Arjan Peters

Terug in Nederland stapte ik de kamer van Leopold binnen. Want van zo dichtbij is de onbekende foto uit 1906 gemaakt, nu afgedrukt op het tijdschrift Tirade (nr. 439), dat je de indruk hebt er te staan, voor die stoel, piano en het bureau met paperassen en parafernalia. Een kleine, doodstille sensatie. Nooit heeft iemand een afbeelding gezien van de huurkamer aan de Van Oldenbarneveldtstraat in Rotterdam waar de schuwe vrijgezelle leraar klassieken J.H. Leopold (1865-1925) bijna dertig jaar woonde. En dat zou niemand wat hebben kunnen schelen, als diezelfde Leopold niet ook een van onze allergrootste dichters was. Tussen de papieren die hij vorig jaar van de familie kreeg omdat hij een biografie van de dichter voorbereidt, trof Dick van Halsema de foto aan. Vermoedelijk gemaakt door Leopold zelf. Er bestonden tot nu toe alleen geschreven getuigenissen van de schaarse bezoekers die met de docent van het Erasmiaans Gymnasium thuis spraken of daar met hem piano speelden. Dat laatste deed de rechtenstudent Jan Sjabbo Brouwer, die later memoreerde dat Leopold voor hem enkele delen uit Tsjaikovsky's Kinderalbum speelde, te weten de zieke pop, de daaropvolgende marcia-funèbre, de wals, en de nieuwe pop: tranen stonden in zijn ogen. 'Wat moet dat toch een geest geweest zijn, Brouwer; als een kinderverdriet zóó'n betekenis voor je kan hebben, dan ben je te benijden.' Daar, in die stoel, heeft Leopold dus gezeten toen hij zijn gedichten schreef. Hier woonde de man die dover en dover werd, en allengs achterdochtiger, die met die paar kennissen brak en eenzaam stierf. De foto voegt niets toe aan het oeuvre, maar deze blik in het interieur van een kluizenaar laat me iets zien wat ik niet had willen missen: de plaats waar een leven werd geleid dat grote kunst heeft voortgebracht.

Ik heb altijd goed zonder een biografie van Leopold gekund, op zijn verzen raak ik toch nooit uitgekeken, maar nu ik weet dat Van Halsema bezig is wil ik die biografie óók. En wel zo spoedig mogelijk. De tweede schok die de zomervakantie mij bereidde was van geheel andere aard: de dood van de eminente vertaler Wilfred Oranje, 59 jaar oud, aan de gevolgen van kanker. Op 10 augustus werd de vertaler van Sigmund Freud (de complete Werken, 7.500 pagina's in elf delen, bij uitgeverij Boom), maar evenzeer de vertaler van Heine, Schiller, Fontane en Joseph Roth herdacht in de Noorderkerk in Amsterdam, voorafgaand aan de teraardebestelling op Zorgvlied. Uit de toespraken van zijn zonen, zwager en neef rees een markant persoon op. 'Welsprekend mopperen, daar knapte hij altijd van op'. 'Er was veel wat niet deugde'. Als kind was Oranje een bleke slungel, die vooral las en piano speelde. 'Nooit is opgehelderd hoe hij aan de militaire dienst is ontkomen. Waarschijnlijk door op de keuring te verschijnen.' Toen hij in de afgelopen zomer wist dat zijn einde naderde, stelde Oranje een lijstje op met sprekers. Nadat zijn vrouw Heleen Frenkel zag dat zij er niet op prijkte en vroeg of haar naam er misschien bij mocht, omdat ze ook wel wat wilde zeggen, vond hij dat goed, met deze restrictie: 'In géén geval de kist toespreken.' Hierin kwamen J.H. Leopold en Wilfred Oranje overeen: een stapel goede boeken en pianomuziek, veel méér heb je niet nodig. Ik maak mij sterk dat de hemel daarin voorziet.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden