Arjan Peters

In de kindertijd gebeurt alles. Tomas Tranströmer is ervan overtuigd, als psycholoog die jaren in jeugdgevangenissen heeft gewerkt. Maar toen de Zweedse dichter op zijn zestigste in zijn eigen oertijd wilde doordringen, de jeugd in Stockholm, merkte hij dat de meeste gevoelens en gebeurtenissen niet meer bereikbaar waren. Veel kwam er niet: dertig pagina's proza onder de titel De herinneringen zien mij (1993), maar die zijn wel van een grote rijkdom.


'Ik was een wandplaten vereerder. Het grootste geluk bestond erin de juffrouw te mogen begeleiden naar de voorraad en een of andere versleten kartonnen plaat te voorschijn te halen. Je kon dan ook vluchtig de andere wandplaten die daar hingen bekijken.'


Of de ontdekking van de bibliotheek, en de pogingen om als elfjarige de volwassenenafdeling te enteren, door te vragen om een boek dat alleen daar stond. 'Wat voor boek dan?', is de argwanende wedervraag van de bibliothecaresse. 'De immigratiegeschiedenis van de Scandinavische dierenwereld. Van Ekman, voegde ik er toonloos aan toe, met een gevoel dat alles verloren was.' Later mag Tomas lezen over de Nijl, Afrika, oerwouden, aardrijkskunde en geschiedenis.


Willem Brakman (1922-2008) had minder moeite om terug te reiken naar zijn jeugd, in Duindorp. 'Al in mijn prille jeugd bezat ik een zeer groot ervaringsvermogen', en wie dat heeft ervaart veel, 'en wie veel ervaart wil daarover vertellen'. Dat heeft hij niet gelaten.


Uit zijn essays die niet eerder in een reguliere bundel terecht zijn gekomen, is onlangs Voltreffer samengesteld (AFdH uitgevers). Daarin ook de herinnering aan de lagere school, toen op zaterdag tijdens het laatste uur de onderwijzer meneer Oortmesse ging voorlezen uit Fulco de Minstreel. 'Er klonk een stem, en zo lang hij klonk kwam woord voor woord, beeld na beeld uit het niets te voorschijn. Dat kon hij, de meester, en hij had ook een mooie stem; een stem met borst, keel, huig en spuug; een stem met boventonen die naar de hoogste regionen verwezen. Ik kroop er binnenin en vergat te ademen.'


Het woord werd levende taal. Meneer Oortmesse liet alles zo echt gebeuren, dat de kleine Wim de duinen en straten om zich heen ziet veranderen: 'Zijn middeleeuwse paarden draafden over de ruiterpaden van de Scheveningse bosjes; holle wegen, struikgewas, het woud waar het niet pluis was, ik kon de plekken gaan opzoeken, ernaar gaan kijken en met de hand aanraken.'


Verhaal en werkelijkheid lopen volstrekt natuurlijk in elkaar over. Dat geheimzinnige verbond zou Brakman in zijn tientallen romans en verhalen telkens opnieuw tot stand brengen. Hij werd wel voor postmodernist versleten, maar de invloed van meneer Oortmesse lijkt me voor dit ongewone schrijverschap van ingrijpender betekenis geweest.


Het mag dan niemand helemaal lukken weer kind te worden, maar Tomas Tranströmer en Willem Brakman slagen er allebei in de vindplaats aan te wijzen; die van de ontdekking dat je de wereld kunt uitbreiden door te luisteren naar een magisch voorlezende stem, door op te gaan in een wandplaat, of in het verslag van een expeditie.


Nooit heb ik iets begrepen van realisten, die de bestaande wereld afbeelden. Alles kan ik mij voorstellen bij de geesten die de wereld verbeelden zoals je haar nooit eerder zag.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden