Arjan Peters trof de onversneden huiver en angst aan die de lezer juist goed doet

null Beeld null

In de letteren komt de krant er niet altijd goed vanaf. Neem The Chimes (1844) van Charles Dickens, onlangs in de vertaling van Mark van Dijk als Het Carillon verschenen (Nimisa Publishing House; euro 24,95).

Trotty Veck, een mottige kruier die vlak bij een kerk met een fraai carillon staat te wachten op klusjes, beklaagt zich. 'Er is niets dat regelmatiger komt dan etenstijd en er is niets dat onregelmatiger komt dan eten. Dat is het grote verschil tussen die twee.' Zou iemand die gedachte van hem willen kopen, om in de krant te zetten?

Welnee, schudt hij die gedachte van zich af, en haalt een smerige krant van vorige week uit zijn zak. Alleen maar beschouwingen! Geen nieuws te bekennen! Later, na een dag vol vernederingen, leest hij in de krant over criminelen, en weet het zeker; arme mensen zijn slecht.

Plotseling neemt het carillon zijn woorden over. Wat het is, dat de oorverdovende klokken lijken te zeggen? 'Trotty Veck, Trotty Veck, we wachten op je, Trotty! Kom bij ons langs! Breng hem bij ons, breng hem bij ons, plaag en jaag hem, plaag en jaag hem! Stoor zijn sluimer, stoor zijn sluimer!'

Bangig en aarzelend besluit Trotty dan de enge kerktoren te beklimmen. Het is een kerstverhaal en eindigt helaas happy - maar je leest Dickens niet om de moraal. In het schetsen van de huiver en rilling die aan het slot voorafgaan, is hij onovertroffen.

In 1972 droeg de geweldige Ierse schrijfster en journaliste Maeve Brennan (1917-1993) het verhaal Christmas Eve bij aan The New Yorker. Zojuist is het opgenomen in de vertaling van Rosalien van Witsen in de Brennan-bundeling De twaalfjarige bruiloft (Athenaeum-Polak & Van Gennep; euro 15,-).

Een gewoon Iers gezin in Dublin, de twee kleine dochters gaan verwachtingsvol naar bed, vader Martin zit beneden in de voorkamer nog in de vlammen van de haard te staren. 'Hij had de avondkrant naast zich gegooid. Er stond niets in.' Niettemin kan hij zich in harmonie met zichzelf noemen.

Maar dan zijn vrouw Delia. Die hoopt dat de meisjes altijd in de Kerstman blijven geloven, 'en verder wil ze eigenlijk zelf in de Kerstman blijven geloven'.

Als de donkere avond is gevallen, voelt Delia zich weer even onbestemd bang, angstig en somber als vroeger, toen de wind om het huis floot, 'en ze kon er niemand of niets de schuld van geven'.

Dát willen we horen. Andermans eindejaarsangst, mits goed beschreven, bewerkstelligt in de lezers een welbehagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden