Aristoteles, geniale bedenker van de doeloorzaak

HET INTERESSANTSTE en opwindendste deel van Aristoteles' Over dieren is het deel waarin hij een filosofie, een methodologie voor de biologie ontwerpt....

Over dieren is het tweede deel in het imposante project van de Historische Uitgeverij, dat uiteindelijk beoogt het hele werk van Aristoteles in een wetenschappelijk verantwoorde en toch ook leesbare Nederlandse vertaling uit te brengen; verleden jaar verscheen het eerste deel, de Ethica. Die onderneming is om allerlei redenen toe te juichen, al was het alleen maar omdat er tot dusverre schrikbarend weinig van Aristoteles in het Nederlands vertaald was. Ook of juist in die grote eeuw van het vertalen van filosofische klassieken, de zeventiende, werd Aristoteles overgeslagen: er werd alleen een vertaling van zijn Rhetorica gemaakt. Zijn politieke, zedekundige en vooral zijn natuurwetenschappelijke geschriften bleven gesloten.

Toen lag dat voor de hand. De renaissance in de filosofie en de wetenschappelijke omwenteling van de zeventiende eeuw zijn bovenal gebaseerd op een afrekening met Aristoteles' wereldbeeld, dat in zijn gekerstende vorm de Middeleeuwen had gedomineerd. Maar als er ooit een kind, ja, een reus met het tot korsten vervuilde badwater is weggegooid, dan is dat wel gebeurd toen uit afkeer van de scholastiek het gehele oeuvre van Aristoteles in de ban der veronachtzaming werd gedaan.

Hoe onrechtmatig en spijtig dat is, is aan Over dieren een stuk makkelijker te zien dan aan het brave gezemel waaruit de Ethica bestaat. Dit deel in de nieuwe Nederlandse editie bevat in feite drie afzonderlijke werken van Aristoteles: het omvangrijke Lichaamsdelen van dieren (De partibus animalium, zoals het sedert de filosofische traditie van de Middeleeuwen bekend staat), en de kleine tractaten Beweging bij dieren (De motu animalium) en Voortbeweging bij dieren (De incessu animalium). Algemeen wordt aangenomen dat Aristoteles ze schreef nadat hij zijn Onderzoek naar dieren had geschreven, het boek waarin hij zo precies mogelijk vastlegde wat hij gevonden had. In deze drie tractaten probeert hij voor lichaamsdelen en lichaamsfuncties, voor beweging en voortbeweging een verklaring te geven.

Maar hij heeft zichzelf ten doel gesteld alvorens daartoe over te gaan, de grondslagen van het nieuwe vakgebied - dat wij inmiddels de biologie noemen - te ontwerpen. Bij alle plezier die zijn beschrijvingen van bloed, spek, vet, merg, botten, kraakbeen en hersenen later in het boek bewerkstelligen - plezier om zijn scherpe observaties, plezier ook om zijn vergissingen - is dat eerste deel intellectueel het interessantst.

'We moeten constateren', zegt Aristoteles meteen al aan het begin van het eerste tractaat, 'dat bij het wordingsproces in de natuur meerdere oorzaken in het spel zijn, bijvoorbeeld die ter wille waarvan en die vanwaaruit de beweging begint' en we moeten bovendien ook de hiërarchie tussen die twee vaststellen. Daarmee zijn we in het hart beland van wat nog steeds het belangrijkste onderzoek in de biologie is, al heet het tegenwoordig anders. 'Het ontstaan is ter wille van het bestaan, niet het bestaan ter wille van het ontstaan.' De doorslaggevende vragen van de evolutionaire biologie en het genetisch onderzoek worden, op tamelijk keuvelende toon, geformuleerd, millennia voor iemand de woorden 'evolutie' en 'gen' als biologisch idioom muntte.

Wat er prikkelend aan is, is dat Aristoteles direct inzag dat het hierom draaide. Hij suggereert de 'doeloorzaak' als oplossing: het alledaagse begrip van causaliteit (je hebt een oorzaak en een gevolg: doordat er iets gebeurt, gebeurt er vervolgens iets anders) splitst hij in vieren. Voor de ontwikkelingsbiologie wordt de vierde variant - een gebeurtenis of een ontwikkeling stuurt kennelijk ergens op aan - de belangrijkste. Het begrip heeft ruïneuze gevolgen gehad toen het op andere deelterreinen van de natuurwetenschap werd uitgeprobeerd, maar voor biologen lijkt het onvermijdelijk.

In een publieke discussie over de evolutie-biologie, twintig jaar geleden, heeft Karel van het Reve gewezen op de ondoorgrondelijke vooronderstelling die schuilt in de opvatting dat soorten eigenschappen beginnen te ontwikkelen die hen pas vele honderdduizenden jaren later fitter maken in de strijd om het bestaan. Wat moest de reuzenkoeskoes, toen hij nog een reptiel was, al die tijd met de stompjes die pas na verloop van honderden millennia tot vleugels zouden zijn uitgegroeid? ('Zwaaien naar kennissen', opperde Van het Reve.)

Bij Aristoteles wordt dat de metafoor van de bouwmaterialen en het huis; 'bij het bouwen van een huis is het immers eerder zo dat dit of dat gebeurt omdat de vorm van het huis aldus is, dan dat het huis aldus is omdat het op deze of die manier tot stand komt.' En dus houdt hij twee oorzaken over: doel en noodzaak. Die bepalen het grondpatroon van zijn biologie. Het komt in alles terug: 'Ademhaling vindt plaats met dit en dit specifieke doel, en dit doel wordt door die en die dingen noodzakelijkerwijs bereikt.' Voor de lichaamssappen, de lichaamsdelen, de beweging en de voortbeweging, geldt hetzelfde.

Doel en noodzaak als oorzaak, er zit iets ongemakkelijks aan, zoals er, meer dan twee millennia later, eveneens iets ongemakkelijks zit aan een uitgeschreven genetisch programma dat ons geen andere keus laat dan het af te werken. Zijn we net van de calvinistische predestinatieleer verlost, komt er een genetische voor in de plaats. Het aardige van Over dieren is dat je Aristoteles zich in allerlei bochten ziet wringen om het buitengewoon snuggere idee van de doeloorzaak erdoor te drukken - en hem ook ziet blijven aarzelen. Hij is tegelijkertijd bioloog en filosoof, een Dick Hillenius en Karel van het Reve ineen; zijn polemiek is een tweestrijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden