Arm jazzblad voor welvarende lezers

Mensen die van jazz houden rijden in een Porsche, roken sigaren en hebben 3690 euro over voor een weekje Verenigde Staten....

Jazz, voorheen Jazz Nu, bestaat vijfentwintig jaar en heeft zich net als de meeste muziektijdschriften veel dappere moeite getroost om te overleven. De meest recente restyling was die naar een glossy, dat jazz propageert als lifestyle.

De jubileumeditie van Jazz steekt positief af tegen recente nummers, al betekent dat nog lang niet dat het een goed jazztijdschrift is. Het grootste probleem van Jazz is het gebrek aan geld wegens de marginale belangstelling voor jazzmuziek. Medewerkers krijgen bijzonder weinig betaald, waardoor Jazz vooral is aangewezen op goedbedoelende amateurs. De weinige artikelen van professionele schrijvers behoren meestal niet tot hun betere, omdat ze wel erg vlotjes zijn neergepend.

De piepkleine redactie van Jazz is vrijwel volledig afhankelijk van de ideeën van freelancers. Dat betekent dat elke artiest die door platenmaatschappijen wordt aangeboden voor een promotie-interview in de kolommen terechtkomt, terwijl nergens een overkoepelende visie of een vooruitziende blik valt te bespeuren. Verhalen over de stand van zaken in bepaalde subgenres of analyses van stromingen zijn er meestal met de haren bijgesleept, missen diepgang of lopen achter de feiten aan. De stortvloed van zogenaamde essay's over jazz en de gevangenis, jazz en de duivel of jazz en oorlog bevatten geen wetenswaardige informatie en zijn stilistisch van een bedroevend niveau.

De hang naar pop- en wereldmuziek valt de redactie van Jazz nauwelijks te verwijten. Wil het blad kunnen blijven bestaan dan moet er wel een breder publiek aangeboord worden. Het is alleen zo jammer dat er helemaal geen artikelen over minder beroemde, van de mainstream afwijkende musici in staan. In het jubileumnummer staat het zoveelste artikel over Charlie Parker, een interview met Trijntje Oosterhuis - die de afgelopen weken al in zo'n beetje ieder medium van heeft gestaan -, een interview met de pseudo-hippe DJ Gilles Peterson: grote namen die nodig zijn om kopers te trekken. Een klein artikel ertussen over een nog onbekende voorhoedemuzikant of over iemand uit de alternatieve improvisatiehoek zou van Jazz een blad maken dat werkelijk iedereen kan aanspreken. Daarnaast zou het lezers erop attenderen dat er meer is dan massamuziek. Dat het enige Nederlandse jazztijdschrift geen aandacht besteedt aan de Nederlandse muziekscene is droefmakend.

Door de gemakzuchtige bladvulling en het gebrek aan visie is Jazz een echt bladerblad: met een beetje geluk zijn er tussen de honderddertig pagina's een tiental te vinden die de moeite waard zijn.

Natuurlijk zijn er altijd wel wat leuke passages te vinden. In zijn interview met de legendarische saxofonist Wayne Shorter durft Remco Takken te vragen waarom zijn concert met Herbie Hancock op het North Sea Festival eigenlijk zo 'dwars, hoekig en gemeen was'. Shorter: 'De zaal bleek zo'n patserig auditorium waarvoor je extra moest betalen. Je ziet de mannen in stropdas al zitten tijdens het concert: opgeprikt en met een vrouw naast zich die niet van jazz houdt. Ik heb er in ieder geval voor gezorgd dat ze elkaar niet zouden aanstoten met zo'n veelbetekenend knikje van: goed hè, die Wayne Shorter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden