Arjan Peters

Marente de Moor heeft haar huis verkocht. De AKO-prijswinnares zal niet lang meer in het Zuid-Limburgse Mechelen wonen, vertelde ze laatst in de Haagse boekhandel Paagman; ze woont daar ook al weer drie jaar, tijd om te verkassen, een familietrekje. Maar het stille platteland was haar goed bevallen. Alleen zijn is in een gemeente van tweeduizend zielen heel anders dan in de stad, waar je ongemerkt kunt vereenzamen. Zij kan het zeggen, jaren heeft ze in Amsterdam en in Sint-Petersburg gewoond.


De lectuur van Een steek diep doordrong me andermaal van die waarheid. Hierin bundelde F. Starik de verslagen van 37 eenzame uitvaarten in Amsterdam, van overledenen zonder nabestaanden die met een gedicht van een poëet uit de Poule des Doods, door Starik ingesteld, ter aarde worden besteld.


Het initiatief komt van Bart Droog uit Groningen, en de eenzame uitvaart bestaat ook in Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Antwerpen. Eenzame uitvaarten komen buiten die grote steden zelden voor, schrijft Starik in het nawoord bij Een steek diep. Het gaat om alcoholisten, bolletjesslikkers, illegalen, of de kinderloze weduwe die per testament 34 duizend euro nalaat aan haar overleden echtgenoot. Stuk voor stuk schrijnende gevallen.


In juni 2008 werden er in het Westelijk Havengebied in Amsterdam twee dode duikers aangetroffen, die al een week of acht in het water lagen. Onherkenbaar geworden. Niemand wist wie er in die pakken zaten. Waarschijnlijk 'drugsplukkers' die de verboden spullen, geplakt onder aan schepen, daar vandaan moesten trekken.


Die duikers zijn op 21 juli 2008 begraven op Sint Barbara in Amsterdam. Een van hen in zijn duikpak. Niemand was er bij, behalve de mensen van de gemeentelijke dienst, Starik en de dichter die hij had besteld, Robert Anker. De 37 teksten van de aangezochte dichters zijn ook afgedrukt in het boek, dat de gelegenheidspoëzie bevat van Tonnus Oosterhoff, Eva Gerlach, Maria Barnas, Erik Menkveld, Neeltje Maria Min en anderen. Trouwens, Goethe zei al dat er geen poëzie zonder gelegenheid bestaat.


Ontroerend, die regels voor ontzielde anonymi, flessenpost naar gene zijde, en dat geldt ook voor de teksten van Starik: 'We schuifelen langs de kist alsof we voor een kassa moeten wachten, leggen onze gedachteboodschap op de band, rekenen af en gaan verder'. De cumulatie van eenzaamheid noopte deze lezer wel tot gedoseerde hoeveelheden 's daags. Af en toe was een ommetje nodig.


Bijvoorbeeld naar een boekhandel, om daar de nieuwe bundel van Adam Zagajewski aan te schaffen, vertaald uit het Pools in het Engels, Unseen hand; dichter bij ons komt Zagajewski niet, sinds Meulenhoff is opgehouden zijn grootse poëzie in het Nederlands te vertalen. Het zou me niet verbazen als de 'market square' waar de dichter in zijn gedicht Faces 's avonds loopt, dat plein vol terrassen in zijn woonplaats Krakow is. Daar drinkt Zagajewski gretig de gezichten in van mensen die hij niet kent. Een stad bestaat uit gezichten, denkt hij, die gloeien als lampen, als de toortsen van lassers die 's nachts staal repareren in wolken van vonken.


En dan zijn er ook nog, ver van de terrassen, de ongeziene gezichten van hen die buiten elk verband zijn gevallen. Ook naar hen kijken dichters om.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden