Arme AkademieDe opmerkelijkste vier:

De kunstenaars van straks presenteren zich op de open dagen van de Rijksakademie. Weinig Sturm und Drang dit jaar. Moet deze broedplaats zich in een tijd van harde bezuinigingen niet veel meer profileren?

Banieren hangen er niet tegen de voorgevel. Geen schreeuwende opschriften met dito inhoud. Dat de kunstacademies door de bezuinigingen in het slop dreigen te komen. Of dat jonge, experimentele kunst het loodje zal leggen als miljoenen euro's worden geschrapt. Nee, het is bij de Open Dagen van de Rijksakademie business as usual. Het enige wat aan de buitenkant van het gebouw aan de Amsterdamse Sarphatistraat zichtbaar is, is een Surinaamse vlag. Als een vodje hangt die uit een raam.


Het is een van weinige kunstwerken die iets van kritiek etaleert. In dit specifieke geval: kritiek van de Surinaamse kunstenaar Kurt Nahar. Die heeft zijn atelier ingericht als kapel voor vermoorde Surinamers. Niet alleen voor die van de Decembermoorden, maar ook voor allen die zijn vergeten. Er klinkt een jammerende, maar mooie zangstem. In het midden van de ruimte staat een bidstoel.


Toch vreemd al met al. Toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra sloeg vorig jaar genadeloos toe met zijn oekaze de Rijksakademie, samen met de overige postacademische instellingen, fors te snoeien. De Rijksakademie heeft als gevolg van die voorstellen veel te verliezen. Geld, personeel, werkplekken, misschien wel het gebouw. Tot 2014 krijgt het nog de nodige middelen. Daarna wordt drastisch gekort. En zal de fusie met De Ateliers, even verderop in Amsterdam, zijn beslag moeten krijgen.


Als bezoeker van de jaarlijks terugkerende Open Dagen verwacht je iets van deze ongewisse toekomst terug te vinden. Dat kunstenaars een aanklacht laten horen tegen het gebrek aan politieke wil om in Nederland een modelinstituut als de Rijksakademie in zijn volle omvang te behouden.


Niet dus. Op een enkele kunstenaar na. Ergens boven in het labyrinthische gebouw (je weet nooit waar je bent in dit doolhof) heeft de Frans-Duitse kunstenares Céline Berger een conferentiezaaltje ingericht. Met vergadertafels en Revolt-stoelen van Friso Kramer; witte gordijnen en een lichte vloerbedekking. Op een filmscherm wordt de tekst geprojecteerd: 'We are living the age of artists, they are more important than ever before'. Berger is daarmee een uitzondering.


Je kunt je over dit gebrek aan engagement met de eigen academie verbazen. Maar misschien ook niet. Omdat het beste wat kunstenaars en academies kunnen doen gewoon doorwerken is. Geen stennis schoppen, maar juist iedereen overtuigen dat hier aan de Sarphatistraat talent voor de toekomst wordt ontwikkeld. Dat er kunst wordt gemaakt die het verdient gezien en ondersteund te worden. Ook vanuit Den Haag. En als ket niet door Den Haag gebeurt dan door particulieren en bedrijven.


Vraag is alleen: is er kunst van die kwaliteit? Antwoord: niet minder hedan in andere jaren. Maar zeker ook niet meer. Het aanbod aan kunstenaars mag dan, zoals altijd, overweldigend zijn; het aanbod aan verfrissende experimenten en ongeziene nieuwigheden is dat niet.


Maar feitelijk is ook dat toch wat je verwacht. Kunstenaars krijgen twee jaar lang tijd, ruimte en geld om hun werk te verdiepen, nieuwe wegen te bewandelen en het onbekende tegemoet te treden. Gevrijwaard van iedere druk.


Resultaat: veel Luc Tuymans-achtig, vaag schilderwerk (vooral van de Nederlandse deelnemers). Hier en daar, maar niet te veel politiek activisme. Van Kurt Nahar dus. Maar ook intrigerend videowerk van de Nigeriaan Uche Okpa-Iroha, die zich tussen de hoofdrolspelers van The Godfather heeft gemonteerd. Of de door Pathy Tshindele geschilderde aanklacht tegen Leopold II die zich koning van Congo noemde zonder er ooit te zijn geweest. Opmerkelijk ook is het handjevol performances, wat op zich past in de hausse aan performances van dit moment.


De lichting die nu in de Rijksakademie bezig is, sluit naadloos aan bij wat er in de kunstwereld al gaande is. Veel werk zal door galeries worden opgemerkt, door musea worden getoond en door verzamelaars worden gekocht. Omdat het nu eenmaal zo werkt. Je kunt je afvragen of een academie als de 'Rijks' dat moet willen. In deze tijd van financiële onzekerheid zal de academie zich moeten profileren. Herrie maken tegenover de politiek is inderdaad niet erg zinvol; herrie maken in de kunst wel.


Zeker, de Rijksakademie heeft veel te verliezen. Maar ze heeft ook een naam hoog te houden als recalcitrant instituut dat voor artistieke reuring zorgt. Alleen daarmee wordt het onvermijdelijke belang afgedwongen.


Rijksakademie Open 2012. Rijksakademie, Amsterdam, 1, 2/12, 11-19 u. rijksakademie.nl


Ruim 140 jaar illustere alumni


Dat de Amsterdamse Rijksakademie een naam heeft hoog te houden, wijst het verleden uit. Het kunstopleidingsinstituut werd in 1870 door koning Willem III opgericht als opvolger van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten, die op zijn beurt in 1817 bij Koninklijk Besluit werd ingesteld als academie met een nationale opdracht. In de jaren van zijn bestaan heeft het illustere kunstenaars afgeleverd, zoals Jan Toorop, G.H. Breitner, H.P. Berlage, Piet Mondriaan en Karel Appel. Meer recente namen zijn: Meschac Gaba, Berend Strik, Michael Raedecker, Fiona Tan, Folkert de Jong, Yael Bartana, Alicia Framis en Marijke van Warmerdam.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden