Arme landen moeten wel hard groeien

’Groeicijfers arme en rijke landen niet te vergelijken.’..

Van onze verslaggever Evert Nieuwenhuis

AMSTERDAM Arme en opkomende landen mogen zich dit jaar verheugen op een economische groei van gemiddeld 3,3 procent, voorspelt het Internationaal Monetair Fonds. China kan genieten van 6,7 procent groei, India van 5,1 procent. In Afrika bezuiden de Sahara is de economie aan het eind van 2009 gemiddeld 3,5 procent groter dan nu.

Kende Nederland maar zulke cijfers. Volgens het zwartste scenario van het Centraal Plan Bureau zal de Nederlandse economie krimpen met 2 procent. Waar maken arme landen zich eigenlijk druk om?

‘Je kunt de groeicijfers van arme landen niet zomaar vergelijken met die van rijke landen’, zegt Dirk Willem te Velde, ontwikkelingseconoom bij het prestigieuze Britse Overseas Development Institute. ‘Arme landen en iets rijkere landen als India en Brazilië hebben een veel grotere bevolkingsgroei dan de VS, Japan en de EU. Stel dat de economie van een Afrikaans land met 2 procent groeit en de bevolking met 2,5 procent, dan krimpt de economie per hoofd van de bevolking met een half procent. Mensen worden de facto armer.’

De econoom Hans Timmer, bij de Wereldbank verantwoordelijk voor analyses en voorspellingen van de wereldeconomie, wijst op nog een reden dat arme en opkomende landen grotere groeicijfers nodig hebben. Timmer: ‘Landen als China hebben een grotere productiviteitsgroei dan wij, en dat vraagt om een grotere groei.’ In Mexico, China en Brazilië nemen op veel grotere schaal dan in het Westen machines het werk over van mensen. Dat betekent dat een economie flink moet groeien om te voorkomen dat mensen werkloos worden. Gebeurt dat niet, dan kan politieke onrust snel de kop opsteken. Zeker als, zoals in veel arme landen, er een grote groep jongeren is zonder toekomstperspectief.

In China zijn honderden miljoenen boeren naar de steden getrokken om te werken. Nu zij werkloos dreigen te raken door de terugvallende export naar rijke landen (goed voor ongeveer de helft van de afname van de economische groei) en een teruglopende vraag in de bouw, vreest Peking een morrende bevolking. Bovendien is de Chinezen beloofd dat zij rijker zullen worden. Het staatssocialisme met de gelijkheidsidealen werd ingeruild voor staatskapitalisme dat iedereen rijker zou maken. De staatskapitalisten in Peking zeggen een groei van minstens 8 procent nodig te hebben om de geest in de fles te houden.

De export is volgens Timmer in arme landen vaak ‘het meest dynamische deel van hun economie’. Veel landen ontstegen de armoede door grondstoffen of consumentengoederen uit te voeren. De uitvoer dient als een vliegwiel voor de economie, en juist dat vliegwiel wordt door een stagnerende wereldeconomie tot stilstand gebracht.

Met name de armste landen worden hier hard door getroffen, omdat zij weinig sectoren hebben die de groei over kunnen nemen. In grotere landen, zoals India, stimuleert de binnenlandse vraag de groei nog enigszins. Een ontluikende middenklasse koopt zichzelf en haar landgenoten naar meer welvaart.

Volgens Timmer zijn de afgelopen maanden ‘dramatisch’ geweest. De industriële productie en export kelderden met tientallen procenten. ‘Echt opmerkelijk is dat de terugval overal plaatsvindt. Er is geen ontsnappen aan.’

Reden te meer voor overheden om mondiaal te denken wanneer zij met dure stimuleringsplannen hun economie willen redden, zegt Te Velde. ‘Met slechts enkele procenten van wat westerse overheden uitgeven om hun banken te redden, kun je in arme landen veel meer bereiken. Niet alleen omdat je daar meer koopt voor een euro, maar ook omdat ze geen overbesteding kennen, zoals veel rijke landen, maar onderbesteding.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden