Armoe en vrede

Maak een praatje op de veerboot over de rivier, eet kip yassa in een restaurant bij het strand of spot vogelsoorten in de wetlands. Chillen met de rasta's? Een joint kost een habbekrats.

Twee stappen hebben we buiten ons strandverblijf in Bijilo gezet, als een Gambiaanse jongen kordaat op ons af stapt. Voetbalshirt losjes om de schouders, spijkerbroek bijna op zijn knieën. Keek hij net nog verveeld over het brede, vrijwel verlaten strand naar de Atlantische Oceaan, nu is hij een en al vrolijkheid. 'Welcome to The Gambia.'


We proberen de jongen te negeren, gewaarschuwd als we zijn voor de bumsters, de jonge Gambianen die bijna letterlijk tegen toeristen opbotsen en hen met zoete praatjes proberen te besodemieteren. Maar hij laat zich niet afschepen. Onverstoorbaar zet hij zijn breedste glimlach op, alsof hij ons hoogstpersoonlijk wil tonen waarom dit stukje West-Afrika 'the smiling coast' wordt genoemd.


Dan stelt de jongen ('Call me Abou') de vragen die wij deze reis nog tientallen keren zullen horen. Letterlijk. Nu eens op het strand, dan weer in cafés, restaurants, winkeltjes of haastig uitgesproken door de openstaande raampjes van busjes en taxi's.


Hij: 'Hoe gaat het, my friends?'


Wij: (Stilte).


Hij: 'Waar komen jullie vandaan?'


Wij: (Opnieuw stilte).


Hij: 'Hoe heten jullie?'


Wij: (Zucht).


Hij: 'Eerste keer in Gambia?'


Wij: (Diepe zucht).


Hij: 'Ik kan jullie helpen. It's nice to be nice.'


Wij: (Stilte)


Hij: 'Hebben jullie een gids nodig? Een taxi naar de krokodillen? Lieve vrouwen voor een leuke vriendschap op vakantie? Let me help you, no problem.'


Wij: (Geïrriteerd wegkijken)


Geen zorgen: op dit punt van het 'gesprek' geven de meeste Gambianen het op en wensen je met een zure lach een vrolijke dag. Natuurlijk zijn ze teleurgesteld, maar anders dan in veel andere exotische oorden met een aangename winterzon vertaalt de teleurstelling van de Gambianen zich niet in scheldpartijen of dreigende blikken. Ze gaan gewoon op zoek naar de volgende toerist. Telkens klinkt weer het malle zinnetje: 'Let me help you, no problem.'


Doet de Gambiaanse overheid hier dan niets aan? Zeker wel. Enkele jaren geleden verordonneerde president Yahya Jammeh dat een deel van de bumsters zou worden opgeleid tot officiële toeristengids. Daarnaast liet hij een speciale toeristenpolitie introduceren die bij hotels en uitgaanscentra al te opdringerige jonge Gambianen aanpakt. Helemaal gewerkt heeft het niet. Veel bumsters laten zich niet afschrikken door het vooruitzicht van enkele uren achter de tralies of openbare taakstraffen. Ook zie je geregeld hoe agenten van de toeristenpolitie een briefje van 10 of 25 dalasi (44 dalasi = 1 euro) toegestopt krijgen.


'De bumsters zijn een plaag waarop we maar geen vat krijgen', erkent gids Urbain El Diamacoune. 'Niemand profiteert ervan. Het geld dat ze verdienen, geven ze uit aan drank en vrouwen en niet aan hun armlastige familie. Bovendien vinden toeristen het vervelend constant te worden aangesproken. En zonder toeristen hebben wij nauwelijks inkomsten. Wat ook niet helpt, zijn al die oude blanke vrouwen die naar Gambia komen om de jonge mannen het hoofd op hol te brengen.'


Een gekke opmerking? Wie om zich heen kijkt in de Gambiaanse toeristencentra Bijilo, Kololi en Kotu ziet opvallend veel gemengde stelletjes. Inderdaad vooral Europese vrouwen van middelbare leeftijd, in het gezelschap van Gambiaanse jongens met jaloersmakende, strakke zwarte lijven. Seks? Liefde? Vriendschap? Je komt het allemaal tegen. Soms is het eenvoudigweg, zoals de 59-jarige Belgische weduwe Vicky stelt: 'Aandacht. Na jaren eenzaamheid heb je behoefte aan aandacht.'


Over seks in Gambia is de laatste jaren al voldoende geschreven. Veilig gebeurt het in de meeste gevallen wel, al was het maar omdat je al voor 15 dalasi een pakje met drie condooms kunt scoren. Ook over de rest van je lijf en leden hoef je je nauwelijks zorgen te maken. Anders dan elders in Afrika kun je hier als toubab (blank persoon) echt veilig rondlopen.


Overdag slenter je langs het strand van Tanji, op de grootste vismarkt van het land. Of je struint door het labyrint van stalletjes van Albert Market in de hoofdstad Banjul. Ook als de duisternis is gevallen, kun je zonder vrees de straat op. De enige risico's die je loopt, bestaan uit een te lekkere kip yassa of domoda van rund bij restaurant African Queen in Kololi. Of dat je op een dansvloer eindigt met Gambiaanse, Senegalese of Liberiaanse vrouwen bij de bekende beachbar Poco Loco. Of dat je met Gambiaanse rasta's een joint (25 dalasi) doorgeeft bij de chillout-tent Sizzler's.


De Gambianen vinden het prachtig. Het zijn de kleine geneugten van het leven die de bittere armoede even doen vergeten in een van de armste landen van Afrika. Ook de op veel plekken opvallend goed geasfalteerde wegen wekken een goed humeur op. Zelfs het toenemende aantal stoplichten - de eerste verscheen pas in 2006 in Fajarra - 'maken ons vrolijk', zegt taxichauffeur Bob Bojang.


Allemaal zaken waarvoor president Jammeh zich graag verantwoordelijk houdt. Opmerkelijk genoeg hoor je taxichauffeur Bob Bojang of andere Gambianen niet praten over de prestaties van de president. Wie tegen Gambianen over hun goedlachse leider begint, of hun vragen stelt over de politieke actualiteit - een goede plek leek ons het parlementsgebouw in aanbouw, op de weg naar Banjul - ontmoet een diep stilzwijgen of ziet zijn Gambiaanse gesprekspartners verschrikt rondkijken, speurend naar de ogen en oren van de staat.


De enkeling die het aandurft over president Jammeh te beginnen, spreekt op fluistertoon over 'Meneer P.' en laat slechts los dat niet alle 1,7 miljoen Gambianen blij met hem zijn. In juli 1994 greep hij met enkele jonge officieren de macht. Ooit beweerde hij met kruiden en planten in drie dagen aids te kunnen genezen.


Het beste is om helemaal niet over 'Meneer P.' te beginnen. Verwonder je liever over de vele bizarre billboards langs de weg met president Jammeh erop. Metershoge foto's, waarop de Gambiaanse sterke man zich graag schaart tussen historische Afrikaanse leiders als Nelson Mandela of Gamal Nasser. En anders herinnert hij de Gambianen er nog eens streng aan dat hij als 'The master peace maker and champion nation builder' dit land van de duisternis naar het licht heeft gebracht.


Ja, het is nogal pedant. Maar vermakelijke zelfverheerlijking is het wel. Soms heb je er als toerist zelfs wat aan. Neem de 35 meter hoge triomfboog in Banjul. Acht indrukwekkende dorische zuilen ondersteunen het wellicht imposantste bouwwerk van de hoofdstad. Neergezet door president Jammeh om de staatsgreep te gedenken van 22 juli 1994, 'tegen de corrupte president Dawda Jawra'. Nu is het een plek waar je even weg bent uit de chaotische verkeersdrukte - alleen de president en enkele hoge functionarissen mogen onder de triomfboog door rijden.


Wie de moeite neemt om er de 157 treden van de wenteltrap te bestijgen, wordt niet alleen verrast door een klein museum, waarin de Gambiaanse geschiedenis uit de doeken wordt gedaan, maar ook door een mooi uitzicht over de platte daken van Banjul. Opeens snap je dat Banjul de kleinste hoofdstad van Afrika is, iets wat nauwelijks tot je doordringt als je door haar drukke straten loopt. Belangrijker nog: plots besef je weer dat je op een schiereiland bent, bij de monding van de rivier de Gambia in de Atlantische Oceaan.


Een strategische plek, die verklaart waarom de oude Britse kolonisator in 1816 juist hier een stad stichtte om de illegale slavenhandel door Fransen en Portugezen tegen te gaan. Maar veel geschiedenis is er niet meer te vinden in Banjul. Op dus naar de haven, voor de veerboot naar Barra, dat op de noordoever ligt. Een oude Oekraiense pont vertrekt afgeladen vol, met auto's, vrachtwagens, geiten, kippen - en ja, ook mensen.


Op het bovendek verkopen Gambiaanse vrouwen pinda's, zakjes water en limonade. Vrome moslims luisteren naar de preken van islamitische geestelijken op hun mobieltje. Jongeren rappen mee met de klanken van hiphop uit Senegal, het grote buurland dat Gambia geheel omringt. Een praatje maken op deze varende microkosmos is een must, al was het maar om het aparte gevoel voor humor van de Gambianen te leren kennen.


Zo is er de 24-jarige Famaya Cisse, die plots opgewonden wijst naar The Freedom Hotel, verderop langs de oever. Het blijkt een gevangenis. En de 22-jarige Seko Samba vertelt graag dat ze in Gambia de GMT-tijdzone kennen. Niet de bekende Greenwich Mean Time, maar de Gambian Maybe Time. 'Ja, tijdsbegrip moet je hier in Gambia heel ruim nemen', lacht Samba. Dat het niet zomaar woorden zijn, bewijst de overtocht. Wat een uurtje had moeten duren, wordt al snel twee uur.


Als de pont dan eindelijk aankomt en je Barra uit rijdt, heb je het idee in een ander Gambia te zijn terechtgekomen. Hier geen vervelende bumsters of nodeloos tromgeroffel bij restaurants, maar de geur van gerookt hout en oranje-rood zand. Een savannelandschap met lange grassen en groepjes bomen en dan verder niks.


Nou vooruit, een kilometerslange asfaltweg is er, waarop je geregeld op de rem moet trappen voor overstekende paarden, koeien, geiten en hyena's. En als vogelliefhebber kom je ogen tekort om de vele lepelaars, ooievaars, haviken en flamingo's te bewonderen. Wie hier vroeg opstaat, kan langs de Gambia en in prachtige natuurparken als Abuko Nature Reserve of Bao Bolong Wetland Reserve wel zeshonderd vogelsoorten spotten.


Intussen duiken van tijd tot tijd kleine nederzettingen op. Groepen hutjes gemaakt van palmbladeren en leem waarin extended families met elkaar leven. De wereld speelt zich af bij de dorpspomp en de grote kapokboom, dé plek voor religieuze rituelen en besnijdenissen. De enige moderniteit komt van kinderen met voetbalshirts van FC Barcelona en AC Milan


Ook Makka is zo'n gehucht. Een tijdloze plek waar mannen, vrouwen en kinderen eten uit hun drie afzonderlijke pannen met rijst en groente. Het is er steevast vredig, 'omdat je elkaar niet kunt haten als je uit dezelfde pan eet'.


Misschien verklaart dat ook wel waarom ze hier in Gambia, anders dan elders in Afrika, al lange tijd geen gewapende conflicten kennen of etnische spanningen voelen - hoewel volkeren als de Mandinka, Wolof en Fulani vroeger geregeld strijd met elkaar voerden.


Maar waarom zou je daarover blijven filosoferen? Je kunt ook met een bootje over de Gambia terugvaren. Begeleid door het geluid van een knetterende dieselmotor vergaap je je aan overblijfselen uit de slaventijd bij Janjanbureh, aan grote baobabbomen of aan opduikende nijlpaarden.


Dan begrijp je het, als gids Abdoulie Krubally op weg naar de veerboot en de strandhotels vertelt dat ruim de helft van de toeristen die Gambia bezoeken zogeheten repeaters zijn, herhaaltoeristen. Je kunt je ergeren aan de bumsters en aan de oudere Europese vrouwen op zoek naar seks met jonge zwarte mannen. Je kunt je vraagtekens zetten bij de gestuurde democratie van 'Meneer P.' Of je kunt gewoon genieten van dit kleinste stukje Afrika.


ZES UUR VLIEGEN

Sinds oktober vliegt Corendon Dutch Airlines op maandag, woensdag en vrijdag in zes uur naar Gambia. Ook biedt Corendon van oktober tot en met april appartementen en hotelkamers aan in de kustplaatsen Kololi, Kotu en Bijilo en in de hoofdstad Banjul. Wij verbleven in Seafront Residence Hotel (seafront.gm). Transavia, Brussel Airlines (vanuit Brussel) en Royal Air Maroc (overstap in Casablanca) vliegen eveneens naar Gambia. Ook Arkefly, Sunweb en Sudtours bieden verblijfsmogelijkheden.


MAGISCH KROKODILLENWATER

Geen heiliger dier in Gambia dan de krokodil. Geroemd om zijn fysieke kracht en mythische gaven. Het verklaart waarom voor het dier is gekozen als watermerk in de Gambiaanse dalasi-briefjes. Wie de krokodil in het echt wil zien, kan het best naar de Katchikally Crocodile Pool gaan. Deze 500 jaar oude poel bij Bakau herbergt ruim honderd grote krokodillen (en nog heel wat kleinere). Bovendien zouden de wateren waarin de krokodillen ronddobberen bijzondere kracht hebben: vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen zouden na hierin te hebben gebaad toch zwanger kunnen worden. De meeste vrouwen kiezen een veiliger oplossing: ze spoelen zich af met dit water - uit een emmer.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden