Arjan Peters

ARJAN PETERS

Op dag 28 van de fietstocht tussen Amsterdam en Delphi leggen Rosita Steenbeek en haar Armeense vriend Art eenenveertig kilometer af, tussen San Marino en Cattolica. In het verslag van die tocht, Amsterdam-Delphi, neemt die dag vijf pagina's in beslag. Het tweetal wordt gewekt door klokgebeier, even later zien ze de zee, en op het centrale plein van San Marino bevindt zich een kasteel 'voorzien van kantelen en een torentje'.

Opmaten tot een verhaal, kun je dan nog denken. Het stel bestijgt de fietsen en begint te dalen op een weg met haarspeldbochten. 'Ik houd mijn vingers op de remhendels want met het gewicht van de bagage heb je snel veel vaart', schrijft Rosita. Dat klinkt al beter. Misschien loopt het verkeerd af.

Ze voert de spanning op door ons af te leiden: 'Op de boulevard van Riccione stap ik af om uit te kijken over het water waar, achter het strand met de verlaten strandstoelen, de zon haar act doet die altijd weer indruk maakt: rozerood ondergaan.'

Op pagina vier begint Rosita de lezer ronduit te tergen. Ze zou de zee in willen springen, maar 'we hebben geen handdoek bij ons'. Dan volgt de mistroostigste zin, die ons verlangen naar een gebeurtenis welhaast uitdooft: 'De ene discotheek volgt op de andere.' Alsof dat nog niet genoeg is: 'Van alle kanten klinkt muziek.' Waar zou die nou vandaan komen?

Net naast de weg ontdekt Art een groot portret van Fellini, horende bij de naar hem vernoemde kunstacademie. Zou Art weten van de liefdesrelatie die Rosita ooit had met de filmregisseur? Ze schreef er over in De laatste vrouw (1994). Maar nu beperkt ze zich tot een citaat van de oude meester: 'Ik ben een monument geworden. De duiven kakken erop.'

Helaas is Arts ontdekking geen aanleiding voor een twist, of de aanzet tot een dialoog over de vergankelijkheid van de liefde. Ze fietsen Cattolica binnen: 'De stad maakt een sympathieke indruk, levendig, met mooie hotels.' Op pagina vijf gaan ze zoeken naar een ristorante zonder die oorverdovende muziek. Uiteindelijk hebben ze een goed plekje gevonden, maar ze kunnen elkaar verdorie toch nauwelijks verstaan.

Daarmee is dag 28 afgelopen.

Het verslag gaat diep gebukt onder de vloek van het realisme. Rosita heeft gemeend dat ze waarheidsgetrouw moest opbiechten wat ze onderweg meemaakte. Maar het enige dat de lezer wil is een goed verhaal. Waarom niks verzonnen, als je niets beleeft?

Vorige week hoorde ik Wilfried de Jong vertellen over die keer dat hij in Noord-Italië op een begraafplaats namens een vriend een graf zocht, vond en schoonmaakte. Even verderop zag Wilfried een jonge vrouw in tranen bij een graf staan.

Dat was eigenlijk alles. Hij stapte weer op de fiets en verliet het dorpje. Maar het beeld van de wenende vrouw liet hem niet los. In zijn nieuwe bundel Kop in de wind kunnen we lezen wat hij er van heeft gemaakt. Het verhaal 'Montalto' begint met een ik-figuur die een berg beklimt, en dan boven in het dorpje het graf van een bekende vindt. Twee rijen verder ziet hij een jonge vrouw, in de weer bij een ander graf. Ze ziet hem, en komt naar hem toe.

De ontmoeting mondt uit in een gezamenlijke fietstocht naar de plek waar een gruwelijk ongeluk heeft plaatsgevonden.

Allemaal niet gebeurd. Maar De Jong had wel iets om over naar huis te schrijven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden