Arnhemseweg

De mannen van de motorpolitie, vier man sterk, zitten in de serre van restaurant De Hof, aan de Arnhemseweg tussen Renswoude en Ede....

Martin Bril

Rotan stoelen, plastic tafels.

Grote mannen zijn het, en jong zijn ze ook, althans drie van de vier. Eentje is donker en gespierd, eentje heeft een paardestaart, eentje is de jongste van het stel, hij spreekt nummer vier aan met 'u'.

Nummer vier is niet jong. Hij nadert zijn pensioen. Hij heeft een heel leven op de motor gezeten. Hij draagt een rond brilletje en een enorme snor. Allevier de mannen dragen donkerblauwe T-shirts en leren broeken. Hun witte jacks hangen aan de kapstok in de hal, de helmen liggen er bovenop.

Het is niet druk in de zaak.

Een ouder echtpaar zit aan het seniorenmenu: kopje soep, dagschotel en toetje of koffie (16 euro 50). Meneer is in het donkergroen, hij draagt een knickerbocker en kousen, mevrouw heeft een sportief rood jack aan. Ze zijn op de fiets, de ANWB-kaart ligt opengevouwen naast de borden.

De jonge motoragenten luisteren naar hun oude, besnorde baas die vertelt over nieuwe motoren die hij heeft besteld, over oude motoren waar het korps vroeger op reed, over Honda's en BMW's en de verkeerde motoren waarop de collega's in Duitsland en Frankrijk rijden. Je kunt wel zeggen dat het aan hem te danken is dat alleen de mannen van de regio Midden Nederland op de juiste motoren zitten. De jonge agenten hangen aan zijn lippen, ze knikken, ze mompelen eens wat en verorberen intussen hun uitsmijters en sateetjes met frites.

Aan de overkant van de Arnhemseweg holt nu een hond door het weiland. Het is een grote, bruinwitte hond die dolle sprongen maakt. Na een tijdje verdwijnt hij in een maïsveld. Een bus van Connexion komt voorbij, behalve de chauffeur zit er niemand in. Kort daarop begint het te regenen, maar er is geen verband met de hond, noch met de lege bus.

Jammer.

De motoragenten nemen de toestand bij het Nederlands elftal door: Robben moet erin, en Overmars moet terugkomen – over de vleugels moet het spel gaan, en Van der Vaart is nog niet rijp voor een hoofdrol. De oude baas luistert terwijl hij een zware Van Nelle draait. De regen ruist op het dak van de serre, een zware vrachtwagen die buiten passeert, doet het glaswerk rinkelen.

'Voorlopig blijven we nog even zitten', zegt de oude agent tegen de ober die de borden weg komt halen.

'Wij hebben er geen prolemen mee', zegt de ober en hij verdwijnt.

Boven het maïsveld waarin de hond is verdwenen, valt de donkere bewolking alweer uiteen: flarden blauw lichten op. Maar het zal nog geruime tijd duren voor de weersverbetering de Arnhemseweg heeft overgestoken en de motoragenten kunnen vertrekken.

Voorlopig drinken ze koffie.

Het is tien voor half twee, pas tegen drieën moeten de mannen op het viaduct over de A 12 staan om de auto die Prins Willem-Alexander van Den Haag naar Wageningen brengt op te vangen. Vandaar zullen ze de prins veilig naar de opening van het academisch jaar en een lezing over watermanagement leiden. Ze hebben wel voor hetere vuren gestaan, in ieder geval de oudste agent, die met de grote snor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden