Arjan Ederveen

Het is even stil geweest rond Arjan Ederveen (51), de man die Nederland Theo en Thea, 30 Minuten en Kreatief met Kurk gaf....

Het gaat zó, zegt het meisje van de productie in het Amsterdamse repetitielokaal waar Arjan Ederveen de musical De Fantasticks repeteert. Ze maakt een stijgende beweging met haar arm. ‘Sinds jullie bij De wereld draait door zijn geweest, zijn er al een paar honderd kaartjes verkocht.’ Johnny Kraaijkamp jr., die naast Ederveen de andere hoofdrol speelt, grijnst. ‘Ik zei het je’, roept hij, niet helemaal ironisch, door het zaaltje. ‘We zijn kassamagneten!’

Een uur later, een paar grachten verderop. Arjan Ederveen zet glazen en een fles wijn op de keukentafel, nadat hij eerst zijn hond Stuk te eten heeft gegeven. ‘Nou, daar gaan we’, zegt hij goedgeluimd. ‘Heb je ook echt vragen, en zo?’

Ederveen had altijd de naam niet makkelijk te praten – op tv bij Jeroen Pauw was het eens een halve uitzending lang pijnlijk stil. Maar dat is veranderd. Om zo’n mooie, kleine musical aan de man te brengen moet je met je verhaal in de bladen, en dat doet hij nu zonder terughoudendheid. ‘Ik weet hoe de machine werkt.’ Zijn moeder, die vroeger cabaretière was en optrad in zaaltjes en op personeelsavonden, dringt er ook op aan. ‘Ze zegt tegen me: ‘Je moet zorgen dat je met je kop op televisie komt. Dat je in de running blijft, dat de mensen over je blijven praten.’’ Wat zeg je dan? ‘Ik laat haar maar een beetje lullen. Ik zeg: ‘Moes, ik doe mijn best, maar het gaat zoals het gaat.’’

Het gaat zoals het gaat – het is zo’n beetje zijn motto geworden sinds hij een fikse crisis doormaakte die een paar jaar geleden begon en duurde tot hij 50 werd. ‘Alles zat tegen. Ik wilde heel graag door met het tv-programma Wroeten, omdat ik daarmee mijn draai weer gevonden had. Maar het geld was op, de kijkcijfers waren te laag – o God, wat deden ze moeilijk bij de VPRO. Ik bedoel: geen kwaad woord over de VPRO hoor, maar ik vind het nog steeds een gemiste kans. Ja, het was een moeilijk experiment, een dagelijks programma over ecologisch tuinieren, maar het was wel interessant. Eindelijk een tuinprogramma waar niet de Gamma aan te pas komt. En ik wilde er natuurlijk rare dingen in stoppen. Dramablokjes.’

Maar Wroeten moest stoppen en een psychologieprogramma voor de RVU, waar Ederveen een tijd lang mee bezig was geweest, kwam helemaal niet van de grond. ‘Het ging allemaal niet door. Ik zou ook nog met Erwin Olaf een speelfilm gaan maken, maar hij haakte af vanwege zijn longen. En ik had geen theaterwerk, want daar had ik mijn energie niet in gestopt. Ik dacht: ik hou ermee op. Ze willen me niet meer, waar ben ik mee bezig? Wordt het niet eens tijd om het roer om te gooien en echt tuinder te worden? Of om weet ik wat nog te gaan doen? Je gaat heel rare dingen denken.’

Zulke rare vragen zijn dat toch niet? Ederveen spert zijn ogen wijd open, zoals Theo dat deed achter zijn dikke brillenglazen. Verheft zijn stem en roept het bijna, met een uitroepteken: ‘Het is gewoon een hele ordinaire midlifecrisis geweest!’

Best laat, een midlifecrisis rond je 50ste. ‘Ja. Maar ik heb natuurlijk eerder geen midlifecrisis gehad, omdat die hele aidsgolf zo enorm heftig was. Vanaf de jaren tachtig was mijn leven al één grote crisis, vanwege die kut-aids. Dat heeft alles beïnvloed en bepaald.’

Hoe? ‘Doordat mijn broer me zei dat hij seropositief was. Ik was zijn vertrouweling en ik mocht er met niemand over praten. Dat heb ik dus ook niet gedaan. Ook niet met hem. Twee jaar lang heb ik het gewoon genegeerd en doodgezwegen. Tot hij op een dag naar me toe kwam – dat was vlak voor de Theoen- Thea-film uitkwam – en zei: ‘Waarom heb je me in de steek gelaten? Waarom heb je me niet gesteund?’ Dat heeft hij me heel erg kwalijk genomen. En ik had daar geen antwoord op. Ik kon alleen maar zeggen: ‘Ja, sorry, je hebt gelijk.’ Ik vond het ook vréselijk. Het was mijn broer en hij ging dood en ik had al die tijd niks gezegd! Ach, weet je...’ Ederveen staat op en loopt heen en weer door de keuken. ‘Het is allemaal zo pijnlijk en moeilijk geweest.’

Waarom heb je niet gepraat? ‘Omdat ik dat beloofd had. Mijn broer was bang dat de mensen hem zouden negeren en niks meer met hem te maken wilden hebben. Het was de tijd dat mensen dachten: als ik hem aanraak, krijg ik het ook. Je wist er niks van, hè. Het was zo’n schok, al die berichtgeving over die ziekte. Vrienden van me kregen het ook. Je dacht alleen maar: dit kan niet, dit kan niet, dit kan niet waar zijn. We gaan allemaal ten onder.’

Zo diep zat de angst dat hij later, toen een vriendin opperde samen een kind te krijgen, zich niet durfde te laten testen. ‘Ik zei: ‘Ik kan je moeilijk zwanger maken, want ik weet niet of ik hiv-besmet ben.’ Ik wilde het ook niet weten.’

Dan heb je dus heel lang gedacht: ik heb het. Met een lange uithaal: ‘Ja, natúúrlijk! Ja, natuurlijk dacht ik dat. Elke keer dat ik griep kreeg of diarree, dacht ik: zie je wel, waarom zou ik het niet krijgen en al die anderen wel? Dat heeft jaren geduurd.’

De band met zijn broer werd volledig hersteld. ‘We zijn samen in therapie gegaan. Dat is goed geweest. Heel goed. We hebben het naar een goed einde gebracht.’ Dan, in één adem, tegelijk geroutineerd en geëmotioneerd: ‘Het rare van mijn leven is natuurlijk dat ik één broer verloren heb aan aids, mijn oudste broer, met wie ik een heel intensieve band had. Dat is een lang proces geweest: verpleeghuis, naartoe geleefd, het gaat gebeuren, proberen te accepteren, mijn ouders ook, goed gedaan, goed gedaan, iedereen heeft het goed gedaan, het is gebeurd, het leven gaat door. En toen kwam godverdomme mijn andere broer eroverheen. Met een griepje. Maar het griepje ging niet over. Hé, wat is dat? Hup, naar het ziekenhuis. Hoge koorts, die gaat maar niet weg. Hup, door naar een ander ziekenhuis. Ja, het is iets met de lever. Oeps, bie, ba, boe, eeeh – ook dood!’

Waaraan is hij overleden? ‘Het bleek uiteindelijk een bloedziekte die je kunt krijgen als je een infectie oploopt van een roestige spijker. Heel zeldzaam, maar iedereen kan het krijgen. Het heeft ook met je afweer te maken. Hij voelde zich moe, dacht dat het griep was. Niet gek: kleine kinderen, een baan, verhuisd, hij had zich een slag in de rondte gewerkt. Als ze er eerder achter waren gekomen, was er kans op genezing geweest. De specialist zat voor een lezing in het buitenland. Het was één groot rampscenario.’

Is dat onacceptabel? ‘Je kunt wel zeggen dat dingen onacceptabel zijn, maar daar heb je niks aan. Je moet het van je afschudden. Als een hond die uit het water komt en zijn vacht losschudt en doorgaat met het leven. Maar natuurlijk blijven de wonden altijd.’

Wat mis je het meest? ‘Steun, nu ik alleen met mijn moeder ben. En ook toen mijn vader er nog was en hij Alzheimer kreeg. Al die verantwoording zit alleen op mijn rug. Dat is gewoon zwaar kut. Maar goed: er zijn er zoveel die enig kind zijn.’

Maar dat is anders. ‘Ja, dat is wel an*’ Hij onderbreekt zichzelf, barst uit: ‘Ja, joh, godverdomme zeg, wat een nachtmerrie. Echt een nachtmerrie, daar in dat ziekenhuis in Rotterdam. Ik dacht: dat kan niet, dat mag niet, dit overkomt je niet twee keer. Een vader van twee jonge kinderen. Net een nieuw huis, het garagepad was nog niet eens af. Met de hele familie hebben we om zijn bed gestaan. Bij zo’n metertje dat op een gegeven moment niet meer uitslaat, zoals je dat in films ziet. Het is alsof je high bent, net alsof het allemaal niet echt is. ’s Avonds ben ik met mijn vriend naar huis gegaan en ik ben in bad gaan zitten en toen heb ik héél lang héél hard geschreeuwd.’ Hij staat op, schenkt nog een glas wijn in. ‘Daarna kwam mijn vader erachteraan die helemaal gaga werd omdat hij Alzheimer kreeg. En die daarna dood ging. En dat is allemaal in twaalf jaar tijd gebeurd. Ik ben steeds omringd geweest met drama.’

Waarmee je maar zeggen wilt: de luxe van een midlifecrisis kon je je eerder helemaal niet permitteren. ‘Een midlifecrisis is peanuts! Echt peanuts.’

Maar je kreeg ’m wel. ‘Ja. Ik denk dat dat logisch is. Dat iedereen tussen de 40 en de 50 die maar door rent voor z’n gezin en z’n carrière op een dag boven op de heuvel staat, om zich heen kijkt en denkt: wat moet ik nou? Is dit dan het leven? En sukkel ik zo verder door totdat ik in mijn graf lig?’

Stoppen met acteren. De boel verkopen en in Spanje gaan wonen, een kwekerij beginnen of toch tuinarchitect worden – hij heeft allemaal serieus overwogen. En verworpen. ‘Ik dacht: ik heb nú nog de kans om het te doen. Maar die kans is natuurlijk al voorbij. Als ik nu tuinarchitect zou worden, weet ik er over tien jaar pas iets van af. Dat is te laat. Je staat voor een voldongen feit: dit is het wel zo’n beetje en zo zal het blijven. Ik heb er niet voor gekozen om alle schepen achter me te verbranden. En dat is niet omdat ik het niet durf, denk ik. Maar je schiet er niks mee op. Je verandert er niet door. Ik zit nu eenmaal op deze weg, mijn leven is zoals het is. Hè, wat zit ik weer vaag te zwammen.’

Blijven toneelspelen dus, al is de noodzaak er niet meer zoals vroeger. Net zo lief is hij in Friesland, waar hij een huisje heeft met een tuin. ‘In mijn tuin rondlopen en kijken. Eigenlijk heb ik daar genoeg aan. Ach nee, dat is ook weer niet waar. Zelfs als ik rijk genoeg zou zijn om alleen maar in mijn tuin te zitten, zou ik het spelen toch missen.’

En bij Howie blijven, zijn vriend, een Amerikaan die hij zeventien jaar geleden in de Amsterdamse club Roxy tegenkwam. Howie werkt in de horeca, hij is gastheer in de Amsterdamse Supperclub. Twee jaar geleden zijn ze getrouwd. Maar toch was er ook op het gebied van de liefde de twijfel: moet dit eeuwig zo doorgaan? ‘Op een gegeven moment weet je het precies: oké, dit is de relatie die ik heb. En ik weet ook hoe het er over tien jaar uitziet en ik weet ook hoe het er over twintig jaar uitziet. Haal ik zo wel het onderste uit de levenskan? Wordt het niet eens tijd om hem op te doeken en een nieuwe aan te gaan?’ Weer was het antwoord: nee. ‘We houden van elkaar, dus we blijven bij elkaar. Maar vrijheid is wel belangrijk. Loslaten. Dat wordt je nooit geleerd, hè? Je leert: je wordt verliefd, je trouwt en dat is het voor de rest van je leven. Maar ben jij ooit mensen tegengekomen die op een dag niet ook seks wilden met een ander?’

Nog zo’n midlifecrisis-ding: vreemdgaan uit verveling. ‘Natuurlijk is het uit verveling! Als je een aantal jaar seks hebt met dezelfde partner, dan wordt het toch ook saai? Dan heb je alle hoeken van de kamer wel gezien. En dan kun je wel zeggen: het mag niet en het kan niet, maar het is toch raar dat je geen seks met anderen zou mogen hebben? Ik vind het zonde van de rijkdom die je omringt. Er zijn ook homostellen die zeggen: ‘Nee, wij zijn monogaam en dat is een keuze.’ Maar ik geloof die keuze niet.

Ik denk niet dat een mens daarvoor is gemaakt.’ ‘Je moet vertrouwen hebben. Als ik tegen Howie zeg: ‘Je mag niet vreemdgaan’, dan gaat hij weg. Zo zit hij in elkaar. Dus ik moest wel. Aan het begin zag ik het als een offer dat ik moest brengen, maar ik ben er zelf ook rijker door geworden. Want ik werd er wakker van: hé, als hij dat doet, waarom zou ik het dan niet kunnen? Ik heb nu op mijn 50ste een beter seksleven dan op mijn dertigste.’

Hoe was het, 50 worden? ‘Eigenlijk is 50 al best heel oud. Ja, tegenwoordig niet, omdat iedereen 120 wordt, maar ik merk het wel. Alles gaat hangen, je bent sneller moe. Maar ik zie het wel positiever in dan tijdens de crisis van twee jaar geleden. Het grote voordeel is dat ik minder hóéf. Rijk en beroemd wilde ik vroeger worden. Het was altijd: ik moet, ik moet, ik moet.’ Hij trekt er een gezicht bij, gaat harder praten: ‘Het was nooit genoeg. Meer, meer, méér’ – ik heb heeeeeel hard gewerkt. Ik wilde de beste zijn!’ Dan, zachter: ‘Dat heb ik niet meer. Ik hoef niks meer. Echt niet. Ik vind het allemaal goed.’

Televisie? Daar moet hij veel te hard aan duwen en trekken, en dan nog is er geen garantie dat het lukt. Er liggen plannen voor een komische serie over een koninklijke familie, met Alex Klaassen, Plien en Bianca en – op hoge toon: ‘Kom, hoe heet hij, die kleine?’ – Marc-Marie Huijbregts, hij doet de stem feilloos na. ‘Je snapt toch niet dat niet alle omroepen zeggen: ‘Jaaa! Dat is leuk! Dat gaan we doen! Maar het gaat langs een commissie en langs omroepbonzen en dan weer langs een commissie en dan zeggen ze: ‘Ja, nee, het is misschien toch te veel parodie’, of dit of dat of het past niet in het beleid. Ze vergaderen erover. Heel lang. Omdat ze vaste banen hebben en omdat ze toch ergens over moeten vergaderen. Ach, mijn broek is er zo ontzettend van afgezakt.’ Hij wil het niet meer, het ‘persen en stressen’, het leuren met programma’s in Hilversum. ‘Het lukt me niet meer. Ik heb de ambitie niet meer. Ik vind het nu heel fijn om in zo’n musical als De Fantasticks te staan. Dat is óók moeilijk, óók interessant, maar veel minder onzeker en kwetsbaar dan als het je eigen productie is. Ik heb er geen zin meer in om me nog zo druk te maken.’

Maar je bent pas 51, je moet nog vijftien jaar werken. Is het niet wat vroeg om je niet meer druk te maken? ‘Ik wil nog wel een heleboel mooie dingen maken. Maar vanuit ontspanning, niet meer vanuit inspanning. Voor het RO Theater ga ik een mooie voorstelling over mijn moeder maken, Tocht. En met Pieter Kramer, mijn vriend en mijn alles, gaan we waarschijnlijk Lang en gelukkig verfilmen, ook een voorstelling van het RO. Jaahaa, het is allemaal rozengeur en maneschijn, qua werk. En de televisie, ach, ze kunnen doodvallen.’

Een nieuwe Theo-en-Thea-film, dat wil hij nog wel. ‘Daar ben ik de laatste tijd erg mee bezig. Een film waarin Theo en Thea door kinderen worden gespeeld. Dat lijkt me leuk. Tosca (Niterink) en ik zouden dan een paar andere rollen spelen.’

Dat betekent dat je weer contact hebt met Tosca. Dat was toch een hele tijd niet het geval? ‘Een hele tijd, ja, Maar we gaan weer bij elkaar komen.’

Hoe lang hebben jullie elkaar niet gezien? ‘Lang. Voor mij was het dieptepunt een paar jaar geleden, toen ze weer eens afhaakte. Dat was bij de perspresentatie van de dvd van Kreatief met kurk. Toen dacht ik: nu ben ik er echt klaar mee. Maar misschien is het nu wel weer tijd om samen iets te doen.’

Er gingen steeds geruchten dat het slecht met haar ging. ‘Daar laat ik me niet over uit. Dat moet je haar zelf maar vragen.’

Ze maakt nu een serie voor tv West. ‘Ja, en ze maakt reisverslagen op internet. Ik ben hartstikke blij dat er weer iets uit haar vingers komt, want het is wel een van de meest getalenteerde mensen die ik ooit heb ontmoet. Zo gek als een deur. Maar wie is dat niet? Iedereen die geniaal is, is net zo gek als geniaal.’

Heb je haar gemist? ‘Ja. En me ook heel erg in de steek gelaten gevoeld. Omdat ik natuurlijk van haar verwachtte dat ze net zo hysterisch met haar carrière bezig zou zijn als ik. Terwijl ze dat helemaal niet was. Ze was met totaal andere dingen bezig. Met haar eigen leven en met haar eigen pieken en dalen, en met haar eigen uitzoeken wat we hier in godsnaam doen. Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe?’ Weer die grote ogen: ‘Waar gáát het eigenlijk over? ‘Er is in elk geval geen druk meer. Dat is denk de grootste les die ik de afgelopen tijd geleerd heb: het móét niet meer.’

Maar ben je niet bang dat daardoor je beste werk al achter je ligt? Een serie als 30 minuten, gaat dat niet meer gebeuren? ‘Ach, misschien is het ook wel goed dat er nu weer anderen zijn die dat doen. En misschien is het niet zo gek dat ik mijn beste werk heb gemaakt toen ik in de 30 en 40 was, in die hele aidsperiode dat het drama hoogtij vierde. Survival’s guilt, dat trauma bestaat echt. Ik moest zó mijn best doen. Er moest iets gecompenseerd worden voor het verlies van mijn broers.’

Dat is nu anders. En als de mooiste dingen tot stand komen door persen en stressen, nou ja, dan zal het er toch echt niet meer van komen. ‘Het leven is te mooi om te persen en te stressen. Echt. Geluk kun je niet forceren. Dat is er. Daar moet je voor op een stoel zitten en ernaar kijken, en je moet niet te hard bezig zijn, want dan zie je het niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.