis dat de literatuur een volstrekt autonome positie inneemt, onbevlekt, opererend in een speelveld buiten de maatschappij.

Deze verkiezingen waren anders dan alle andere verkiezingen. Dat zei ik voor de zekerheid nog wel voor ik begon met lezen. Er stond echt iets op het spel. 1917 was een revolutiejaar geweest, het ging erom te voorkomen dat 2017 weer een revolutiejaar zou worden. Alleen al de mogelijke destructie van de EU leek mij dat grote woord te rechtvaardigen. Mijn antirevolutionaire instincten waren in de loop der jaren steeds sterker geworden.

De gevestigde orde was tot mijn verbazing iets geworden dat verdedigd diende te worden. Niet omdat er niets mis mee was, maar omdat ik er niet aan twijfelde dat wat ervoor in de plaats zou komen vele malen erger zou zijn. Als ik weer eens tirades tegen de elite hoorde, dacht ik aan de Rode Khmer, die zoals bekend in Cambodja ook tekeer was gegaan tegen de elite, onder idealistische voorwendselen uiteraard; geen slachtpartij of de warme deken van het idealisme wordt eroverheen gegooid.

Bescheiden applausje

Ik was opgegroeid met de gedachte dat de gevestigde orde iets was waartegen je moest schoppen. Goed, revolutie was geen thema meer, de revolutionaire geest was in de jaren tachtig al behoorlijk uitgedoofd, maar de gevestigde orde was gecorrumpeerd en vals, een noodzakelijk kwaad, iets wat je met een zekere ironie en walging besprak. Ertegen zijn was vanzelfsprekend.

Naarmate de adolescentie verder weg lijkt, neemt de mildheid ten aanzien van de gevestigde orde meestal toe, zo ook bij mij dus, maar ergens na het eerste kabinet-Rutte besefte ik dat mildheid niet voldeed. De status quo liep reëel gevaar: de vrije, liberale samenleving moest worden verdedigd. Het ging er niet meer om op te sommen wat er niet deugde in de samenleving - en er deugde veel niet - het ging erom te benadrukken wat de moeite van het behouden waard is. De destructie, of die nu van links of van rechts kwam, moest worden vermeden. Ik werd steeds conservatiever, in die zin dat ik veel van wat was wenste te behouden, al zagen enkele tegenstanders in die houding een bewijs voor mijn lidmaatschap van de 'linkse kerk'. Hoe merkwaardig dat een zeker conservatisme tegenwoordig voor links wordt aangezien.

Om vijf over negen stopte ik. 'Mark Rutte wordt de grootste', riep een dame op de derde rij. 'Wilders blijft steken op 19 zetels.' Er klonk een bescheiden applausje. Daarna ging de literaire avond verder.

Rutte, Zijlstra en een roedel journalisten. Beeld anp

Ikzelf voelde een gematigde opluchting, ongeveer zoals je je voelt na een soa-test; dat je toch geen soa hebt. Al blijf je wel denken: maar die jeuk, waar komt die vandaan?

Pas terug in mijn hotel, waar ik nog een bord pasta at, werd de opluchting langzaam weemoed. In het restaurant stond de tv aan. Atlético Madrid tegen Bayer Leverkusen, een viertal mannen keek gefascineerd toe. Aan hen kleefde de moedeloosheid van de doorgewinterde voetbalsupporter. Voor zover er opluchting bestond had die met de Champions League te maken, van de verkiezingen geen spoor meer.

Steeds kleiner en kleiner werd ook de eigen opluchting. Was de ontmanteling van de EU op 15 maart echt gestopt, zoals ik ergens las? Was het vooroorlogs nationalisme, dat zo gretig was omhelsd, door een deel van het electoraat opnieuw verslagen? Ik betwijfelde het.

Dat men in deze uitslag al een reden tot juichen zag, was een teken hoezeer men zich op het ergste had voorbereid. De opluchting kwam niet voort uit een overwinning, maar uit het feit dat de grote nederlaag een kleinere nederlaag bleek te zijn.

Bovenmeester

Niet voor niets had Rutte in een toespraak voor buitenlandse journalisten kort voor de 15de maart de verkiezingen in Nederland in verband gebracht met die in Frankrijk en Duitsland. Duitse diplomaten hadden al eerder laten weten dat een overwinning van Marine Le Pen het einde van de EU zou betekenen. Wat op het spel stond, was de destructie van de naoorlogse orde, men kwam er steeds openlijker voor uit.

De gevestigde partijen echter, het midden, hadden heel lang verzuimd uit te leggen waarom die orde de moeite van het verdedigen waard was, en als, dan beperkte men zich meestal tot het noemen van wat economische voordelen. De politici waren, een enkele uitzondering daargelaten, verblind door het vooroordeel van veel economen dat de kiezer slechts een zwakte heeft: hebzucht. De kiezer heeft veel zwakten, hebzucht is er maar een van. Deze verkiezingen gingen over heel veel maar niet over de economie.

Moest ik opgelucht zijn terwijl het discours van Wilders voor een groot deel was overgenomen door andere partijen, van de VVD via de PvdA tot het CDA? De lijsttrekker van die laatste partij had de Nederlandse cultuur gereduceerd tot het Wilhelmus en andere lijsttrekkers deden het nauwelijks beter. (Geen woord over Multatuli, Huizinga, Erasmus, Spinoza, Appel, Lucebert.) Als dit de verdedigers van die cultuur waren, had je geen vijanden meer nodig.

Natuurlijk, Buma was beter dan Wilders, al werd straks elke werknemer verplicht om klokslag 9 uur het Wilhelmus te zingen, maar treurig was het wel.

De Nederlandse politicus, en overigens niet alleen de Nederlandse, was verworden tot een combinatie van bovenmeester en pastoraal werker. Vragen over identiteit diende hij soepeltjes te beantwoorden, maar hij moest ook beloven streng en onverbiddelijk orde te houden in de klas; beloven vooral, en daarnaast werd een beetje zingeving ook nog van hem verwacht. Bij gebrek aan een God moest de lijsttrekker ons komen vertellen waartoe wij op aarde waren. Een taak waarop politici doorgaans slecht zijn voorbereid en waar ze zich ook beter niet aan kunnen wagen.

In vijandbeelden werd gegrossierd, of het nu ging om mensen die niet normaal deden, mensen die onze normen en waarden niet deelden of gewoon asielzoekers, moslims, buitenlanders. Eén ding was zeker: het vijandbeeld was een instrument om het wij-gevoel op te roepen, een tegenstander was nodig voor de roes van de eenheid.

Politici waren meer en meer gaan spreken alsof ze eigenlijk met de kiezer in de kroeg zaten, ongetwijfeld in de hoop de veel besproken kloof tussen burger en politicus te slechten. Maar hoe meer de politicus klonk alsof hij met de burger in de kroeg zat, hoe meer de burger besefte dat hem dat eigenlijk helemaal niet beviel. Zoals leraren die te hard hun best doen aardig gevonden te worden bij hun leerlingen geen respect oproepen maar slechts minachting.

Wilders met een pilsje in Volendam. Beeld anp

Fatalisme

In het restaurant van Hotel am Stadtring in Nordhorn verdween rond middernacht de laatste opluchting, wat ervoor in de plaats kwam was gelatenheid, fatalisme.

Nu is fatalisme een belangrijke eigenschap van democraten. Niet voor niets is fanatisme (Fanatismus) een kernwoord uit het vocabulaire van het Derde Rijk. Het is ook geen toeval dat Trump in ietwat bedekte termen te kennen had gegeven het er niet bij te laten zitten als de verkiezingsuitslag hem niet beviel.

Fatalisme is niet iedereen gegeven. De populaire platitude dat het kwaad begint als goede mensen niets doen, draagt bij aan de opvatting dat gelatenheid per definitie verwerpelijk is. Veel mensen denken dat ze iets moeten doen en zijn minder bezig met de vraag of wat ze doen wel gunstige effecten heeft.

De uitspraak van George W. Bush na de aanslagen van 11 september, dat de burgers maar gewoon boodschappen moesten gaan doen, is een van zijn wijzere uitspraken. Ja, wat moesten ze dan doen? Het er niet bij laten zitten?

Natuurlijk bestaan er omstandigheden die om meer vragen dan fatalisme, en gelatenheid alleen is een misschien wat al te taoïstische levenshouding, maar verzet, actie, wordt te vaak geromantiseerd en overschat.

De verregaande staat van opwinding waarin de politiek betrokken burger in Nederland zich lange tijd heeft bevonden, is slecht voor de burger, slecht voor het land en slecht voor de democratie. Tussen woede en fanatisme zit soms maar weinig verschil. Wat Trump en Wilders dan ook gemeen hebben is de neiging bij het minste of geringste in woede te ontsteken. Zij zijn het bewijs dat het onzin is te denken dat waar woede bestaat er ook een gegronde reden voor die woede moet zijn.

Literatuur

Een tijd niet over politiek spreken zou helpen. In een fatsoenlijke samenleving mag je apolitiek zijn, op zijn minst is het een waardevolle illusie apolitiek te kunnen zijn. De opvattingen van de ander kunnen soms op wanen lijken, zijn dat misschien ook. Maar mijn tijd in de psychiatrie heeft mij geleerd dat het niet helpt de waan van de ander hooghartig te willen ontmaskeren. De waan heeft betekenis voor degene die eraan lijdt. Ook verwerpelijke opvattingen hebben vermoedelijk betekenis voor degene die die opvattingen verkondigt, hij ontleent er misschien zijn identiteit aan. Nu de verkiezingen voorbij kunnen we even ophouden elkaar te bekeren. Voor samenleven is weinig meer nodig dan leren zonder vijand te leven.

In mijn hotel in Nordhorn verzoende ik me daarom weer met de literatuur, die bij sommigen de neerbuigende reactie oproept: 'Ik lees geen fictie.' Alsof het lezen van fictie verraad zou zijn aan de noden van de maatschappij.

Arnon Grunberg. Beeld Marlena Waldthausen

De schrijver moet de Apocalyps niet voorkomen, maar beschrijven, het gebrek aan Apocalyps beschrijven of, en daarin zijn romanschrijvers erg goed, de Apocalyps in de woonkamer.

Toen ik eindelijk wilde gaan slapen belde een vriendin en vroeg: 'Wat denk je?'

Ik keek naar mijn espresso en zei: 'Het gevaar is voorlopig geweken, maar de kans op besmetting blijft reëel.'

De belangrijkste stukken teruglezen over de verkiezingen?

Volkskrant verkiezingsblog
De Europese beurzen zijn na de verkiezingsuitslag opgelucht, al blijft euforie uit, burgemeester Aboutaleb van Rotterdam uit kritiek op de manier waarop leiderschap binnen de PvdA wordt bepaald en VVD-minister Edith Schippers is aangesteld als verkenner. Lees reacties en ander verkiezingsnieuws terug in ons liveblog van donderdag.

Een partij als de PvdA heeft niet eens vijanden nodig
Bij de concurrentie is er 'the day after' vooral medelijden met de PvdA, maar binnen de partij worden de messen geslepen. Het hoofd van voorzitter Spekman ligt al op het hakblok. De 'rode familie' is opnieuw haar eigen grootste vijand.

Dit zijn de mogelijkheden voor Rutte III
Welke kant gaat het derde kabinet van Mark Rutte op? Eén ding is zeker, de formatie kan lang gaan duren. Er is geen crisis, er zijn veel partijen nodig en de kroonjuwelen zijn wel erg verschillend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden