Arno Haijtema reed 16.698 km met de e-bike van en naar werk. Dit zijn de 12 lessen die hij leerde

Fiets elke dag naar je werk, 30 kilometer heen, 30 kilometer terug, en er verandert veel. In je kop, in je lijf en in je beleving van het landschap, ja, zelfs in je idee over de uitgestrekheid van de wereld, ontdekte Arno Haijtema.

Van Castricum naar Magadan (en door naar Manhattan)

Arno op de fiets met op de achtergrond Castricum Foto Erik Smits

Vandaag heb ik op mijn speedpedelec Magadan in Oost-Siberië bereikt. Door Polen, Wit-Rusland en over de oneindige Russische toendra. Noordelijk van Kazachstan en Mongolië, de grens met China schampend, kwam ik eindelijk in Magadan, gelegen aan de ijzige Zee van Ochotsk. Ruim anderhalf jaar heb ik erover gedaan. Weleens materiaalpech, maar nooit een lekke band. Regen en een enkele sneeuwbui doorstaan, en veel tegenwind. Uit het westen. Want hoewel de wereldkaart laat zien dat ik mij voortdurend in oostelijke richting moest bewegen, blies een bries me vrijwel onophoudelijk in het gezicht.

Arno op de fiets met op de achtergrond Castricum Foto Erik Smits

Dat zit zo. Mijn helletocht naar Magadan heeft zich slechts in mijn hoofd voltrokken. De kilometers, 12.698, zijn werkelijk afgelegd, vermeldt de display van mijn e-bike. De gemiddelde snelheid zal zo’n 33 kilometer per uur zijn geweest. 43 per uur (de maximale snelheid met de elektrische hulpmotor) op lange rechte snelfietspaden. 20, 25 in de stad – daar ben je niet alleen en pas je je aan. Maar mijn imaginaire tocht naar Magadan voltrok zich voornamelijk tussen Castricum en Amsterdam, woon- en werkplaats. 32 kilometer heen ’s ochtends, en aan het einde van de werkdag weer terug. Bijna tweehonderd keer.

Die 12.698 kilometers waren misschien niet zo avontuurlijk als de enkele reis Oost-Siberië – wie zal het zeggen? Want avontuurlijk zijn ze wél. Geen rit is hetzelfde. Saai zijn ze nooit. Ik bouwde een voor een ex-roker aardige conditie op (afkloppen) en viel nog nooit (ook afkloppen). Spaarde geld uit dat anderen aan treinreizen of benzine spenderen. Veroorzaakte, geloof ik, zo minder CO2-uitstoot. En ik merkte dat mijn geestesgesteldheid veranderde door de dagelijkse blik op de horizon in de polders. Ik trapte zorgen weg. Zoog mijn longen vol frisse lucht en verdreef het muffe ochtendhumeur. Kreeg meer daglicht in mijn ogen, zodat de deprimerend korte dagen minder grip op me hadden. Ik werd, een beetje, een ander mens.

Dit zijn de 12 lessen die ik leerde, tussen Castricum en Magadan.

1 Ik rekende me rijk

Bij de niet al te lang doordachte aanschaf van mijn Gazelle Speed Pedelec (€ 2.200) ging ik ervan uit dat ik hem in ongeveer tweehonderd ritten zou terugverdienen. Neen. Er kwamen bij: de kosten van een WA-verzekering, een diefstalverzekering en wegenbelasting, in ruil waarvoor ik een gele kentekenplaat achter op het spatbord draag. Zo draag ik hopelijk bij aan de aanleg van snelle fietspaden.

Ik kocht de fiets in de zomer van 2016. Per dag dacht ik ruim 9 euro uit te sparen op ov-kosten: 2 keer de trein van Castricum naar Amsterdam CS v.v.: € 6,80. Tram: twee keer  1,25. Tezamen: € 9,30. Met bijna tweehonderd ritten achter de rug, heb ik € 1.860 bespaard. Nog drie maanden (60 dagen x € 9,30) fietsen, dan is-ie ruimschoots afbetaald.

Nog niet. Want onkosten waren er ook. Een (achteraf bezien te dure) onderhoudsbeurt van bijna 500 euro. De in 2017 verplicht geworden aanschaf van een speciale speedpedelec-valhelm van 140 euro. Kleine slijtageschades: 50 euro. Twee keer deed ik een beroep op de garantie van 2 jaar op motor en accu. Goeie service van de leverancier, dus snel gerepareerd. Maar één keer hield de motor er ’s avonds laat, achter Amsterdam Centraal Station mee op. 29 kilometer op eigen kracht naar huis – het gaat, maar het valt, zeker onvoorzien, niet mee, en voor de garantie koop je op dat moment niets. En als ik de afschrijving meereken (zeg dat de speedbike na drie jaar fietsen nog 700 euro waard is) dan heb ik nog zo’n 60 retourritten te gaan tot het break-evenpoint. Geen halszaak, wel leuk.

Noordzeekanaal bij pont tussen Zaandam en Amsterdam. In de verte de Hemwegcentrale van NUON. Foto RV -
Westelijk Havengebied Amsterdam, Houten gebouwtje langs oude spoorlijn naar (gesloopte) Hembrug over Noordzeekanaal Foto RV -
Foto RV -
Boerderij Cronenburg (van rond 1800) bij Castricum. Foto RV -
Foto RV -
Fiets/voetgangerpont Amsterdam CS-Amsterdam-Noord. Foto RV -
Scholier in de weer met social media op zijn smartphone. Bij Koog aan de Zaan Foto RV -
Buizerd op zijn vaste standplaats: hoogspanningsmast bij Krommenie. Foto RV -

2 De fiets is sneller dan de auto

75 minuten doe ik erover om van mijn huis naar de krant te komen.  De pont over het Noordzeekanaal tussen Zaandam en het Westelijk Havengebied van Amsterdam heeft enige vertraging tot gevolg. Het tochtje duurt een paar minuten, maar om het veer niet te missen, is enige speling in de planning vereist. Ik vertrek rond 8.45 uur en kom iets over 10 uur aan. Vrijwel altijd passeer ik dan de files op de A8. Of, als ik voor de variatie een kleine omweg neem via Amsterdam-Noord, de autokluwens op het Coenplein. De zeldzame keren dat ik zelf de auto pak, duurt de reis (in de spits) altijd langer. 

Overigens hebben beide routes, die met de pont naar het Westelijk Havengebied en de route via Noord, hun charmes en bezwaren.

De route door het Westelijk Havengebied voert langs een kilometer lange lopende band schuin boven het fietspad, waarover het meurende afval van de stad naar de verbrandingsoven wordt getransporteerd. Wat een stank. Je passeert er de immense Nuon Hemwegcentrale, een van de grote CO2-producenten van Nederland. Machteloos bal je je vuist uit woede, maar het rook braken van de schoorsteen gaat altijd, altijd door.

De weg tussen de pont en de westrand van de stad, zo’n 5 kilometer, is een lange, rechte streep. Geregeld passeer ik wandelende zeelieden wier schip in de haven ligt afgemeerd, vaak Aziaten en Afrikanen. Weer of geen weer, zij sjokken voort naar het centrum – geen geld voor een taxi of openbaar vervoer?

’s Avonds laat zie ik nu en dan een vos oversteken, tussen een rangeerterrein aan de westkant van de weg en een eenzaam bedrijventerrein aan de oostkant. Elegant springt hij over een slootje en verdwijnt tussen de struiken. De zwarte konijntjes die ik in de eerste maanden zag ter hoogte van de elektriciteitscentrale (vast na beëindiging van hobby losgelaten door de eigenaar) zijn verdwenen. Of er een verband is?

De route over Amsterdam-Noord is een paar kilometer langer, en dat is dan meteen het voornaamste bezwaar. Maar het is heel bevredigend de files op het Coenplein te passeren. En te genieten van de schoonheid van oude dorpse dijkhuisjes. En er is de fascinerende aanblik vanaf de Landsmeerderdijk van polders op drie niveaus pal naast elkaar – Noord-Hollandse sawa’s.

3 Fietsen maakt je een dierenkenner

In de polder tussen Castricum en de Zaanstreek heb ik heel wat dieren ontmoet en leren kennen. Een torenvalk, altijd op dezelfde lantaarnpaal na 3 kilometer, loerend over de velden naar muizen. Een paar kauwtjes (de hangvogels van de polder: lawaaiig, maar ze hebben het altijd gezellig) in de berm onder de snelweg A9. Een reuzenbuizerd met arrogante blik, uitkijkend vanaf een hoogspanningsmast bij Krommenie. De reigers roerloos in de sloten, de poten in de modder. De kieviten zijn er weer, die met honderden neerstrijken op het omgeploegde land. De grutto’s staan met hun hoge poten op de klei en denken weemoedig terug aan West-Afrika. Ter hoogte van Koog aan de Zaan zullen in mei de karpers aan het paaien gaan – wild spartelen ze vlak onder het wateroppervlak en spetteren in het rond. Bij Uitgeest zie ik zo nu en dan een jagende snoek uit het water schieten, één meter spierkracht en een bek vol scheermestanden.

4 Het openbaar vervoer is maar iets sneller dan de speedpedelec

De intercity tussen Castricum en Amsterdam-Centraal doet bijna een half uur over de rit. Tel daarbij op: tien minuten fietsen naar het station, 5 minuten speling incalculeren. In Amsterdam, inclusief wachten, in tien minuten langs drie haltes met de sneltram richting IJburg, en dan 5 minuten wandelen. Totale reistijd: 60 minuten. De NS-intercity’s denderen me voorbij, maar uiteindelijk ben ik per dag maar twee keer een kwartiertje meer kwijt dan met het openbaar vervoer. Zonder ergernis door vertragingen, volle coupés, voordringers bij het instappen. Nadeel (maar ook een voordeel): je fietst altijd in je eentje.

5 Denk niet dat je scholieren iets kunt leren

Ja, op school leren ze vast veel, de honderden pubers en adolescenten die me dagelijks tegemoetkomen via het Uitgeesterweggetje. Castricum is een bescheiden gemeente, maar een metropool op midddelbarescholengebied. Een grote Groen- vmbo, twee scholengemeenschappen, een paar duizend leerlingen bij elkaar, uit de regio. Met z’n drieën rijden ze naast elkaar, of z’n vieren – lang niet allemaal hoor, maar sommigen zijn onverbeterlijk en dwingen me bijna in de berm, waar de sloot glinstert.

Veel enger: de scooters en fietsers die (al dan niet naast elkaar) appen tijdens het rijden. Te herkennen aan trage rijstijl en langzaam afwijken van de rechte lijn. Alleen hard schreeuwen helpt, hun schrik is mijn enige genoegdoening. De wetenschapper die onlangs beweerde dat appen op de fiets geen extra ongelukken veroorzaakt, nodig ik met forse tegenzin uit eens met me mee te rijden. Vorige zomer een meisje geholpen dat met haar scooter in een bochtje half in de sloot verzeild was geraakt. Voorfront kapot, motor verzopen, kleren nat. Haar mobieltje lag in het gras – eventjes de concentratie verlegd van het asfalt naar het scherm.

Niet denken dat hun iets te leren valt; accepteer het gelaten. Van de vermeend onkwetsbaren hoop ik dat ze hun donorcodicil hebben ingevuld.

6 De geest knapt op van het fietsen

Al voorbij Uitgeest ben ik 's ochtends klaarwakker van de frisse lucht. Halverwege Krommenie passeren de vliegtuigen op een paar honderd meter hoogte, die onderweg zijn naar Schiphol. Hoe gekmakend het nachtelijk vliegverkeer boven Castricum voor matige slapers als ik ook is, zo’n schijnbaar trage, dalende Jumbo 747 boven je hoofd blijft fascineren.

’s Avonds zijn eventuele perikelen die zich op het werk hebben voorgedaan al na een paar kilometer trappen opgelost. Eerst langs het IJ, langs de cruiseschepen bij de Passengers Terminal, langs CS, over het chaospleintje bij de veerpontjes waar alle verkeersregels bewust opzij zijn gezet en van weggebruikers discipline en gezond verstand worden gevraagd. Het krioelen van fietsen, scooters en wandelaars is één groot pleidooi voor het anarchisme, want ik heb er nog nooit een ongeluk zien gebeuren.

In tijden van persoonlijke tegenslag heeft de tamelijk intensieve lichaamsbeweging een heilzame uitwerking, heb ik bemerkt. Fietsen en piekeren gaan slecht samen. Wie enigszins uitgeput is, slaapt beter. Woede wordt gekanaliseerd in de kuitspieren.

Daarnaast kunnen mistflarden en door de vorst wit uitgeslagen velden, filigreinen spinnenwebben aan takken, strak bevroren vaarten waarin de opkomende zon spiegelt, onvervalste euforie bewerkstelligen.

7 Het lichaam knapt op van het fietsen

Lichtelijk smalend hoorde de collega me aan toen ik zei dat ik fietste van huis naar werk en terug. ‛Ja, met zo’n motor erop kan ik het ook’, zei ze, ‛dan gaat het vanzelf’. Dat is niet waar, het gaat niet vanzelf. Het motortje biedt ondersteuning, maar alleen als je zelf trapt. Om de inspanning te meten, heb ik met een hartslagmeter gefietst. Bij hardlopen pompt mijn hart ongeveer 155 slagen per minuut. Op de speedbike tussen de 120 en 130. Ik verbrand op een gewone fiets zo’n 1.300 calorieën per dag tussen woon- en werkplek, op de speedbike zo’n 800. Ik verloor kilo’s vet, tot ik iets te weinig spek overhield, het gauw koud kreeg en mijn ribben kon tellen. Niet overdrijven, heb ik geleerd. Net als mijn generatiegenoten met uitzicht op de rand van de laatste kuil (50+) heb ik (58) de neiging tot kinderachtig sportief fanatisme.

8 De wind komt altijd uit het zuidwesten

Wat de weervoorspellers ook beweren: de wind waait altijd uit het zuid-westen. Ik kan het weten, want ik heb hem bijna altijd in de zij. Nooit, nee nooit, word ik naar Amsterdam geblazen met de wind uit het noorden, en nimmer stuwt de zuiderwind me huiswaarts.

9 Het regent vrijwel nooit

Wat de weervoorspellers ook beweren: het regent bijna nooit. Misschien heb ik in anderhalf jaar tijd tien keer de trein genomen in plaats van de fiets, omdat het ’s ochtends al pijpenstelen regende. Soms plenst een bui tijdens de thuisreis op me neer. Dat doet pijn in je gezicht, bij 35 kilometer per uur. Maar echt, het zijn uitzonderingen.

10 Zonder muziek gaat het niet

Elke fietstocht heeft zijn eigen soundtrack. Opvallend hoe muziek de beleving van het landschap beïnvloedt. Een Kindertoteslied van Mahler, en de zonsondergang roert tot tranen. Chris Isaak Live at the Fillmore en je vliegt door de stuwende gitaren over het asfalt. Meindert Talma’s Mach Mal Pause (De wolken/ de wolken in de hemel/ de akkers, de herenboerderijen/ de vogels die boven de bomen zweven/ en de koeien die dromen van een vorig leven - Mach Mal Pause): met de zanger fiets je op een zomeravond/ in een slakkengang/ door het Groninger land/ het koolzaad blinkend in de zon/ geen mens die je hier tegenkomt.

11 Gehoorzaam de wet nooit blind

Sinds 2017 mogen speedpedelecs met hun gele kentekenplaten niet meer op het fietspad. Het is de ijzeren logica van de verkeersbureaucraat, want 45 kilometer is te snel voor de ‘gewone’ medefietsers op het pad. Dat is waar. Maar de wetgever is vergeten dat ik in de bebouwde kom - waar de nieuwe verkeersregels vooral hun uitwerking hebben - helemaal geen 45 kilometer per uur rijd. Als ik me kalmpjes, met 25 kilometer per uur, tussen het autoverkeer meng, komt dat in de buurt van suïcide. Opgefokte automobilisten (wie is dat niet, in de ochtendspits) toeteren luid, snijden me af, halen onverantwoord in om mij maar voorbij te kunnen. Motorfietsers spreken me misprijzend aan. Voetgangers wijzen naar hun voorhoofd als ze me zien. Me aan de regels houden, dat doe ik dus, na een paar bloedstollende ervaringen, niet meer. Ik zie me al gaan, in de lavastroom tussen de ring van Amsterdam en Centraal Station.

12 De wereld is kleiner dan je denkt

Bijna eenderde van de wereldomtrek heb ik inmiddels afgelegd, en daar is niets bovenmenselijks aan. Wie zo’n afstand aflegt, krijgt meer gevoel voor hoe bescheiden de omvang van onze planeet is. Ik ben niet de eerste die erachter komt. Sarah Palin, de Republikeinse running mate van de voormalige presidentskandidaat John McCain,  riep op een van haar teaparty’s al eens dat Amerika moest uitkijken voor de Russen, want vanuit haar staat Alaska ‘kan ik Rusland zien liggen’. Daar zal ik haar aan herinneren, als het straks tijd wordt de Bering­straat over te steken. Ik zal zwaaien, hopen dat ze me opmerkt en me met een bootje overzet van Rusland naar haar Amerika. Ergens voorbij Anchorage moet ik dan het punt bereiken waar ik mijn Gazelle heb terugverdiend. Dan nog een kleine 7 duizend kilometer en ik ben in Manhattan, New York, waar ik het uitgespaarde geld ongegeneerd van de Brooklyn Bridge ga smijten.

Balkon

De in dit artikel genoemde speedpedelec is een Gazelle Cityzen Speed met zeven versnellingen. De speedpedelec onderscheidt zich van een gewone e-bike door de hogere maximale snelheid. Een ‘gewone’ haalt 27 kilometer per uur, de speedpedelec tot 44 kilomtere per uur. De (doorsnee)accu biedt op een afstand van tussen de 30 en 50 kilometer ondersteuning (afhankelijk van de in te stellen intensiteit). Opladen duurt ongeveer twee uur.  

Meer over