Arjan Peters

Graag begin ik met een oproep. Want er is iets vervelends gebeurd. Nadat Willem Brakman (85) op 8 mei 2008 was overleden, een van onze geestigste schrijvers en winnaar van de P.C. Hooftprijs, werd er gewag gemaakt van een laatste manuscript. Een uitgave van die zwanenzang zat er echter niet in, omdat zelfs Brakmans vaste redacteur Jan Kuijper geen chocola kon maken van de onnavolgbare tekst.


Daar moesten we het mee doen. Maar onlangs heeft Kuijper toch een twaalftal pagina's gepubliceerd van de roman die Staren in het duister heet, in een Gents wetenschappelijk boek over Brakmans leven en werk: Het binnenste buiten (Academia Press; € 25,-). In de inleiding waarschuwt Kuijper: 'De gedachtensprongen zijn vaak niet gemotiveerd in de tekst. Het lijkt erop dat Brakmans vermogen tot het aanbrengen van samenhang het aan het eind van zijn leven liet afweten.'


Om die reden heeft Kuijper 'afscheid genomen van grote delen van de tekst, mooie, fantasierijke en geestige gedeelten met weinig samenhang.'


Protest! In zijn laatste boeken leek Brakman zich meer en meer terug te trekken in zijn binnenwereld en schonk hij ons kleine poëtische raadsels. Als hij dan zijn finale roman ook nog Staren in het duister doopt, dan kijkt de lezer toch niet meer op van cryptische passages? Het zou van respect getuigen en van het besef dat dit manuscript kostbaar cultureel erfgoed is, wanneer de tekst in facsimile wordt uitgegeven. Het is zonde om slechts een paar passages prijs te geven in een academische uitgave die de vaderlandse boekhandels niet eens haalt.


Uitgeverij Querido, die zo voorbeeldig zorgt voor de nagelaten papieren van Haasse en Bernlef, zou moeten ingrijpen en ons Staren in het duister niet onthouden. In dat Vlaamse boek staan namelijk twee paginaatjes Brakman-handschrift die meteen schitterend zijn, terwijl Kuijper ze niet heeft geselecteerd.


Op een zomerdag denkt Willem ineens terug aan zijn stervende grootvader: 'De laatste wens van hem was een gebraden haas voor zijn reddeloos verpeste maag en al. Spoedig klonk een gebed in zijn kamertje. Niemand was op zijn hoede geweest, opeens echter riep hij 'Oh mijn God' en was het even doodstil. Ik herinner mij Pander, eerst viel zijn pijp onder zijn bed en moest worden gezocht. Daarna kwam mijn vader die zich over het bed boog met een sonoor 'hij weet nu wat voor ons een raadsel is'.'


Als een inleider, laten we zeggen ik, de lezer bekwaam voorbereidt op die plotseling opduikende Pander (Brakmans oom Piet, die ook in het verhaal voorkomt, werkte bij het meubelimperium Pander), dan is dit een fragment dat je nooit had willen missen.


En daar staat Staren in het duister vol mee. 'Onderweg zon ik op samenhang, maar ik kwam niet verder dan de overschaduwde rottenis.' Een veelbetekenende zin: de verteller zélf moet ook op zoek naar een verband. Dat maakt de lectuur zo enerverend. 'Ik ontmoette in het dorp een mij totale vreemdeling, en zei hem dat er nu eindelijk beweging kwam in zijn rechtszaak. Hij zat in de zon en zag er goed uit. Het is beter hier tegen een raam te leunen dan op het Tesselseplein, en hij glom als een hondenpiel.' Misschien is het alleen maar goed als de samenhang ons ontgaat. Het zijn de losse zinnen, de flitsen van inzicht en grillige uitschieters van een geest die op uiteenvallen staat.


Hier wil je toch geen lettergreep van missen? 'De beelden vallen van de werkbank als doken ze in een afgrond, alsof in de gang de hoed van een dode van de haak rolt.'


Querido, alstublieft! Breng de Laatste van Brakman uit.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden