Arjan Peters: Lof voor alle wikkende vertalers van dichtbundels

Boekenweek

In de dichtbundels van Seferis, Kästner en Desnos zag Arjan Peters weer eens hoe stil en precies veel vertalers te werk gaan.

Foto Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

De verschijning van Gedichten van Jorgos Seferis (Prominent; euro 22,50) trekt niet veel aandacht, misschien omdat iedereen vergeten is dat de dichtende ambassadeur in 1963 de Nobelprijs kreeg. Ook zijn de nostalgische verzen zelf, waarin hij te Alexandrië de nieuwe maan ziet opgaan, of hem in Damascus de eerwaarde bloedverwante van de Profeet verschijnt, verre van dringend.

Toch zit er iets moois aan deze publicatie: de vertalingen zijn van Selina Pierson (1882-1965), die klaar was toen Seferis de Nobelprijs kreeg. Alleen had hij de vertaalrechten voor Nederland net aan een ander verleend. Ruim een halve eeuw later verschijnt Piersons werk alsnog. De onverstoorbaarheid die uit dit feit spreekt, strookt weer geheel met de kalme golfslag van Seferis' verzen.

Van een vergelijkbare heroiek is de publicatiegeschiedenis achter Dr. Erich Kästners Lyrische Huisapotheek uit 1936. In het getto van Warschau zijn 56 van de 199 gedichten van de verboden schrijver overgeschreven, de enige die er nog van bestaan. In de nieuwe tweetalige editie is de Nederlandse vertaling van Paul van den Hout, die eind 2015 is gestorven: 'Wil jezelf toch niet bedriegen/ het is zoals het altijd was:/ mensen zijn als eendagsvliegen/ tegen 's werelds vensterglas.// De verschillen zijn niet groot en/ maken eigenlijk niets uit./ Toch: een vliegje heeft zes poten/ en een mens er twee, hooguit' (De Wilde Tomaat; euro 22,50).

Laatst las ik in het bundeltje Praatzieke duisternis het gedicht 'Met het hart van de eik' van Robert Desnos (1900-1945), in de vertaling van Kiki Coumans (Vleugels; euro 18,95). Het is een bezwerende lofzang op ene Isabelle de Vage. Of is zij een droombeeld en bemint hij eigenlijk een ander?

Telkens herhaalt de dichter hoe hij haar wil bezingen, 'met het hart van de eik en de bast van de berk, met de hemel, met de oceanen, met de pantoffels'.

In de slotregel is dat ineens 'met pantoffels' geworden.

Waar is 'de' gebleven, vroeg ik de vertaalster - de kleinste vragen kunnen soms de nijpendste worden.

Zij antwoordde dit: 'In de slotzin vond ik het ritmisch niet mooi, en heb ik de pantoffels ver-'universaliseerd' door ze niet naar een specifiek paartje te laten verwijzen, maar naar het begrip pantoffel. Les chiens aiment les os vertaal je ook met 'honden houden van botten'. Pantoffels zonder 'de' is dus discutabel, maar geen slordigheid.'

Lof aan alle vertalers die, vaak zonder dat wij iets in de gaten hebben, zo meticuleus wikken.