'Arno Visser is een liberaal medicijn voor cynici'

Onder VVD-leider Mark Rutte raakte kamerlid Arno Visser uit de gratie in de Haagse politiek. Hij stapte op en werd wethouder in Almere. Nu wordt hij president van de Algemene Rekenkamer. De Haagse arena lonkt alweer.

Beeld Io Cooman

'Een verademing' noemt hij hem. Adri Duivesteijn, hard core PvdA, over Arno Visser, een rasechte VVD'er. De twee hebben in Almere ruim vier jaar samengewerkt. 'Een verademing.'

Visser, 49 jaar, wordt bij het begin van het nieuwe politieke seizoen officieel geïnstalleerd tot president van de Algemene Rekenkamer. Het hoge college van staat ziet erop toe dat de overheid ons geld fatsoenlijk besteedt - er is op dat vlak een wereld te winnen. 'Ik hoop dat hij op z'n poot gaat spelen', zegt Duivesteijn. 'Dat ligt wel in zijn karakter.'

Almere was in 2006 bewust op zoek gegaan naar bestuurders van buiten. Duivesteijn werd er wethouder. Anderhalf jaar later kwam Visser naar de nieuwe stad in het nieuwe land. Hij was in Den Haag op een zijspoor beland.

Duivesteijn: 'Toen ik hoorde dat hij kwam, sprong ik een gat in de lucht. Arno had in de Kamer gezeten, hij was lange tijd medewerker geweest van een fractievoorzitter, dat maakt toch een enorm verschil.' Voor Visser was Almere een terugkeer in de politiek. Hij had er met brandend verlangen naar uitgekeken.

Met z'n tweeën zouden Duivesteijn en Visser in de jaren die volgden het college van B&W domineren. Het discours verschoof naar een nationaal niveau, zeker met Jorritsma erbij, de burgemeester met decennia Haagse ervaring. Duivesteijn: 'Almere werd een casus, het werd een basis om over brede politieke issues te praten.'

Beeld Foto: SCS/Sander Chamid

Anti-PVV

In 2010 verscheen in het huisorgaan van Nieuwspoort een gezamenlijk stuk van Arno Visser en Adri Duivesteijn, destijds beide wethouder van Almere. Het richtte zich tegen de PVV. Tegen een politiek van 'valse geruchten en manipulaties'. Lijsttrekker Van Roon vond bijvoorbeeld dat de politie de 'orgies van geweld' in Almere met knieschoten zou moeten neersabelen. Visser-Duivesteijn: 'Het grote risico dat wij lopen is dat beleid en maatregelen meer en meer op grond van een gecreëerde schijnwerkelijkheid tot stand komen.'

Visser's vriend Philip Kooke: 'Ik denk dat er geen VVD'er is die zover afstaat van de PVV als Arno.'

Het stuk van Visser en Duivesteijn keerde zich ook tegen 'de media die zich op sleeptouw hebben laten nemen'. Politiek en media zijn onderdeel van hetzelfde probleem: 'De media corrigeren of nuanceren niet, maar versterken de politieke uitspraken zelfs. We zien dat journalisten amechtig achter de grootste en meest controversiële schreeuwer aanrennen. Politici moeten zich aangorden: Zij moeten mensen ervan overtuigen dat het denken in zwart of wit geen recht doet aan onze werkelijkheid. Schaf de oneliner af, en rehabiliteer het inhoudelijke debat!'

Visser's vriend Kooke: 'Als je cynisch bent over de politiek, dan raak je genezen als je Arno volgt. Echt, hij is een medicijn voor cynici.'

Eigengereid

Hij heeft Visser ervaren als 'weerbarstig'. Visser's vriend Philip Kooke, sportverslaggever bij de NOS, noemt hem 'eigengereid'. Visser zal nooit iets aannemen omdat de omgeving zegt dat het in orde is. Duivesteijn: 'Hij wil eerst weten: waar zit de kern? Pas als hij daar helemaal achter is, wordt hij flexibel, pas op dat moment.'

Vaak genoeg dacht Duivesteijn: schiet nou een beetje op, man, je bent toch VVD'er, je bent toch een handelaar. En dan Visser almaar vragen stellen en tegenwerpingen opbrengen. Duivesteijn: 'Ik heb me er enorm aan gestoord. En ik heb er groot respect voor. Hij is een man van argumenten. Dat is zijn grootste kwaliteit en dat maakt samenwerken met hem ook zo leuk.'

In de tweede helft van de jaren negentig was Arno Visser stut en steun van VVD-leider Hans Dijkstal, eerst toen deze vice-premier was in het kabinet-Kok en daarna toen Dijkstal de fractie aanvoerde. Dijkstal, die in 2010 overleed, was een leuke, ondogmatische man. Fel jegens de fanatiekelingen en de populisten, ook in zijn eigen partij. Hij schreef mee aan het manifest Eén land, één samenleving uit 2006 waarin politici uit verschillende partijen pleitten voor meer gematigdheid en meer tolerantie.

Beeld anp

Ironie

Arno Visser hoorde bij Dijkstal; hij vormde in zekere zin de intellectuele aanvulling op de pragmatische mildheid van zijn baas. Bijna vijftien jaar geleden, in 2001 deed Visser belijdenis als liberaal in de liberale NRC. In een interview met deze krant markeerde hij zijn positie als intellectueel in de beweging. Hij zei: 'De stijlvorm van het liberalisme is de ironie. Ironie is het één zeggen, maar het ander niet ontkennen. Het liberalisme kenmerkt zich door permanente zelfrelativering en twijfel: er wordt een stelling betrokken, maar de mogelijkheid wordt opengehouden dat het anders ligt.'

Hij heeft een indrukwekkend brede belangstelling. Het loopt van muziek naar techniek en houdt stil bij politieke geschiedenis en filosofie. Hij heeft zich bijvoorbeeld verdiept in leven en werk van Gijsbert Karel van Hogendorp en hoe deze orangist aan het eind van de achttiende eeuw ons een republiek onthield.

Zijn vriend Mike Ackermans: 'Hij is een begaafde jongen en verslaafd aan de politiek. Een overtuigde liberaal ook, maar bij de VVD van de aannemers en beursjongens past hij niet. Daar is hij te genuanceerd voor.'

Frank Ankersmit, emeritus hoogleraar theoretische geschiedenis en filosofie uit Groningen, kan ervan getuigen. 'Hij is niet van for right or wrong, my party. Zo is hij helemaal niet. Hij zal niet tekeer gaan tegen andere partijen voor het eigen gewin. Hij schrijft ook ergens: ideologie, daar moet je mee oppassen.'

Een intensieve correspondentie hebben Visser en Ankersmit gevoerd in een relatief korte periode, tussen begin 2001 en de zomer van 2002. Misschien wel tweehonderd mails zijn gewisseld en dat waren stuk voor stuk geen kattenbelletjes.

Wat Ankersmit eraan heeft overgehouden, als beeld, is de toewijding die Visser koestert aan het belang van de publieke zaak. Met enige aarzeling - het is tenslotte privécorrespondentie - laat hij een fragment lezen uit een langer stuk van Visser van 4 mei 2001. Alles zit erin, zijn hart en zijn hoofd:

Beeld HollandseHoogte

Beste Frank,

Zelden werd ik meer geïrriteerd dan na het lezen van de NRC van vandaag waarin een interview met jou en enkele van je collega's. Eigenlijk is het de druppel die bij mij de emmer doet overlopen. Ik vind het ongelofelijk hoe makkelijk de laatste maanden van alle kanten kritiek wordt gespuid en met welke terminologie wordt gesmeten. En niet door mensen die in permanente depressie verkeren, maar vanuit hoeken waar je beter verwacht. Alsof Nederland een bananenrepubliek is. Hoe vaak niet de term 'ontwikkelingsland' word gebruikt om de zorg en het onderwijs te beschrijven. Ik vind het decadent, ik vind het een schande.

Zo langzamerhand voel ik er veel voor mijn kandidaatstelling voor de Kamer in te trekken. Wil ik deze mensen, dit land nog vertegenwoordigen? Dit nationaal chagrijn is het mijne niet. Verre van dat.

(...)

Hoe vaak zie ik niet ijdele professoren naar Nova gaan om met halve informatie commentaar te leveren? Dat kan allemaal maar in dit land. Hoe vaak lees ik niet de meest oppervlakkige theorietjes gebaseerd op slechte krantenberichtjes. Dat kan allemaal maar. Dit stuk in NRC is wat mij betreft echt een dieptepunt. Ook in democratisch opzicht. Ik bedoel daarmee de nationale verwendheid en verwatenheid, de totale vervreemding van de werkelijkheid hier ten lande.

Je merkt wel, dat me dit erg hoog zit. Ik had enkele jaren geleden net als mijn studiegenoten en andere studievrienden een anoniem bestaan met een hoog salaris kunnen kiezen. Lekker aan de zijlijn kunnen staan, met veel commentaar op 'hullie'. Verantwoordelijkheid is altijd een begrip dat op anderen wordt toegepast. Dat heb ik niet gedaan. En nu zie ik dat degenen die net als ik kozen voor de publieke zaak aan alle kanten beschimpt en bespot worden op een ontzettende goedkope en soms zelfs lafhartige manier. Het is een nationale sport geworden. (...).

Laat ik stoppen met deze tirade. Maar het moest me van het hart.

Groet,

Arno

Woest goed

Visser is drie jaar kamerlid geweest, tussen 2003 en 2006. Hij had een moeilijke portefeuille, met daarin immigratie- en asielbeleid. Het waren de hoogtijdagen van Rita Verdonk als minister. Ze was 'zijn' minister; het wordt in algemene zin niet gewaardeerd als men als eenvoudig fractielid afstand schept. Hij moest dus met haar meevaren en intussen proberen tegen haar populisme op te roeien. Paul de Krom, voormalig staatssecretaris en destijds fractiegenoot van Visser: 'De emoties liepen hoog op, van tijd tot tijd. Arno wist het bij elkaar te houden.'

Visser zocht naar onafhankelijkheid. Een voorbeeld: begin 2006 had Ayaan Hirsi Ali, Kamerlid voor de VVD, in Berlijn gepleit voor 'het recht op beledigen'. Aanleiding was een rel over Deense spotprenten op de profeet Mohammed. Fractievoorzitter Van Aartsen had dat standpunt van Hirsi Ali 'woest goed' genoemd. In een interview in Trouw ging Visser er frontaal tegenin: 'Beledigen is geen ongelimiteerd recht. (...) Bij ieder woord dat je gebruikt, moet je wegen wat het effect is. Zelfbeperking is dan een vorm van beschaving.'

Hij is in 2006 voorzitter geweest van een onderzoekscommissie uit het parlement over tbs, de gedwongen psychiatrische behandeling van veroordeelden na afloop van gevangenisstraf. Er waren incidenten geweest, er was een roep om gestrengheid.

Visser en zijn commissieleden kwamen met een rapport dat een wonder was van sereniteit. Verbeteringen waren mogelijk, zo rapporteerde men. Maar het systeem functioneerde op zich goed. Het ontaardde 'in een verwrongen debat over context en feiten' onder druk van media en politiek. Er zijn inderdaad tbs'ers die zo wankel in het leven staan dat ze maar beter buiten de maatschappij kunnen blijven. 'Maar daar hoeven geen drie hekken omheen', aldus Visser. 'Die mensen moet je vooral verzorgen, en minder met bewakers en prikkeldraad beveiligen.'

Het was geen VVD-verhaal.

Beeld anp

Genoegen

In 2006 werd hij afgedankt. Hij zal het zelf nooit zo noemen, maar zijn omgeving weet dat hij het zo ervaren heeft. De Krom: 'Hij kreeg een plek op de kandidatenlijst die volgens hem geen recht deed aan wat hij verdiende.' Een 24ste plaats. Hij begreep het niet, hij was zo goed met Rutte, hij heeft er over gesproken met Mark. Maar Rutte was toen al een sfinx. Visser heeft het moeilijk gehad. Hij heeft lopen wikken en wegen. 'Je hebt zo'n tweede periode echt nodig', had hij eerder gezegd. Toch maar genoegen nemen met die lage notering en maar zien wat ervan komt? Of onafhankelijk blijven, opstappen, zonder rancune, althans naar buiten toe, maar wel opstappen? Hij stapte op.

Almere was in 2008 het begin van de weg terug. In 2013 werd hij lid van de Rekenkamer, nu is hij de eerste man. Is hij op zijn plek? Voorlopig wel, hij kan vooruit. Maar het is niet zijn laatste plek, verzekert een vriend. Hij is verslingerd aan Den Haag, het Binnenhof, de arena. Tien jaar geleden moesten ze hem niet meer. Zoiets kan verkeren. Vertrouw erop dat hij klaarstaat.

Beeld Phil nijhuis

CV

1966 Geboren in Den Haag

1978-1985 Atheneum-b St. Laurenscollege in Rotterdam

1988-1992 Algemene literatuurwetenschap Rijksuniversiteit Groningen

1994-1998 Politiek adviseur van vice-premier Dijkstal

2003-2006 Tweede Kamerlid voor de VVD

2008-2013 Wethouder in Almere

2013-heden lid Algemene Rekenkamer

2015 President Algemene Rekenkamer, per 15 oktober

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden