Arjan Peters

Een vrouwelijk naakt, daar was de neo-klassieke Friese beeldhouwer Pier Pander in zijn atelier in Rome mee bezig, toen Louis Couperus hem in 1895 kwam opzoeken. Onmiddellijk, een openbaring, dat is een beeld, vond de getroffen Couperus; goddelijker dan het woord. Het beeld van Pander was Alba, of Uchtend (1896), 'de geboorte der Ziel', en Couperus zou het in Metamorfoze (1897) als volgt omschrijven: 'silhouet, bloem van lijnen, vreemd jonge vrouwelijkheid, kind, opstaande huivering recht, de armen hangende langs het lijf, het hoofdje jong rond, en met een blik, die recht uit zag, heel angstvallig het te ruwe leven in.' In het Pier Pander Museum in Leeuwarden is de expositie 'Verwante zielen' over de vriendschap tussen Couperus en Pander te zien (tot en met 30 september, Prinsentuin 1b), en in de beroemde Pandertempel daarbij staat de beeldengroep die op die Alba volgde, met ook Gedachte (1898), Gevoel (1901), Moed (1902) en Kracht (1900), drie manlijke en twee vrouwelijke naakten. Over die beelden schreef Couperus in 1903 een sonnettenreeks, het bewijs dat de auteur geen soepel dichter was: 'Nu zie 'k haar weêr en levensbang als steeds/ Rijst ze uit haar zelfgeboorte- een ziel des leeds/ Maar Ziel, uit wie spat stralend 's levens vlam! Boeiender is de column die Couperus op 11 februari 1911 in Het Vaderland schreef over een nieuwe visite aan Panders atelier. In zijn koude werkplaats is de nuchtere kunstenaar bezig, en Couperus maar gilletjes slaken van Pier, hoe dóe je dat toch, en ik vind het zo'n mysterie! Pier geeft de schrijver een beitel en hamer, en laat hem wat proberen op een afgekeurd kinderportretje in marmer. Met diens lange schrijversvingers, en met al die ringen eraan, is dat een tafereel dat Pander én Couperus' echtgenote doet proesten van het lachen. Later zou hij Pander opdracht geven tot het maken van een marmeren medaillonportret van zijn vrouw Elisabeth. Na een tijdje verkiest Couperus de woonkamer, want ondanks het inmiddels snorrende potkacheltje rilt de schrijver van de koû. Volgen nog wat lofzangen op de beeldhouwer die zich kalm en fier wijdt aan zijn hooge kunst, aan zijne reine, kuische, ideale kunst, de Kunst die hem reeds als kind op het voorhoofd heeft gekust. En toch. Ondanks alle verwijfde gedweep vormen die tastende woorden uit Metamorfoze ('opstaande huivering recht') een parelende karakteristiek. Het Alba-beeld van Pander, mooi maar ook erg traditioneel en bleekjes, krijgt pas door de woorden van Couperus iets dwingends. Daarom is het thema van de tentoonstelling zo goed gekozen: al bleven de ontmoetingen tot een paar keer beperkt, de vriendschap was oprecht. Ze hádden iets met elkaar. Daar dacht ik aan terug toen ik vorige week bij Ellen Deckwitz (1982), winnares van de Buddingh'-prijs voor haar debuut De steen vreest mij, dit beeld aantrof: 'Alles nam hij mee, verjaardagen,/ thuissleutels, mondwater./ Alleen zijn tandfloss staat er nog,// met een stukje draad buiten/ het doosje. Uitgedroogde tong/ van aan boom vastgebonden hond.// Mijn lach straalt soms/ een stukje draad tussen de kiezen/ dat ik niet weghaal/ dat de hele dag zacht/ mijn tong aanraakt.' Filmisch beeld: het is uit, de vrouw staat in de badkamer, ze ziet die tandfloss staan. Als je dat zou filmen, gebeurt er niets. Maar de woorden van Deckwitz laden het tafereel met tastbare intimiteit. Met de vriendschap met het woord doet het beeld zijn voordeel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden