Arjan Peters

Onvoorspelbaar laverend tussen grappig en grimmig, was de indruk die W.F. Hermans (1921-1995) maakte bij de openbare interviews met hem die ik in 1985 en 1993 in Amsterdam heb bijgewoond. Hij kon buitengewoon aimabel zijn - het was alleen zaak geen verkeerde vragen te stellen. In dat geval kreeg je het hoofd te zien dat Sylvia Willink-Quiël in 1981 met meesterhand heeft vereeuwigd, en dat de toeschouwer laat weten: met mij vallen geen grapjes te maken. Dit was het konterfeitsel dat Hermans bij voorkeur van zichzelf liet zien. Anders had hij er onder het geduldig poseren wel een ander gezicht bij getrokken.


Het borstbeeld staat op de tentoonstelling 'Hermans terug in Amsterdam', die onlangs door mevrouw Willink is geopend in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Verspreid over een aantal vitrines in een ruimte die het Revemuseum heet, zijn nu dus boeken, brieven, foto's en voorwerpen te zien die te maken hebben met de eertijdse collega en goede vriend van Reve.


De folder bevat een tiental onnozele multiple choice-vragen (noemde Hermans zijn uitgever Van Oorschot na de brouille Uitschot, Oorwurm of Voorschot?), maar daarover zaniken is ongepast. Ik heb genoten.


Minstens drie geëxposeerde boeken had ik nog nooit gezien. De dichtbundel Kussen door een rag van woorden uit 1944, clandestien verschenen in 30 exemplaren. In Amsterdam ligt nummer 15 in een vitrine, een zo gaaf exemplaar dat ik er een inbraak op zou willen wagen.


Voorts een exemplaar van De martelgang van de dikzak, de vertaling die Hermans in 1981 publiceerde van een roman van Henri Béraud uit 1922, met de volgende opdracht: '9 december 1981, voor Cees Nooteboom, nog niet dik genoeg om van dit boek neerslachtig te worden. Met hartelijke groeten van de vertaler'. Ook uniek: de roman Conserve, gesigneerd op 9 november 1947 en met de opdracht voor Adriaan Morriën: 'in de hoop dat hij voor zijn dood niet ingeblikt wordt'. In latere jaren, toen Hermans inmiddels een dreunende vete met Morriën had, zou hij hem dit lot waarschijnlijk juist hebben toegewenst.


Slechts één aardigheidje vond ik op de expositie niet terug, dat ik zo vrij ben hier te noemen, niet bij wijze van kritiek maar louter als aanvulling: het nieuws- en advertentieblad De Terschellinger bevatte in de editie van 21 juli 2011 op pagina 10 en 11 een prachtig artikel met de kop 'Terschelling krijgt een rol in biografie over W.F. Hermans'. In de jaren zestig keerde de schrijver tijdens de zomervakanties keer op keer met zijn gezin op het eiland terug, schrijft journalist Gert van Engelen. Op Terschelling heeft Hermans in 1961 in zekere nacht zitten werken aan het filmscenario voor Als Twee druppels water, ontstak in woede toen zijn schrijfmachine haperde, trapte het ding de kamer door, en schopte er een stoel achteraan.


In het holst van de nacht is een depressieve Hermans toen naar de zee gelopen, vertelde hij later, 'met het idee mij in de zee te storten en te verdwijnen'. Maar het was twee kilometer lopen. 'Voor ik zo ver was, ben ik op andere gedachten gekomen. Toen ben ik weer naar huis teruggewandeld.'


Speurwerk leverde op dat Hermans op het Noordzeestrand bij paal 12 tot inkeer moet zijn gekomen. 'Die paal is verdwenen. Heeft een fanatieke hermansiaan hem ergens verstopt?' vraagt De Terschellinger zich af.


Het blad heeft aspirant-biograaf Willem Otterspeer gevraagd of Terschelling in zijn boek zal voorkomen. 'In het voorbijgaan', heeft deze voorzichtig geantwoord. Hierbij pleit ik voor een royale voetnoot, die zal leiden tot een herplaatsing van paal 12. Met een bordje erop: de W.F. Hermans-paal.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden