Arjan Peters

Het begon ermee dat ik het graf van Willem Wittkampf (1924-1992) op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied wilde bezoeken. Ik had zelfs een nummer: graf 14-III-73.


Maar dat lukte niet, want er is geen graf meer. De journalist die in Het Parool jarenlang prachtige monologen met zogeheten gewone Nederlanders optekende en daar slechts 'Willem' onder zette, lag tien jaar in een verzamelgraf toen dat in 2002 werd geruimd.


Twee jaar eerder verscheen het Verzameld Werk van Wittkampf, waarvan de revenuen zouden worden besteed aan een herbegrafenis, maar volgens samensteller Hans Heesen is dat geld door de erfgename, een ex-buurvrouw, in eigen zak gestoken met als argument 'dat Willem lak had aan een graf'.


Toen wist ik waar mijn pelgrimage naar toe zou voeren: het Letterkundig Museum in Den Haag. Daar bevindt zich immers in 208 laden het manuscript van 'de lachpil'. Dat zit zo. De laatste twintig jaar van zijn leven heeft Wittkampf zich niet meer op de burelen van Het Parool vertoond, omdat hij aan een autobiografische roman zou werken die hij 'een lachpil' noemde. Achttien verhuisdozen vol schreef hij. Onleesbaar geraaskal van een alcoholist, meenden de enkelen die het aandurfden de papieren in te kijken.


Die berg moest ik met eigen ogen zien. Er gingen dit voorjaar weken overheen voordat mijn verzoek om de nalatenschap te mogen inzien werd gehonoreerd. In die periode herlas ik zijn werk, en genoot. Uit Nader bericht ontbreekt (1963): 'Zowat drie jaar geleden ben ik gepensioneerd. Ik heb nu een keetje achter mijn huis staan, en daar ga ik vaak heen. Dat komt: - ik sta liever dan ik zit. Ik heb tot mijn tweeënzestigste getimmerd in de bouw. Dat doe je staande, en daar kom ik niet meer vanaf.'


Of deze opening uit Heibel (1950), met rechtbankstukken: 'De naam van de verdachte werd door de oude deurwaarder afgeroepen op de gebruikelijke holle dreigtoon, want je moet bij dat soort onmiddellijk alle hoop op lichte straffen de bodem inslaan.'


Nu mocht ik naar Den Haag om de lachpil te zien. Een middag dook ik in de laden. Het viel me niet mee, al was ik voorbereid op een sof. Dozen vol met aanzetten en woeste pennestreken. Een paar keer kon ik uit de troebele zee een zin vissen die ik hier voorzichtig op de krant laat drogen.


De voormalige ster-interviewer Willem Wittkampf zat op zijn kamer in de Tolstraat te Amsterdam twintig jaar te schrijven, onder het drinken door.


Hij schreef onder meer dit: 'Gods Woord is onkenbaar - 'voor mensen' dan hè - dat hoort erbij, maar de toevoeging is eigenlijk overbodig, want God heeft geen woord nodig als je het goed bekijkt.'


'Ik heb hoop op betere tijden, en dat is maar goed ook - bij wanhoop alleen kan ik niet leven. Bij hoop alleen ook niet.'


Midden op een pagina deze uithaal: 'Godverdomme waarom loopt hier alles in het honderd. Uitgerekend hier!'


Over generatiegenoot W.F. Hermans, die begin jaren zeventig verhuisde van Groningen naar Parijs: 'Hij heeft de sociale zekerheden van Groningen ingeruild voor de heilige onzekerheid van Parijs.'


Over hoofdredacteur Sandberg van Het Parool, met wie hij een conflict had: 'Hij schreef dat ie zich hield aanbevolen, als ik het nog eens omwerkte. Goeie smoes. Jij alsmaar dóór zwoegen, en hij blijven zeggen dat het helaas nog niet goed genoeg is.'


Deze vond ik ook te mooi om in het papieren graf van de nalatenschap achter te laten: 'Hij heeft géén kwaaie dronk over zich. Vervelend wordt ie hooguit wegens onverstoorbaarheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden