Arno Haijtema

Ontroerend, herkenbaar en prachtig beschreven getob van een jongen.

ALEID TRUIJENS

Arno Haijtema: Mond vol kiezels

Atlas Contact; 256 pagina's; euro 19,95.

Er zijn weinig dingen die een jeugd zo overschaduwen als een ouder met een gebrek. Een kind wil gewone ouders hebben. Niet eentje voor wie je je schaamt, maar van wie je ook veel houdt, zodat je je voortdurend schaamt voor je eigen schaamte. De vader van Volkskrant-redacteur Arno Haijtema 'was stotteraar', zoals de zoon zonder omhaal schrijft in het nawoord van Mond vol kiezels. Alsof het zijn voornaamste eigenschap was. Voor de 9-jarige hoofdpersoon was dat ook zo.

Hij stotterde niet zo'n beetje, die vader. Een treinkaartje kopen aan het loket moest hij aan zijn vrouw overlaten, en de dagelijkse Bijbellezing aan zijn zoon. Gênante momenten, die de kleine jongen boos maken. Zelfs een hypermoderne therapie, waarvoor de vader een maand in een instituut verblijft, haalt niets uit. Wil hij eigenlijk wel van zijn kwaal af? Of vindt hij het stiekem wel prettig om niet voluit te hoeven meedoen? Over die gedachte voelt de jongen zich weer diep schuldig.

Is dit een roman of autobiografische non-fictie? Mond vol kiezels is formeel het laatste. Toch maakt het de indruk van een roman. Dat komt doordat dit niet zomaar een episode uit Haijtema's jeugd is - in een jarenzestigwijk in Beverwijk onder de rook van de Hoogovens, waar alle vaders, ook de zijne, werkten - maar een verhaal dat gecomponeerd is rond de thema's angst, schuld en schaamte.

Het gereformeerde jongetje neemt de dingen niet licht. Angst vergezelt hem overal. Angst voor stokslagen van de juf, als hij te laat komt. Angst voor een stotterexplosie van zijn vader waar anderen bij zijn, voor de gruwelbehandeling van de tandarts, voor een muziekoptreden, en vooral angst schuldig te zijn aan het ongeluk van anderen. Angst wil gelijk krijgen, dus niets valt mee. Hij heeft wéér gaatjes in zijn gebit en het optreden wordt een beschamende vertoning.

De verhaallijn loopt langs drie ongelukken van vriendjes. Aan één ervan, met een buurjongetje dat van zijn fiets valt, is hij misschien schuldig, maar aan de andere twee voelt hij zich schuldig, hoe onterecht ook. Zijn beste vriendje Mars zwaaide naar hem, aan de overkant van de straat, stak onverhoeds over en werd geschept, waarna hij maandenlang in het ziekenhuis moest liggen. Zijn klasgenoot Sake, een zielige stotteraar, die hij met behulp van zijn vaders therapie probeert te genezen, verongelukt na een gezamenlijk bezoek aan het padvindershonk. Wat als hij wél met hem was meegefietst?

Het getob van de jongen, én zijn wens eraan te ontsnappen, zijn ontroerend en herkenbaar, vooral omdat de andere kinderen er geen last van lijken te hebben. Die spelen onbekommerd buiten, ook als hun vader net dood is, en hij alleen maar kan denken aan het rottende skelet.

Haijtema observeert scherp en schrijft achteloos prachtige beelden. Zoals het buurmeisje, dat zich altijd beweegt 'alsof ze slaag verwachtte'. Of een aanrecht vol 'grote hompen rozig vlees, waar stukken bot uitstaken': niks bijzonders, maar het zijn wel de hompen van het konijn Dolf, dat de jongen heeft verzorgd toen Mars in het ziekenhuis lag. En hij ziet dit vlees bij zijn eerste bezoek aan de ongelukkige Mars, wiens benen er na het ongeluk precies zo uitzagen. Met zulke associaties zit dit verhaal vol. Dat is pas schrijven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden